Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/12.3.3
12.3.3 Overgang van beschermingsprefs krachtens juridische fusie en splitsing
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS349489:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:98 lid 6 BW bepaalt dat lid 1 van dat artikel (dat bepaalt dat de vennootschap slechts volgestorte aandelen mag verkrijgen) niet geldt voor de vennootschap die aandelen onder algemene titel verkrijgt.
Art. 2:331 BW en art. 2:334ff BW. Het voornemen hiertoe moet dan in de aankondiging dat het voorstel tot fusie, respectievelijk splitsing, is neergelegd worden vermeld.
Art. 2:331 lid 3 BW, respectievelijk art. 2:334ff lid 3 BW. Dit is meteen de zwakke schakel van dit alternatief, omdat op de besluitvorming in die algemene vergadering dezelfde vereisten van toepassing zijn als op de besluitvorming tot intrekking (twee derde meerderheid indien minder dan de helft van het geplaatste kapitaal aanwezig of vertegenwoordigd is). Anders dan bij intrekking, ligt het initiatief om een algemene vergadering te beleggen hier bij de aandeelhouder(s) en de vraag is of aandeelhouders met een 5% belang hiertoe het initiatief zullen nemen. Voorts is het nog maar de vraag of de activistische aandeelhouder de 5%-drempel haalt.
Art. 2:316 lid 2 BW en 2:334l lid 1 BW.
Art. 2:310 lid 1 BW. Nv’s en bv’s worden voor de toepassing van de juridische fusie als rechtspersonen met dezelfde rechtsvorm aangemerkt.
Veelal zal goedkeuring van de financierende bank vereist zijn. Het is aannemelijk dat in dat geval ook de schuld van de stichting aan de bank wordt overgenomen door de bv.
In de kredietovereenkomst kan zijn bepaald dat de overgang van de schuld alleen met toestemming van de bank kan plaatsvinden.
Omdat de vennootschap bij de fusie slechts één aandeel toekent aan de bv, kan zij bij de akte van fusie ook maar één aandeel krachtens de vereenvoudigde kapitaalverminderingsprocedure van art. 2:325 lid 3 BW intrekken.
Vervreemding van door de vennootschap gehouden aandelen vergt in de regel een besluit van het bestuur.
Ook in geval van een juridische splitsing moeten de splitsende partij en de verkrijgende partij dezelfde rechtsvorm hebben waarbij de bv en de nv als rechtspersonen met dezelfde rechtsvorm worden aangemerkt; art. 2:334b leden 1 en 3 BW.
Art. 2:334aa lid 2 BW. Merkwaardig genoeg is dit vereiste niet geschrapt met de invoering van de regeling rondom de flex-bv die het mogelijk maakt om niet-volgestorte aandelen uit te geven en waarbij nominaal kapitaal van de bv niet langer tot het gebonden vermogen behoort.
a. inleiding
Een tweede alternatief waarmee het uitstaan van de beschermingsprefs beëindigd kan worden, is een overgang van de beschermingsprefs op de vennootschap krachtens juridische fusie of juridische splitsing. Voor zo’n overgang is niet vereist dat de beschermingsprefs zijn volgestort.1 Tot die fusie of splitsing behoeft bovendien niet te worden besloten door de algemene vergadering van de vennootschap; een besluit van het bestuur (onder goedkeuring van de raad van commissarissen) is voldoende, tenzij de statuten van de vennootschap anders bepalen.2 Wel zij opgemerkt dat één of meer aandeelhouders die tezamen ten minste 5% van het geplaatste kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen binnen een maand na de aankondiging van deponering van het fusievoorstel, respectievelijk het splitsingsvoorstel, aan het bestuur kunnen verzoeken om een algemene vergadering bijeen te roepen om over de fusie, respectievelijk splitsing, te besluiten.3 Overigens is de vraag of het bestuur aan zo’n verzoek moet meewerken indien besluiten tot statutenwijziging (en dus ook fusie o.g.v. art. 2:317 lid 3 BW) slechts op voorstel van de vennootschapsleiding genomen kunnen worden. Dat zou betekenen dat de statutaire bepaling door de wettelijke bevoegdheid opzij gezet zou worden. Ten slotte is nog een voordeel dat een éénmaandscrediteurenverzettermijn geldt in plaats van de tweemaandstermijn die geldt voor kapitaalvermindering, waardoor de overgang van de beschermingsprefs sneller kan worden bewerkstelligd.4 Ik behandel hieronder beide alternatieven.
b. Juridische fusie
Omdat de wet bepaalt dat slechts rechtspersonen die dezelfde rechtsvorm hebben met elkaar kunnen fuseren, is een juridische fusie waarbij de stichting continuïteit rechtstreeks fuseert met de vennootschap niet mogelijk.5 Om dit probleem het hoofd te bieden, zou het volgende gedaan kunnen worden:
De stichting draagt de eenmaal aan haar uitgegeven beschermingsprefs over aan een speciaal door de stichting opgerichte bv tegen uitgifte van aandelen door die bv aan de stichting. Dat kan de stichting bijvoorbeeld doen indien het voorstel tot intrekking niet wordt aangenomen door de algemene vergadering of niet aangenomen dreigt te worden.6
De stichting wordt omgezet in een bv. Zo’n omzetting vereist rechtelijke machtiging, hetgeen de procedure van omzetting kan bemoeilijken.7
De onder a beschreven optie lijkt het meest voor de hand te liggen. Overigens zou nog overwogen kunnen worden om van meet af aan met een bv te werken. De optie zou dan aan de bv kunnen worden verleend, waarna door uitoefening van de optie de beschermingsprefs aan de bv zouden worden uitgegeven. Een bv is ook een rechtspersoon en kan derhalve kwalificeren als een vrijgestelde persoon in de zin van art. 5:71 lid 1 onderdeel c Wft.
Vervolgens fuseert de bv met de vennootschap waarbij de bv verdwijnt. De beschermingsprefs gaan dan onder algemene titel over op de vennootschap. De vennootschap zou één (gewoon) aandeel in haar kapitaal kunnen uitgeven aan de stichting. Van een redelijke ruilverhouding van de aandelen in de zin van art. 2:328 lid 1 BW zal dan geen sprake zijn. De accountant hoeft echter niet te verklaren dat de voorgestelde ruilverhouding redelijk is, maar of deze redelijk is. Verklaart hij dat de ruilverhouding niet redelijk is, dan staat die verklaring niet in de weg aan de juridische fusie. Door de fusie gaat de schuld van de bv aan de financierende bank over op de vennootschap, waardoor de laatste de nieuwe schuldenaar van de bank wordt.8 De vennootschap zou de schuld vervolgens kunnen aflossen, waardoor niet langer rente verschuldigd is.
Omdat art. 2:98a lid 3 BW bepaalt dat een vennootschap niet langer dan gedurende drie jaren nadat zij (samen met haar dochtermaatschappijen) eigen aandelen onder algemene titel heeft verkregen meer aandelen in haar kapitaal mag houden dan 10% van het geplaatste kapitaal, zou zij in ieder geval binnen drie jaar na de verkrijging krachtens fusie zo veel beschermingsprefs moeten intrekken zodat zij na die intrekking 10% of minder van het geplaatste kapitaal houdt.9 Doet zij dat niet, dan gaan de beschermingsprefs die de vennootschap teveel zou houden na verloop van die termijn van rechtswege over op haar bestuurders. De bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling aan de vennootschap van de waarde van de beschermingsprefs op dat tijdstip met de wettelijke rente van dat tijdstip af. Dat betekent dat de vennootschap drie jaar de tijd heeft om een voorstel tot kapitaalvermindering door de algemene vergadering te laten aannemen. Dit geeft de vennootschap extra tijd. Het doel van de exercitie – te weten de beëindiging van het uitstaan van beschermingsprefs en de aflossing van de lening aan de financierende bank – is met de effectuering van de fusie bereikt.
De vennootschap zou de beschermingsprefs die zij te veel houdt na conversie in gewone aandelen ook in de notering kunnen opnemen en in de markt kunnen verkopen.10 Voor zo’n conversie is in beginsel een besluit van de algemene vergadering vereist.
c. Juridische splitsing
Indien de beschermingsprefs (uiteindelijk) door een bv worden gehouden, dan zou de bv ook een juridische splitsing kunnen aangaan, waarbij zij door middel van een afsplitsing als splitsende partij alle beschermingsprefs afsplitst naar de vennootschap die verkrijgende partij is bij de juridische splitsing.11 Voor een juridische splitsing gelden grosso modo dezelfde vereisten als voor een juridische fusie. Ik stip hier daarom alleen enkele bijzonderheden aan.
In geval van een juridische splitsing wordt de stichting als aandeelhouder van de bv aandeelhouder van de vennootschap en zal een ruilverhouding vastgesteld moeten worden. Ook hier kan één aandeel door de vennootschap worden toegekend aan de stichting en hoeft de accountant slechts te verklaren of de voorgestelde ruilverhouding van de aandelen redelijk is.12 Anders dan bij een juridische fusie, zal de accountant voorts moeten verklaren dat de waarde van het vermogen dat achterblijft bij de bv ten minste gelijk is aan het totale nominale bedrag van de aandelen die na de juridische splitsing door de bv zijn uitgegeven.13 Zolang de bv een gering geplaatst aandelenkapitaal heeft, zal dit vereiste geen probleem zijn. De bv zou bijvoorbeeld een geplaatst aandelenkapitaal kunnen hebben van een of twee aandelen met een minimaal nominaal bedrag.