Bijzonder ontslagprocesrecht
Einde inhoudsopgave
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/10.1:10.1 Inleiding en plan van aanpak
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/10.1
10.1 Inleiding en plan van aanpak
Documentgegevens:
Mr. D.M.A. Bij de Vaate, datum 30-12-2014
- Datum
30-12-2014
- Auteur
Mr. D.M.A. Bij de Vaate
- JCDI
JCDI:ADS360691:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Op 29 november 2013 is het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 1-3). Op 18 februari 2014 heeft de Tweede Kamer, na enkele amenderingen, ingestemd met het wetsvoorstel (Kamerstukken I 2013/14, 33 818, nr. A).
Handelingen I 2013/14, nr. 33, 9, p. 1. Wet van 14 juni 2014, Stb. 2014, 216.
Stb. 2014, 274.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na een uitzonderlijk snelle parlementaire behandeling,1 is op 10 juni 2014 de Wet werk en zekerheid aangenomen door de Eerste Kamer.2 Daardoor zal op 1 juli 2015 een nieuw ontslag(proces)recht in werking treden.3 In dit laatste deel van het onderzoek staat de vraag centraal welke gevolgen deze wet heeft voor het huidige verdund procesrecht, alsmede de vraag of op grond van art. 6 EVRM en de rechtsbescherming dezelfde of wellicht andere bezwaren tegen het nieuwe stelsel kunnen worden ingebracht. Daarnaast wordt het nieuw voorgestelde ontslagprocesrecht gespiegeld aan de rechtsvergelijkende bevindingen in dit onderzoek ten aanzien van de Duitse en Italiaanse alternatieven voor het verdund procesrecht.
In paragraaf 10.2 volgt allereerst een korte uiteenzetting van de ratio voor de herziening van het ontslagrecht en de wijze waarop het ontslagrecht krachtens de Wet werk en zekerheid wordt herzien. Achtereenvolgens komen de wijzigingen in de opzegging met toestemming van het UWV en de ontbindingsprocedure aan bod. Tevens wordt kort ingegaan op de invoering van een transitievergoeding. Paragraaf 10.3 gaat vervolgens in op de gevolgen van de nieuwe wet voor de overeenstemming van de UWV-procedure nieuwe stijl met art. 6 EVRM. Vervolgens staat de vraag centraal welke consequenties de wet heeft voor de huidige procesrechtelijke bijzonderheden in de preventieve ontslagprocedures. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het bewijsrecht (paragraaf 10.4) en de rechtsmiddelen van hoger beroep en cassatie (paragraaf 10.5). In het kader van die laatste paragraaf vindt tevens een spiegeling plaats van de wet aan de in dit onderzoek beschreven ervaringen in Duitsland en Italië. Na de Wet werk en zekerheid van kritische kanttekeningen te hebben voorzien volgt in paragraaf 10.6 een korte uiteenzetting over de vraag: hoe moet het dan wel? Afgesloten wordt in paragraaf 10.7 met een conclusie.