Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/1.1
1.1 Burger en burgerschapsvorming
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976979:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
I. Pertijs, ’Wat is burgerschap?’, M & P 2020, 07, p. 3, M. Mooijman, ’Burgerschap’, M & P 2020, 07, p. 30 en R. Wagenvoorde, ‘Burgerschap in spagaat’, in: S. van Bijsterveld & S. Lenders (red.), Religie, democratie en samenleving. 50 blogs, geïnspireerd door Alexis de Tocqueville, Utrecht: Eburon 2021, p. 171-174.
P.J.J. Zoontjens, De weg naar burgerschap, (oratie UvT), Tilburg University 2019, p. 15; vgl. Competences for democratic culture. Living together as equals in culturally diverse democratic societies, Executive summary, Strasbourg: Council of Europe Publ. 2016, p. 7, E. Hirsch Ballin, De stille revolutie van 1917. Dwarsverbindingen in democratisch burgerschap en onderwijs, Amsterdam: Querido 2017, p. 34 (‘Het onderwijs is, na de schorsing van de opkomstplicht voor militaire dienst, de enige institutie die structureel bijdraagt aan de vorming tot staatsburgerschap’) en Waakzaam burgerschap. Vertrouwen in democratie en rechtsstaat herwinnen, Amsterdam: Querido Facto 2022.
J.S. Wijne , ‘Burgerschapsvorming is meer dan overheidstaak’, Namens 1988, 3, p. 51-55, D. Bour e.a., ´Waarheid en democratie´, in: L. Consoli & R. Tinnevelt (red.), Waarheid en democratie, Annalen van het Thijmgenootschap, Nijmegen: Valkhofpers 2018, p. 131-154, ’Maakt de overheid goede burgers?’, Trouw 16 januari 2020 en K. Vossen, ’Waarom geven wij eigenlijk maatschappijleeronderwijs?’, M & P 2020, 06, p. 14.
Maatregelen voor vernieuwing van de democratie, Bijlage bij de brief van minister Slob aan de Tweede Kamer (26 juni 2019, 2019-315245), RMO, Aansprekend Burgerschap. De relatie tussen de organisatie van het publieke domein en de verantwoordelijkheid van burgers, Den Haag: RMO 2000, M. Adams, ‘Constitutionele geletterdheid voor de democratische rechtsstaat’, (oratie UvT), NJB 2013, 17, p. 1110-1118, Hirsch Ballin 2017, p. 34, Peschar & Wesseling, Onderwijssociologie, Groningen: WoltersN 1995, p. 234 en W. van der Meiden & D. van Riet, ‘Oplossingen voor ons wrakke burgerschapsonderwijs’, TEO 2022, 1, p. 16-21, Symposium over ‘Onderwijs in de democratische rechtsstaat’, 14 oktober 2022, RUN, Onderzoekcentrum SteR (Staat en recht) en VvO, Nijmegen en L. Frank, ‘Nederlandse Grondwet. Goede docent belangrijk’, NRC Opinie, 16 november 2017.
S. Benhabib, An Other Cosmopolitanism, Oxford: UP 2006, p. 47-48; vgl. Onderwijsraad, Onderwijs vormt, Den Haag 2001, V. Stolk, W. Veugelers & J. Bron, Op zoek naar gedeelde waarden, Enschede: SLO 2015, ´De toekomst van de jurist, de jurist van de toekomst´, Handelingen NJV 2020, p. 19-25, K. Peusen, ’Hoe nu verder? Oplossingen om internationaal beter te scoren bij burgerschap’, M & P 2018, 02, p. 24-25, T. Lubbers & W. Yan, De toekomst van de jurist, de jurist van de toekomst. Verslag van de NJV-expert meeting 2020 (Een inleiding in de rechtsgeleerdheid op de middelbare school zou niet alleen de juridische weerbaarheid van de burger bevorderen, maar ook de voedingsbodem ontnemen aan populistische stemmingmakerij jegens de rechtspraak en de juristerij), NJB, 17 juli 2020, p. 2051, H. Nieuwelink, ’Politiek ingroeien. De ontwikkeling van burgerschapscompetenties van leerlingen’, M & P 2020, 05, p. 16-17, L. van Baars, ‘Burgerschapskennis is in groep 8 nog verder weggezakt dan tien jaar geleden’, Trouw 10 maart 2022, p. 11, J. van Egmond, ‘Burgerschap is breekpunt voor nieuwe scholen’, Trouw, 1 juni 2022 en ‘Burger op waarde geschat’, Trouw, 4 juni 2022, p. 26.
M. Burkens e.a., Beginselen van de democratische rechtsstaat, Deventer: Kluwer 2012, p. 207, 273, F. Hendriks, Vitale democratie, Amsterdam: AUP 2006, p. 34-39, M. Oosting 1980, D. Elzinga 2020 en Kortmann 2021, p. 367-372.
A. Lijphart, Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek, Amsterdam: DeBussy 1968, p. 1, 99, 105-107, 211 (consociational democracy = consensusdemocratie = pacificatiedemocratie of Proporzdemocratie: machtsdeling en -spreiding); vgl. G. Lehmbruch, Proporzdemokratie: Politisches System und politische Kultur in der Schweiz und in Österreich, Tübingen: Mohr 1967 en J. van Putten, ’Nederland: continuïteit en verandering’, in: U. Rosenthal (red.) 1982, p. 33.
Vgl. Mentink, Vermeulen & Zoontjens, ’Commentaar op artikel 23 van de Grondwet’, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, Wetseditie 2021 www.Nederlandrechtsstaat.nl.
Ibid., p. 41; vgl. De opdracht aan de Staatscommissie rechtsstaat (Kamerstukken II 2021/22, 29279, nr. 691 (+ bijlagen).
Vgl. S. Lozano Parra, ‘Omgaan met conflicten, dát is de kern van democratie, niet kennis over partijen’, Trouw Opinie, 11 januari 2023, p. 21.
Hendriks 2006, p. 37-38.
Burkens e.a., Beginselen van de democratische rechtsstaat, Deventer: Kluwer 2012, p. 41 e.v.
Ibid., p. 83.
Kortmann 2021, p. 50-54, 456; J. Sneller, ‘Politici moeten zich niet achter rechters verschuilen’, Trouw Opinie, 16 januari 2023, p. 21.
Ibid., p. 49-50.
M. Fennema 2001 en R. Dahl, On democracy, New Haven: Yale UP 2000 en Polyarchie, New Haven 1971 en E. Hirsch Ballin, Waakzaam burgerschap. Democratie en rechtsstaat herwinnen, Amsterdam: Querido 2022.
Vgl. D. Brandenburg & M. Merry, ‘Onderwijs in burgerschap gaat vooral over hoe je stemt, niet waarop je stemt’, Trouw Opinie 20 juni 2024, p. 21.
Artikel 8 lid 3a-c Wpo, 11 lid 3a-c Wec en 17a-c Wvo, Vermeulen 2007, p. 72, B. Eidhof, Handboek Burgerschapsonderwijs, Den Haag: ProDemos 2019, S. Akkerman, ’Burgerschaps-les’, Trouw 3 maart 2021, p. 2, J. van de Brink, ’Het Wetsvoorstel burgerschapsopdracht’, TRRB 2020, 1, p. 7-25, A. Visser, ‘Economie en burgerschap. Een curriculumperspectief voor het funderend onderwijs’, TEO 2022, 2, p. 34-37 en M. Nicolaï, ‘Afscheid Lans Bovenberg: burgerschap en duurzaamheid in het economie-onderwijs’, TEO 2023, 3, p. 16-19.
Brief van de minister van BZK 11 maart 2021 (Kamerstukken II 2020/21, 35570-VII, nr. 93 en D. van der Wateren, De denkende klas, Tielt: Lannoo 2020.
H. Wensveen, ´Jongste kiezers niet gemotiveerd. W. Langeveld: Er ontbreekt een stuk politieke opvoeding´, Brabants Dagblad 13 oktober 1972; vgl. H. van Gessel,´Politiek in de school’, De Volkskrant, 11 november 1972 en J. Faber, Opvoeding in een pluriforme samenleving: over de samenhang van pedagogiek en recht, Kampen: Kok Agora 1987.
SLO, Mens & maatschappij. Vakspecifieke trendanalyse, Enschede: SLO 2017, T. Beneker & R. van de Vaart, Visiedocument Wereldburgerschap, Amsterdam: NCDO 2008 en L. Deruytter e.a., ’Aardrijkskunde zoekt (en vindt?) richting’, Geografieonderwijs 2016, 2, p. 4.
E. Hirsch Ballin, ’De rechtsstaat: wat een democratische constitutie in leven houdt’, in: F. van den Heuvel & P. Overeem, Een vitale rechtsstaat, Valkhof pers 2019, p. 118, 122-123; J. Chaudron & A. Dujardin, ’Wie voor dictatuur pleit, krijgt ook diploma’, Trouw, 15 januari 2020, p. 8 en Commentaar, ’Laat scholen zelf burgers kweken’, Trouw 15 januari 2020, p. 21.
Zoontjens 2019, p. 15, 37.
Term ontleend aan A. B. Dijkstra 2012.
Artikel 2 Protocol 1 EVRM en 28 IVRK, J. Hendriks, ’Burgerschapsvorming in katholiek perspectief’, NKSR-Lezing 2019, St. Janslyceum Den Bosch, p. 2 (Educatio civica) en T. Liefaard, ‘Het recht op onderwijs vanuit internationaal kinderrechtelijk perspectief’, in: Preadvies Onderwijskansen en de rechten van het kind, NVOR, Den Haag: Boom 2022, p. 37-66.
Zoontjens 2019, p. 39; vgl. G.H. Mead, Mind, Self & Society, Chicago: University of Chicago Press 1934, H.Q. Röling, ´Onderwijs in Nederland’, in: B. Kruithof e.a (red.), Geschiedenis van opvoeding en onderwijs. Inleiding, bronnen, onderzoek, Nijmegen: SUN 1982, p. 73. Grondwetswijziging (algemene bepaling 2022): ‘De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat (vgl. G. Boogaard, ‘De Grondwet waarborgt de ‘gemengde’ democratie’, RMTh 2018, 6).
M. Vermeulen (voorzitter) e.a., De moed tot zelfspot: Burgerschap in het onderwijs, Oud-Turnhout: Gompel 2019, p. 19; W. Veugelers, Learning and Teaching in Critical-Democratic Citizenship Education, (oratie UvH), Utrecht: Net aan Zet 2019, p. 17, 19.
Zoontjens 2019, p. 39.
F. Akkerman, ’Middelbare scholieren. Wat weten ze van politiek?’, Trouw 6 maart 2021, p. 8.
De term longitudinaal (van kleuterschool tot en met 6 vwo) duikt op in Nieuwe onderwijsvormen voor 5- tot 13- á 14-jarigen, Groningen: Wolters 1968, p. 74; zie: E. De Corte e.a., Beknopte didaxologie, Groningen: Wolters 1976, p. 141-142 (curriculum development).
Vorming tot burger(schap)
Wie is de burger, wat maakt iemand tot burger? Wat is (actief) burgerschap?1 In hoeverre is burgerschapsvorming begrensd door de vrijheid van onderwijs in artikel 23 Grondwet; en meer in het algemeen door de vereisten van de democratische rechtsstaat? Is burgerschapsvorming op te vatten als een beginsel, een thema of is het in een kennisgebied of vak burgerschap vast te leggen?2 Zo deze vragen ooit waren te ontwijken: thans is het niet meer van deze tijd om ze niet te stellen of onbeantwoord te laten.3 In de voortschrijdende maatschappelijke, politieke en economische ontwikkelingen krijgen het democratisch burgerschap en de constitutionele geletterdheid steeds meer relevantie.4 In het bijzonder in het onderwijs, in zijn gerichtheid op de toerusting van leerlingen met democratische competenties, algemeen gedeelde basiswaarden van de plurale samenleving en de kernwaarden van de democratische rechtsstaat, moet dit proces van reproductie een vitale rol toegekend worden.5
Democratische rechtsstaat: beginselen en vereisten
Democratie ziet op de op periodieke verkiezingen berustende grondslag van de uitoefening van overheidsbevoegdheden, tot uitdrukken komend in onder meer onderwijswetgeving en -bestuurlijke bevoegdheden ter zake.6 Deze is in 1917/1919 gevestigd met de codificatie van het algemeen mannenkiesecht en het passieve (1917) en - met de wet-Marchant (1919) - actieve vrouwenkiesrecht (1922).7 Daarnaast is in een rechtsstaat de overheid ook aan hoger recht gebonden.8 Ten behoeve van die binding aan het recht is in de rechtsstaat een scheiding en evenwicht (checks and balances) van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in de constitutie verankerd.9
Democratische beginselen/rechtsstatelijke vereisten
Als democratische beginselen gelden vrije verkiezingen, pluriformiteit van de informatiebronnen, vrijheid van meningsuiting10, vergadering en vereniging en inclusieve burgerrechten.11 De rechtsstatelijke vereisten zijn: (a) het legaliteitsbeginsel (een positieve fundering van de overheidsbevoegdheden naast de begrenzing)12, (b) de machtsdeling (trias politica)13, (c) (het waarborgkarakter van) de begrenzende grondrechten voor de wetgeversbevoegdheid en (d) de onafhankelijke rechter.14 De rechtsstatelijke vereisten zijn allengs vervlochten met democratische beginselen15,waardoor de democratische rechtsstaat in 1917/1919 vorm kreeg.16
Bevordering van actief burgerschap of (breder) democratisch burgerschap
Voor het kunnen functioneren van de democratische rechtsstaat is actief (of breder: democratisch) burgerschap nodig.17 Maar wat is hieronder te verstaan en in hoeverre mag de overheid dat burgerschap handen en voeten geven?18 Is hiervoor voldoende legitimatie en zo ja, in welke vorm?19 Natuurlijk, de staat gaat uit van een impliciete of in wetgeving vastgelegde pedagogische opdracht tot vorming van (staats)burgers20, maar hoe kan deze opdracht burgerschapsvorming in varianten21 legitimeren? 22 Bestaat deze vorming uit de bevordering van actief of democratisch burgerschap? En beperkt de opdracht daartoe zich tot een algemene doelbepaling? Mijn voorkeur voor het democratisch burgerschap boven het actief burgerschap bespreek ik in par. 2.1.4 en 12.8 en - met de in par. 2.1.1 te bespreken visie van Zoontjens in gedachte23 - stel ik het vastleggen van burgerschapsvorming in een drieluik voor als: (a) een algemene doelbepaling, (b) een thema in andere vakken en (c) een kennisgebied of vak burgerschap. Dit drieluik geniet in de dominante vakkenstructuur in de sectorwetten de voorkeur op onderwijskundige gronden van studeerbaarheid en herkenbaarheid, en de mogelijkheid tot optimalisatie van doorwerking als leeropbrengst.24
Constitutionele geletterdheid als kinderrecht
Ook juridisch is burgerschapsvorming te rechtvaardigen. De laatste decennia zijn de aanspraken op algemeen vormend onderwijs vastgelegd als fundamentele mensenrechten, als basisrechten van het kind en de jongere.25 Een inleiding in de gedeelde kernwaarden die aan de democratische rechtsstaat en de plurale samenleving ten grondslag liggen, maakt naar de heersende leer daarvan in deze aanspraken deel uit.26 De doelen van artikel 8 lid 3 Wpo, 11 lid 3 Wec en 2.2 Wvo 2020 zijn hierop gebaseerd.27
Burgerschapsvorming en de vrijheid van onderwijs (verdragen, artikel 23 Gw)
De vraag is daarnaast, in hoeverre de internationale verdragen en artikel 23 Gw overheidsvoorschriften toelaten met het oog op burgerschapsvorming in het funderend onderwijs.28 In het optimale model zijn voor een doelgerichte en samenhangende opdracht (a) de algemene doelbepaling (2021), (b) thema's in andere vakken (2009) en (c) een kennisgebied of vak burgerschap vereist voor het realiseren van een basis van burgerschapsvorming.29 De bespreking hiervan in relatie tot de in de verdragen en de Grondwet neergelegde vrijheid van onderwijs volgt in hoofdstuk 11.30