Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/6.1.2
6.1.2 Hoe worden innerlijke processen en overtuigingen vastgesteld?
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180396:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer ABRvS 24 mei 2013, zaak nr. 201109839/1, JV 2013/264 en ABRvS 3 juli 2015, zaak nr. 201408021/1, ECLI:NL:RVS:2015:2187.
Inmiddels worden deze standaardvragen volgens de IND niet meer gebruikt en staan deze niet meer in het interne computersysteem. Daarnaast beschikt iedere locatie sindsdien over LHBT- en Bekeringcoördinatoren die zorgen voor verspreiding van kennis en jurisprudentie over het onderwerp.
T1 (kwaliteitsmeter).
S3.
S9.
T9.
T8.
S7.
S7.
S10.
S9.
Z10.
T1 (kwaliteitsmeter).
T1.
T12.
Z3.
Z12.
T12.
S12.
S12.
T1 (kwaliteitsmeter).
T3.
Z6.
Z3.
In deze paragraaf ga ik na hoe medewerkers van de IND de geloofwaardigheid van verklaringen over bekeringen vaststellen. De drie belangrijkste informatiebronnen aan de hand waarvan de geloofwaardigheid van een bekering wordt beoordeeld zijn a) de verklaringen van de asielzoeker, b) doopakten, en c) deskundigenadvies. In de volgende drie paragrafen wordt beschreven hoe medewerkers met deze verschillende informatiebronnen omgaan.
a) De verklaringen van de asielzoeker
Het vaststellen van de geloofwaardigheid van een gestelde bekering begint bij het gehoor. De oprechtheid van een bekering wordt zoals hierboven al geschreven in veel gevallen door de asielzoeker niet met bewijsmiddelen onderbouwd, anders dan zijn verklaringen. Als er andere bewijsmiddelen worden overgelegd zijn dit meestal doopakten en soms rapporten van deskundigen (al dan niet als zodanig erkend door de rechter). Aan deze bewijsmiddelen wordt meestal weinig bewijskracht toegekend (daarover verderop meer). De belangrijkste bron van informatie zijn derhalve de verklaringen van de asielzoeker zelf.
Zoals hierboven beschreven, heeft de IND mede op basis van jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een vaste gedragslijn (en een daarop gebaseerde interne werkinstructie) ontwikkeld voor de vraagstelling naar bekeringen.1 Instructies zoals deze worden onder de aandacht van medewerkers gebracht door middel van interne nieuwsberichten, weekberichten en jurisprudentiemails. Hierin worden recente beleidsmatige en juridische ontwikkelingen vermeld. Op het interne computersysteem van de IND zijn daarnaast standaardvragen beschikbaar.2 De meeste IND-medewerkers zeggen gebruik te maken van deze standaardvragen. Sommige medewerkers beperken zich grotendeels hiertoe:
R: Als ik ermee te maken krijg, pas ik de werkinstructie toe. We hebben daarvoor een vragenlijst, die ga ik langs.3
Volgens onderstaande medewerker moeten de vragen zelfs gesteld worden van de hoogste rechter:
I: Ja, dus bij een bekering is het moeilijker om te bepalen welke vragen je moet stellen?
R: Nee daar zijn nu ook wel vragen voor hoor, die moet je ook stellen van de Afdeling.4
De meeste medewerkers hanteren de standaardvragen als leidraad waarvan zij afwijken als zij dit nodig achten. Welke vragen worden gesteld, moet volgens onderstaande medewerker afhangen van het verloop van het gehoor.
I: En gebruik je die vragen dan?
R: Die gebruik je wel als standaard. Maar het is natuurlijk altijd afhankelijk van de antwoorden die je krijgt, ook van hoever je daarop doorgaat. Ja, je moet natuurlijk niet blind gaan staren op die vragen. Dat is hooguit een hulpmiddel, als een tomtom in de auto. Ik bedoel, het is fijn om erop af te gaan, maar als jij op een gegeven moment een bordje omleiding ziet en tomtom zegt linksaf en het bordje rechtsaf, dan ga je toch echt rechtsaf. Tenminste, ja, ik wel.5
Ten slotte zijn er medewerkers die, eventueel in samenspraak met collega’s, zelf aanvullende vragen verzinnen.
I: Gebruik je die [standaardvragen]?
R: Ook, maar ik verzin ze ook zelf en ik overleg ook met andere medewerkers.6
In hoeverre asielmedewerkers afwijken van de standaardvragen hangt deels af van de vraag hoe vertrouwd een medewerker zich voelt met het onderwerp. Medewerkers die zelf niet gelovig zijn en zich hiervan ook geen voorstelling kunnen maken, zijn eerder geneigd om zich tot de standaardvragen te beperken. Ze zoeken de hulp van een collega van wie ze verwachten dat hij beschikt over kennis van het onderwerp.
R: Ja, er zijn sommige mensen die erg gericht zijn op herkomst. Anderen hebben een enorme Bijbelkennis. Als ik iets heb over bekeerlingen, weet ik naar wie ik toe moet gaan. Want die persoon heeft heel veel Bijbelkennis. Dus die kan mij nog wat leren. Wil ik wat weten over de herkomst, ga ik naar een ander. Als ik denk dat iemand totaal anders denkt dan ik, is dat niet degene met wie ik het eerst ga sparren. Misschien zou dat wel moeten, maar dat doe ik meestal niet.7
De hieronder aangehaalde medewerker, die zelf religieus is opgevoed, heeft wel vertrouwen in haar kennis en bedenkt de meeste vragen zelf. Gevraagd hoe ze te werk gaat om de oprechtheid van een bekering vast te stellen, antwoordde ze:
R: Je vraagt hem het hemd van het lijf.
I: Verzin je die vragen zelf?
R: Grotendeels wel.
I: En hoe kom je tot die vragen?
R: Nou, ik ben bijna zwarte kousen opgevoed, dus heb een aardige Bijbelkennis opgebouwd inmiddels en aan de hand daarvan stel ik vragen. 8
Bij het stellen van de vragen probeert ze de persoon die tegenover haar zit als uitgangspunt voor haar vraagstelling te hanteren:
I: Heb je nog een favoriete vraag?
R: Wat ik altijd wel aardig vind, is vragen naar favoriete verhalen en dan vraag ik waarom iemand dat als favoriet bestempelt. Dat ga ik wel flink op de details zitten. Van joh, wat is je verhaal? [dan antwoordt de asielzoeker] Ja, ik heb veel gelezen over het leven van Jezus. [de medewerker vraagt] Vertelt u maar, wat gebeurde er toen in het leven van Jezus. [antwoord asielzoeker] Dat weet ik niet. [repliek medewerker] Maar dat was toch uw favoriete verhaal?
I: […] Je begint bij het favoriete verhaal? R: Neu, waar ik mee begin is vragen hoe je was als moslim? Deed je aan bidden, vasten, wat was je band met Allah, wat vond je van alle regels die er waren, hoe ging dat bij jullie in het gezin?
I: Waarom stel je dat soort vragen?
R: […] Als iemand een super-religieus moslim was, is het raar als iemand ineens van geloof switcht. Aan de andere kant, als iemand altijd lang leve de lol was is het ook typisch als iemand ineens zwaar christen wordt. Dus ik kijk eerst altijd hoe het leven er eerder uitgezien [heeft] en wat is er dan met jou gebeurd dat je christen bent geworden. Dat vind ik heel interessant.9
Niet iedereen is overigens overtuigd van het nut van het stellen van vragen naar het favoriete bijbelverhaal van de asielzoeker. De hieronder geciteerde medewerker, die zich als atheïst identificeert, legt uit dat veel bijbelverhalen immers ook in de Koran voorkomen. Dit type vraag zal dus volgens hem weinig inzicht bieden over de mate waarin de asielzoeker zich in de christelijke leer heeft verdiept.
R: Het proces kan ik nog wel in mee. Dat is iets heel anders dan feitenkennis. Ik heb de Bijbel niet eens gelezen. Ook niet de Koran. Ik ben atheïst. Maar ik kan me wel voorstellen dat als je een bekeringsproces doorgaat, wat logisch zou zijn en wat niet. Dat als mensen kulantwoorden geven, dat het kul is. Maar ik wist dus ook niet dat heel veel Bijbelverhalen, dezelfde zijn als in de Koran en de personen die erin voorkomen. Dus ik vroeg in het begin altijd: wat is je favoriete verhaal. Dan zeiden ze iets, maar dat bestaat dan ook in de Koran. Ja…
I: Maar dan is het op zich nog steeds een goed antwoord, toch?
R: Ja, maar zo’n vraag moet ik dus niet meer stellen, daar heb ik niets aan.10
Niet iedere vraag is volgens medewerkers dus even geschikt om de oprechtheid van een bekering te beoordelen. De vraag is enkel relevant als het antwoord informatie oplevert die bruikbaar is om de oprechte bekeerling van de onechte te onderscheiden.
R: Mmjaa, mmmjaa, uiteindelijk zit het in iemands hoofd, daarvan ben je afhankelijk, je kunt dit niet objectiveren. Een doopakte zegt me niets, er zijn kerken die er serieus mee bezig zijn, maar ook kerken als je daar 3x bent geweest, krijg je een doopakte. Waar ik op let is, als de antwoorden te makkelijk zijn, die kan ik ook bedenken. Ik heb niets met het geloof, ben ook geen moslim, maar ik kan wel de 5 zuilen van de Islam opnoemen, dat soort dingen. Jezus is liefde, weet je wel. Ik wil gewoon een beter verhaal horen, waaruit blijkt dat je er echt over nagedacht hebt en niet met antwoorden komt die ik ook 1, 2, 3 kan opnoemen en dat is het.
[…] Als wij op die drie onderdelen gaan vragen, krijg je toch vaak standaard antwoorden van Islam is niets, christendom is geweldig. En van: ik zag dat mensen hier heel vrolijk waren, al die christenen. Je hoeft dit niet en dit niet. Maar dan denk ik: als je helemaal niet gelovig bent, hoeft er helemaal niets. Maar nee. Ja. Weet je. Dan weet je eigenlijk al dat het niet klopt, als ze alleen maar nadelen gaan noemen. Het moet echt zijn ik ben daarin gaan geloven want dat vind je niet bij de Islam, niet bij joden, niet bij ongelovigen. [De asielzoeker] krijgt wel toegang tot Nederland, daar mag je dus best een beetje goed naar kijken. Ik wil merken dat iemand er goed over nagedacht heeft en niet zomaar iets uit zijn hoofd heeft geleerd. Beetje wat vroeger met gewetensbezwaren in militaire dienst was, weet je wel. [Als iemand dan zei:] ‘Ik wil niemand doden’ [was het ook niet], ok ‘bam’ ga maar. Nee, zo gaat het niet. 11
Het stellen van de standaardvragen leidt volgens medewerkers om twee redenen niet noodzakelijkerwijs tot dezelfde besluiten. Ten eerste zijn voor de standaardvragen geen standaardantwoorden beschikbaar en ten tweede wordt aan IND-medewerkers niet voorgeschreven hoe zij de gegeven antwoorden moeten wegen. Dit wordt grotendeels aan de individuele medewerker overgelaten:
R: Dat zie je ook bij de IND. Daarover [het ontbreken van antwoorden en instructies over de weging daarvan] hebben we het al heel vaak gehad en is ook iets waar ik me ontzettend kan storen. Dat het dus soms afhankelijk kan zijn van de individuele medewerker dat een zaak wordt ingewilligd of niet. 12
Volgens deze medewerker is niet iedereen even goed op de hoogte van de instructies. Hij kon zelf als beslisser altijd goed uit de voeten met de gehoren waarop hij heeft moeten beslissen.
R: Het kan ook zijn dat ze niet weten dat die vragenlijst bestaat, of ze kennen de jurisprudentie niet. Je moet niet alleen de feitenkennis bevragen natuurlijk, maar ook het proces van bekering en de wijze van uiting geven daaraan, zowel in land van herkomst, als in Nederland. Voor specifieke landen, als iemand zegt dat hij van plan is om daar specifieke bekeringsactiviteiten te verrichten, ja dan wordt het al een stuk lastiger om te zeggen: ik ga je afwijzen. Maar hoe oprecht is dat? Die oprechtheid, daar kun je best nog wel wat mee. Waar het bij anderen in zit, dat weet ik ook niet precies. Ik weet dat ze die categorie lastig vinden. Je kunt de vragenlijst doen en vragen over het proces. Nou ja, mensen zeggen dan vaak iets als: het zijn zulke lieve mensen hier in Nederland, ik voelde me aangetrokken tot het geloof. Dat zou allemaal best kunnen en dan halen sommige mensen hun schouders op en zeggen ze: ik geloof het wel. Ja. Moeilijk om je vinger op te leggen.
I: Je bent als beslisser afhankelijk van wat de hoormedewerker uit het gehoor haalt.
R: Ja
I: Heb jij dan het idee dat de gehoren waarop jij moet beslissen, als het gaat over bekeringen, jou voldoende houvast bieden voor een beslissing?
R: Ja, de gehoren die ik heb gezien, daar kon ik wel mee uit de voeten. Ik kan me alleen niet herinneren dat ik tot een afwijzing ben gekomen trouwens.
I: Dat toch niet.
R: Nee. Nou ja, als de vreemdeling in alle oprechtheid over zijn bekering heeft gesproken en over de problemen die hij daarmee heeft ondervonden, dan is het ten aanzien van de landen die ik zie al vrij snel een vergunning.13
Ook informatie die niet rechtstreeks verband houdt met een gestelde bekering kan volgens deze medewerker van belang zijn. Als hij kan vaststellen dat een asielzoeker onwaarheden vertelt over andere zaken, kan hij dit ‘doortrekken’ naar de bekering.
I: Wat voor informatie kun je nog meer bij een verklaring over bekering betrekken?
R: Je kunt vragen naar Facebook, als een Iraniër het zegt kun je BZ onderzoek laten doen. Dan kun je nou vragen wat heeft dat nou met een bekering te maken, maar dat heeft weldegelijk iets met de oprechtheid van een persoon te maken. Als je daar een vinger achter krijgt… Als alles wat iemand vertelt over arrestaties, inbeslagnames, en praat over adressen die niet bestaan en BZ kan aantonen dat de informatieve niet klopt, dan kun je met goed fatsoen ook zeggen dat wat hij zegt over zijn bekering ook niet oprecht is.
I: OK, dus die lijn kun je doortrekken, ook nu de POK-toets is afgeschaft?
R: Ja. Ja goed, weet je, het is ook wel eens gezegd dat [als je zegt dat] er in je land een probleem is geweest [als] dat niet [blijkt te] klopt[pen], dat dat niet meteen maakt dat je bekering niet geloofwaardig is. En dat is ook zo. Maar als je heel veel aspecten hebt in een verhaal, met allerlei problemen [zoals] binnenvallen van huiskerken waarvan de adressen niet bestaan, of de mensen van de kerk kennen de betreffende persoon niet, dan kun je met goed fatsoen wel beargumenteren dat die oprechtheid er niet is en dat gaat ook bij de rechtbank nog goed.14
Uiteindelijk willen medewerkers door de antwoorden overtuigd worden van de oprechtheid van een gestelde bekering. Daarvoor is het voor een deel van de medewerkers vooral van belang dat de asielzoeker door middel van zijn verklaringen laat zien goed te hebben nagedacht over zijn bekering, zich heeft verdiept in het geloof en de medewerker kan meenemen in zijn beweegredenen.
Inhoud van de vragen
De medewerkers van de IND vragen naar vier verschillende aspecten om de geloofwaardigheid van een bekeringsverhaal te beoordelen: kennis van het geloof, het motief voor bekering, het proces van bekering en feitelijke vragen omtrent ceremonies en kerkgang. Verschillende medewerkers geven de voorkeur aan verschillende type vragen. De meeste medewerkers verwachten van de asielzoeker dat hij ten minste over enige formele kennis van het geloof beschikt. De waarde die aan de antwoorden op dit soort vragen door de meeste medewerkers wordt toegekend, is echter niet zo groot. Het is voor de medewerkers met name van belang dat de asielzoeker zich enigszins in het geloof heeft verdiept. In welke mate hij over kennis van het geloof moet beschikken, verschilt per persoon. Van iemand die laag is opgeleid en zegt zich pas recent te hebben bekeerd wordt minder formele kennis verwacht dan van iemand die hoog is opgeleid en zegt al geruime tijd te zijn bekeerd. Het is niet zo dat er een bepaalde score moet worden gehaald die als voldoende kwalificeert.
R: […] het ligt er ook aan hoe lang iemand er al mee bezig is, hoe vaak hij een kerk bezoekt. Als iemand al een jaar lang naar de kerk gaat. Iedere zondag. Hij is gedoopt, heeft bijbelles gehad. Kijk, je hoeft niet ieder detail van een feestdag goed te weten, maar als je dan echt basale dingen, of meerdere basale dingen niet kunt noemen dan speelt dat wel mee. En kan het ook echt meespelen voor een afwijzing.15
De hieronder geciteerde medewerker richt zich vooral op de verschillen in betekenis die het geloof voor mensen kan hebben. Aan verklaringen over dat onderdeel lijkt ook in het algemeen meer waarde te worden gehecht dan aan antwoorden op vragen over de leer. Deze medewerker verwijst naar een geval waarin de asielzoeker goed kon uitleggen wat hij of zij in het oude geloof miste en wel vond in het christendom.
R: Ik vind het echt heel interessant. Je ziet ook echt heel erg veel verschil, in hoe mensen kunnen verklaren en hoe vaag ze blijven in hun verklaringen. Vooral vind ik bij eeh de innerlijke…
I: De betekenis?
R: Ja, de betekenis. Van en toen vond ik rust. Maar waar kwam dat dan door? Bij de geloofwaardig gevonden bekeringen, [zie je dat ze] goed [kunnen] vertellen over wat ze misten in hun oude geloofd en nu. Want geloof is altijd heel belangrijk geweest, dus ze weten heel veel van het oude geloof. Ze kunnen nu de feiten van het christendom opdreunen. Dat zegt alleen niets. Dat kun je gewoon geleerd hebben.16
Sommige asielzoekers wekken volgens onderstaande medewerker de indruk wel erg plotseling van geloof te wisselen. Dit is volgens hem een teken dat iemand wellicht niet echt is bekeerd.
I: Ik bedoel, wat zijn in zo’n discussie de uiteenlopende meningen, of ideeën? R: Ja, dat sommige mensen wel heel erg als een blad aan een boom omslaan en zonder enig proces, of noemenswaardig kunnen vertellen hoe dat nou is ontstaan, zich ineens tot het christendom wenden. Dan ga je wat dieper op de
materie zitten, maar als je mensen hebt die een beetje geschoold zijn, middelbaar en misschien wel universitair die best in staat zijn om dingen te kunnen leren en met parate kennis te komen.
I: Wat is dan hier intern de discussie?
R: Of je daarin mee moet gaan of niet. Dan moet je al vrij snel misschien zeggen, die kennis heeft ie wel, maar toch. Het [is niet het] enige wat we beoordelen. Ook het denken en het proces waartoe hij ertoe gekomen is
I: En de betekenis voor hem toch?
R: Ja precies.17
Meerdere medewerkers gaan ervan uit dat een bekeringsproces een rationeel proces is, waarbij de asielzoeker zich gedurende langere tijd verdiept in het nieuwe geloof. Sommige bekeerlingen zeggen zich tot het christendom te hebben bekeerd na een openbaring. Medewerkers hebben hier over het algemeen moeite mee. Toch doen niet alle IND-medewerkers dergelijke verklaringen bij voorbaat als ongeloofwaardig af:
R: […] Ja kijk, ik denk heel anders en denk dan: wat gek allemaal. Maar als iemand dat zegt, of iemand zegt dat hij ziek was en werd ineens weer beter. Ik heb dan wel mijn gedachten daarbij. Maar als iemand dan al een tijdje naar de kerk gaat en zoveel erover vertelt, dan kan ik niet zeggen over die droom: wat een flauwekul. Dat geloof ik niet, dus ik geloof de rest ook niet. Dat kan gewoon niet. Dus ik heb wel eens een herhaalde aanvraag ingewilligd en dat verhaal begon met een droom. Ja.18
b) Deskundigenrapporten
Een tweede bron van informatie die bij de geloofwaardigheidsbeoordeling kan worden betrokken zijn deskundigenrapporten. Gedurende mijn onderzoeksperiode waren er deskundigen die rapporteerden over de oprechtheid van bekeringen. Dit soort rapportages worden meestal pas laat in de procedure ingediend, of worden ten grondslag gelegd aan een herhaalde aanvraag.19 De ge-interviewde medewerkers hebben weinig ervaring met dergelijke rapportages en weten bijvoorbeeld niet te vertellen hoe rechters met deze rapporten omgaan. De jurisprudentie hierover was toen ook nog niet volledig uitgekristalliseerd. Tot op heden worden door de Afdeling nog geen personen of instanties als ‘deskundigen’ aangemerkt op het terrein van bekeringen. De medewerkers die erover zijn geïnterviewd, weten ook niet zo goed hoe zij er zelf mee zouden omgaan. De onderstaande medewerker verklaart hierover in het algemeen dat ieder deskundigenbericht invloed heeft, maar dat de resultaten altijd naast de verklaringen van de asielzoeker worden gelegd.
R: Die komen wel binnen op het ogenblik. Meneer Plaisier en nog eentje, die worden door advocaten als deskundige ingeschakeld. Dus dat soort rapporten komen wel binnen als deskundigenbericht.
I: Moeten die rapporten ook door de rechter worden beschouwd als deskundigenbericht?
R: Dat weet ik niet eigenlijk.
I: Maar ze worden door jullie, door jou beschouwd als..
R: Niet door mij, maar door advocaten wel. Ze worden niet door de IND ingeschakeld, maar door de advocaat. Die zijn vrij uitgebreid.
I: Wat denk je als je zo’n rapport binnenkrijgt?
R: Ik ben niet zo godsdienstig. Ik weet niet.
I: Ik bedoel: is het dan zo dat je dan denkt: het maakt mij niet uit wat ik allemaal zie, want we hebben hier een rapport waarvan we de conclusie kunnen overnemen?
R: Nee, niet 1 op 1. Je legt het altijd op de verklaringen van de asielzoeker. Dan ga je kijken of het verklaringen bevestigt, of het klopt. Maar elk deskundigenrapport maakt de zaak van een asielzoeker toch wel sterker. Als die de verklaringen ondersteunt. Anders zou je de deskundigheid van iemand onderuit moeten halen, dat is als leek natuurlijk bijna niet te doen.[…]
Dus in die zin heeft bijna ieder deskundigenrapport in mijn ogen invloed.
I: Dat maakt het wel makkelijker dan, toch? Als er zo’n rapport is. Of juist moeilijker?
R: Als je richting inwilliging gaat wel, als je richting afwijzing gaat niet natuurlijk.20
c) Doopaktes
Een derde bron van informatie zijn doopaktes en brieven van religieuze vertegenwoordigers. Doopaktes worden in beginsel door IND-medewerkers gezien als een begin van bewijs.
R: We hebben ook nog te maken met documenten, doopaktes enzovoorts.
I: Hoe weeg je die in de procedure?
R: Ja, dat weeg je ook mee. Dat is wel zeg maar een begin van bewijs, dat er mogelijk sprake is van een bekering. Maar dan moet je nog steeds weten of die bekering oprecht is.
I: Dus het hoeft niet hetzelfde gewicht als een deskundigenonderzoek?
R: Nee.21
De waarde die aan die doopakte wordt toegekend, is echter in de meeste gevallen beperkt. Hoeveel waarde eraan wordt toegekend hangt vooral af van de reputatie van de kerk die de akte heeft verstrekt en van de authenticiteit ervan. Om de authenticiteit van de akte vast te stellen, wordt deze soms onderzocht door bureau documenten van de IND. Daarnaast is de aan de akte toegekende waarde afhankelijk van de moeite die de asielzoeker heeft moeten doen om deze te verkrijgen. Als hij daarvoor gedurende langere tijd les heeft gevolgd bij een kerk en veel heeft gesproken met bijvoorbeeld de dominee, wordt aan de akte meer gewicht toegekend dan wanneer de asielzoeker zich bijvoorbeeld alleen op zondagmiddag heeft hoeven te melden voor de doopceremonie. Wanneer een doopceremonie heeft plaatsgevonden, verschaft dit medewerkers van de IND tevens de gelegenheid om naar de feitelijkheden omtrent de doopceremonie te vragen.
Soms ontvangt de IND brieven. Ook die versterken soms het verhaal van de asielzoeker in de ogen van de medewerker. Hoeveel gewicht aan een dergelijke brief wordt toegekend, hangt wel weer af van de reputatie van de opsteller.
R: Vaak zit er een brief bij van een voorganger ofzo, die daar wat over zegt. Daarmee versterk je je verhaal natuurlijk wel. Als de voorganger vertelt over de gesprekken die zijn gevoerd voor de doop. Of wat iemand beweegt, iemands levensverhaal. Maar het gaat om het gehele proces. Ook als je niet oprecht bent bekeerd, kun je ergens naartoe gaan. Bijvoorbeeld de Koruskerk, waar je binnen een dag wordt gedoopt. Kijk, dat zegt me gewoon niet zoveel.
I: Maar geef je dan een ander gewicht aan zo’n akte als je weet dat ie daarvandaan komt?
R: Kijk er zijn gewoon organisaties waarvan bekend is dat ze flitsbekeringen doen. Daarvan wordt dan wel gezegd: daar hechten we minder waarde aan.
I: Schrijf je dat ook in je beschikking op?
R: Dat is volgens mij ook in de jurisprudentie naar voren gekomen.22
Een doopakte alleen is niet doorslaggevend, maar wordt in samenhang met de verklaringen van de asielzoeker betrokken in de beoordeling.
I: Wat doe je daar [doopakte] dan mee?
R: Ja, als het een doopakte is, is iemand ook echt gedoopt. Dat zegt nog niets over iemands innerlijke overtuiging. Dus eeh…
I: Speelt dat een rol in jouw beoordeling? Is dat een plusje?
R: Nee hoor, dat is helemaal niets merk ik. We hebben de Koerdische kerk waar op zondag […] iedereen zich [kan] laten dopen. Daar hoef je helemaal geen kennis voor te hebben weten we gewoon, dus dat zegt me niet zoveel.
I: Dat [een doopakte van de Koerdische kerk] betrek je dan ook niet in je beoordeling?
R: Jawel, hij onderbouwt daarmee dat hij gedoopt is. Maar dat zegt niets over de innerlijke overtuiging.
I: En het feit dat iemand gedoopt is?
R: Dat kan wel wat zeggen. Maar het ligt er ook aan, als ik een doopakte krijg van de Koerdische kerk denk ik echt van… ooh, daar hebben we er weer een. Dan vraag ik tijdens het gehoor ook van: goh, u bent bij de Koerdische kerk gedoopt? Wat heeft u moeten overleggen, heeft u een gesprek gehad met de voorganger? Nee, nee, we weten gewoon op welke zondag we moesten komen, toen werd onze naam genoteerd. Kennis van de Bijbel? Nee, nee, dat hoefde niet. Wat weet u daar dan van en waarom dan. Maar je hebt ook kerkgemeenschappen waar het anders ligt, dat je een brief krijgt van de pastoor van hij komt hier al jaren in de kerk. Dat vind ik dan best serieus ja.
I: Ja?
R: Daar hecht je een andere waarde aan.
I: Dus per geval.
R: Ja per geval kijk je en ook naar de verklaringen die de asielzoeker daarover aflegt.
I: Heb je dan een databank met welke kerken wel en welke geen betrouwbare..
R: Nee, de ervaring leert wel dat de Koerdische kerk, dat staat volgens mij ook wel op intranet, dat daar eeh dat klopt.
I: Dus dat voorbeeld heb je dan, en bij andere?
R: Ja, maar dan nog moet je per geval kijken wat iemands innerlijke overtuiging is. Als iemand daar uitgebreid over kan vertellen en iemands kennis van de Bijbel is allemaal perfect en overtuiging is oprecht en hij heeft een akte van de Koerdische Kerk, dan ja, ok.23
Ook deze medewerker zegt iets vergelijkbaars:
R: Je hebt soms een verklaring van een pastoor. Daarin staat dan hij, terwijl het om een vrouw gaat. Dan is het zo’n standaard brief. Of we hadden een verklaring van iemand. Toen hebben we gevraagd: wat moest je doen om die verklaring te krijgen? In die verklaring stond dat was beoordeeld dat diegene bekeerd christen is. Als je dan vraagt: wat moest je doen voor die verklaring. Antwoord: ik zei het en ik kreeg het. Dus er is helemaal geen toetsing geweest. Dus dat neem je wel mee. Maar dan moet je dus weten hoe dat tot stand is gekomen.
I: En dat doe je door het stellen van vragen aan de asielzoeker? Niet door te bellen met de pastoor?
R: Nee, dat doen we niet. Nee.
I: Denk jij dat als je kijkt naar bijvoorbeeld de laatste vijf bekeringszaken die jij hebt gehad, dat als je die zaken aan vijf collega’s laat zien, dat die allemaal dezelfde beslissing zouden nemen?
R: Nee. Nee. Nee. Ja. Soms is het gewoon heel duidelijk dat iemand ergens niets van weet. Dan zit je er ook weer mee dat niet iedereen dezelfde achtergrond heeft. En niet iedere IND’er heeft dezelfde opleiding gedaan. We hebben wel allemaal hier een opleiding gehad, maar dat is toch anders.24