Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.2.3:6.2.3 Weigering van een exequatur wegens schending van een fundamentele bepaling als artikel 81 EG en de artikelen 1063 lid 1 en 1076 lid 1 sub b Rv.
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.2.3
6.2.3 Weigering van een exequatur wegens schending van een fundamentele bepaling als artikel 81 EG en de artikelen 1063 lid 1 en 1076 lid 1 sub b Rv.
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581205:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
R.o. 39.
Zie Kamerstukken II 1983/84,18 464, nr. 3, p. 36 (MvT). Zie voorts Snijders 2007c, art. 1075, aant. 1 en art. 1076, aant. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het HvJ EG overweegt voorts (ongevraagd) dat artikel 81 EG gelet op zijn fundamentele karakter van openbare orde is in de zin van artikel V lid 2 sub b van het Executieverdrag van New York. Artikel V lid 2 sub b van het Executieverdrag van New York luidt:
'De erkenning en tenuitvoerlegging van een scheidsrechtelijke uitspraak kan eveneens worden geweigerd, indien de bevoegde autoriteit van het land waar de erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, constateert: (...) b. dat de erkenning of tenuitvoerlegging van de uitspraak in strijd zou zijn met de openbare orde van dat land.'
Het HvJ EG overweegt omtrent deze verdragsbepaling: 'Om de in punt 36 van dit arrest genoemde redenen is art. 81 immers te beschouwen als een bepaling van openbare orde in de zin van dat verdrag [van New York, E]Z].'1Dit heeft tot gevolg dat aan de arbitrale uitspraak een exequatur in de zin van het Executieverdrag van New York kan worden onthouden indien de uitspraak strijdig is met artikel 81 EG.
Snijders is in zijn noot onder het arrest van het HvJ EG van mening dat de artikelen 1063 lid 1 en 1076 lid 1 sub b Rv niet anders kunnen worden uitgelegd, dan dat deze eveneens voorzien in weigering van een exequatur wegens schending van een fundamentele bepaling als artikel 81 EG. Deze artikelen stellen de voorzieningenrechter van de rechtbank, los van artikel V van het Executieverdrag van New York, in staat een exequatur voor een arbitraal vonnis te weigeren wegens strijd met de openbare orde. Artikel 1063 lid 1 Rv luidt:
'De voorzieningenrechter van de rechtbank kan de tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis slechts weigeren, indien het vonnis, of de wijze waarop dit tot stand kwam, kennelijk in strijd is met de openbare orde of de goede zeden (...).'
Artikel 1076 Rv luidt:
'Is geen erkennings- en tenuitvoerleggingsverdrag van toepassing of laat een toepasselijk verdrag toe, zich te beroepen op de wet van het land waar de erkenning of tenuitvoerlegging wordt verzocht, dan kan een in een vreemde staat gewezen arbitraal vonnis in Nederland worden erkend en kan daarvan in Nederland de tenuitvoerlegging worden verzocht, tegen overlegging van het origineel of een gewaarmerkt afschrift, van de overeenkomst tot arbitrage en van het arbitraal vonnis, tenzij:
(...)
b. de rechter oordeelt dat de erkenning of tenuitvoerlegging strijdig is met de openbare orde.'
Dat de artikelen 1063 lid 1 en 1076 lid 1 sub b Rv niet anders kunnen worden uitgelegd dan dat deze eveneens voorzien in weigering van een exequatur wegens schending van een fundamentele bepaling als artikel 81 EG, blijkt nog duidelijker uit het feit dat het begrip openbare orde in artikel V van het Verdrag van New York refereert aan de internationale openbare orde. Een enger begrip dan de nationale openbare orde.2 Indien artikel 81 EG gelet op zijn fundamentele karakter van openbare orde is in de zin van artikel V lid 2 sub b van het Executieverdrag van New York (enger openbare orde begrip), dan is artikel 81 EG zeker van openbare orde in de zin van de artikelen 1063 lid 1 en 1076 lid 1 sub b Rv (ruimer openbare orde begrip).