Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.4.2.7
II.4.4.2.7 Ruimte voor subjectieve elementen met betrekking tot goederenrechtelijke verhoudingen
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS622300:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 16 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4602, NJ 2004/183 (De liser de Morsain/Rabobank).
HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, NJ 1981/635. Over de uitleg van cessie- en pandakten ook Rongen 2012, p. 1003 e.v.
Pitlo/ Reehuis & Heisterkamp 2012, nr. 259c.
Reehuis 2004, nr. 77.
Kaptein 2013, par. 5. Het antwoord op beide vragen dient immers te worden gevonden aan de hand van de uitleg van dezelfde akte.
Kaptein 2013, par. 5.3.
Zie HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1488, NJ 1995/447.
Kaptein 2013, par. 5.3.
Kaptein 2013, par. 8.
Voor de uitleg van cessie- en pandakten hebben subjectieve elementen wel betekenis. In HR 16 mei 2003, NJ 2004/183 (De liser de Morsain/ Rabobank)1 heeft de Hoge Raad beslist dat cessieakten uitgelegd dienen te worden aan de hand van de partijbedoeling: het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de zogenoemde Haviltex-formule uit HR 13 maart 1981, NJ 1981/635).2 De vraag naar de wijze van uitleg van de akte is evenwel een andere dan de vraag naar de mate van bepaaldheid van de vordering in de akte.3 Deze laatste vraag is een vraag van overwegend feitelijke aard, die evenwel slechts in concreto aan de hand van (uitleg van de) akte is te beantwoorden.4 Beide vragen liggen dan ook volgens Kaptein niet zo ver uiteen.5 Zijns inziens is bepaaldheid ook een kwestie van uitleg en is het denkbaar dat een subjectieve uitleg doorwerkt in het bepaaldheidsvereiste en dat subjectieve uitleg kan leiden tot voldoende bepaaldheid:
‘De consequentie van een subjectieve uitleg van cessie- en pandakten is dat het object van die akte door de subjectieve partijbedoeling bepaald kan worden. Het hanteren van een objectief bepaaldheidsvereiste voor een cessie- of pandakte ontneemt het nut van een subjectieve uitleg van diezelfde akte (curs. NB).’6
Naar Kapteins mening kan in de befaamde woorden van de Hoge Raad dat ‘voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat’7 onder gegevens ook de subjectieve partijbedoeling zijn begrepen:
‘Bij de uitleg van de akte wordt ook de subjectieve partijbedoeling meegenomen. Weliswaar staat deze bedoeling niet met zoveel woorden expliciet in de akte, maar ook deze subjectieve partijbedoeling kan men als ‘gegevens’ uit de akte aanmerken (curs. NB).’8
En:
‘Derden hoeven niet per se uit de akte af te kunnen leiden welke vordering vervreemd of bezwaard is; ook mogelijk is dat dit in geval van discussie achteraf aan de hand van andere bewijsmiddelen vast komt te staan. Tot dat moment worden derden voldoende beschermd. In het uiterste geval leidt dit ertoe dat bepaaldheid achteraf kan geschieden aan de hand van de subjectieve partijbedoeling (curs. NB).’9
Subjectieve elementen kunnen in Kapteins optiek dus wel degelijk van belang zijn bij de opvatting van het bepaaldheidsvereiste. Kaptein spreekt in dit kader evenwel enkel van de ‘subjectieve partijbedoeling’. Zou onder ‘andere bewijsmiddelen’ in bovengenoemd citaat ook kunnen worden verstaan: het subjectieve oordeel van bijvoorbeeld een ‘deskundige’?
Deze vraag ga ik in het kader van de bepaaldheid voor cessie- en pandakte niet behandelen. Het voegt aan dit onderzoek immers niets toe. Zij is evenwel interessant voor het antwoord op de vraag of er gedelegeerd kan worden ten aanzien van de goederenrechtelijke verhoudingen die door middel van een erfstelling in het leven worden geroepen. Geldt voor de erfstelling een bepaaldheidsvereiste naar ‘objectieve maatstaf’, voldoet daarbij ‘bepaalbaarheid’ en/of zouden er ook subjectieve elementen een rol kunnen spelen? Indien subjectieve elementen zijn toegestaan, kan er ruimte zijn voor een nadere concretisering door een derde en zodoende voor wilsdelegatie. Of geldt voor de erfstelling, net zoals bij registergoederen, evenwel een strikt bepaaldheidsvereiste en is er helemaal geen plaats voor een concretisering ‘achteraf’?
Omdat voor de erfstelling en de uitleg van een uiterste wil sowieso andere maatstaven gelden dan bij de uitleg van cessie- en pandakten, de erfstelling bovendien een opvolging onder algemene titel bewerkstelligt waarvoor geen levering is vereist en zij een eenzijdige rechtshandeling is, zijn bovenstaande bevindingen over de goederenrechtelijke overeenkomst niet onverkort van toepassing op de goederenrechtelijke verhoudingen die in het leven worden geroepen door de erfstelling. De vraag hoe het bepaaldheidsvereiste ten aanzien van de erfstelling dient te worden opgevat, verdient een aparte behandeling in het volgende hoofdstuk (paragraaf 5.2). Niettemin ben ik ervan overtuigd dat de bevindingen in dit hoofdstuk vanwege de gelaagde structuur van het vermogensrecht, al is het enkel als bron van inspiratie, wel behulpzaam kunnen zijn bij de zoektocht naar de uitleg van het bepaaldheidsvereiste in verbintenisrechtelijke en goederenrechtelijke verhoudingen die worden gecreëerd door een uiterste wilsbeschikking. Hieronder zet ik deze ‘behulpzame bevindingen’ voor wat de goederenrechtelijke verhoudingen betreft, nog een keer op een rij.