Einde inhoudsopgave
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/10.5
10.5 Hoger beroep en cassatie
Mr. D.M.A. Bij de Vaate, datum 30-12-2014
- Datum
30-12-2014
- Auteur
Mr. D.M.A. Bij de Vaate
- JCDI
JCDI:ADS353523:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 34.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 35.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 35. Vgl. Wetzels 2014, p. 81.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 35.
Wat precies deze voorzieningen kunnen zijn maakt de memorie van toelichting niet duidelijk. Vgl. Van Slooten 2014a, p. 163. In de memorie van antwoord geeft de regering aan dat de rechter vrij is om, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, te bepalen welke voorzieningen hij aangewezen acht. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het repareren van pensioenschade door de onderbreking. Zie Kamerstukken I 2013/14, 33 818, nr. C, p. 114.
Kamerstukken I 2013/14, 33 818, nr. C, p. 110 en 114.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 119.
Kamerstukken I 2013/14, 33 818, nr. E, p. 17.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 35.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 4, p. 58.
Kamerstukken I 2013/14, 33 818, nr. C, p. 115.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 120.
Ook indien geen vergoeding is toegekend. Kamerstukken II 2013/14, 33 988, nr. 3, p. 13.
Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 35.
De Wet werk en zekerheid maakt tegen de uitspraak van de kantonrechter in alle ontslagprocedures hoger beroep en cassatie mogelijk (art. 7:683 nieuw BW).1 Dit betekent dat zowel tegen de uitspraak van de kantonrechter in het kader van een vernietigingsprocedure als een herstelprocedure, maar ook tegen de ontbindingsbeschikking hoger beroep en cassatie mogelijk wordt. Artikel 7:683 lid 1 nieuw BW bepaalt wel dat het hoger beroep of cassatie de tenuitvoerlegging van de beschikking in eerste aanleg niet schorst. Dit brengt mee dat aan de beschikking in eerste aanleg, ondanks het ingestelde hoger beroep, gevolg moet worden gegeven.2 Is de ontbinding van de arbeidsovereenkomst toegewezen, dan eindigt daarmee de arbeidsovereenkomst. Wordt na opzegging met toestemming van het UWV, het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst toegewezen, dan blijft de werknemer in dienst totdat in hoger beroep of cassatie anders wordt beslist.3 Volgens de regering wordt hiermee de rechtszekerheid voor zowel de werkgever als de werknemer bevorderd.4
Het derde lid van het nieuwe art. 7:683 BW regelt de mogelijkheden indien in hoger beroep of na verwijzing in cassatie wordt geoordeeld dat het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten onrechte is toegewezen, of dat het verzoek van de werknemer tot vernietiging van de opzegging of tot herstel van de arbeidsovereenkomst ten onrechte is afgewezen. In dat geval kan de beroepsrechter de werkgever veroordelen tot herstel van de arbeidsovereenkomst en voorzieningen treffen omtrent de rechtsgevolgen van de onderbreking van de arbeidsovereenkomst.5 Indien tot herstel wordt veroordeeld, bepaalt de rechter tevens tegen welk tijdstip de arbeidsovereenkomst wordt hersteld (art. 7:683 lid 4 jo art. 7:682 lid 6 nieuw BW). Dit tijdstip kan in het verleden liggen. Herstel met terugwerkende kracht is mogelijk, aldus de memorie van antwoord.6 Indien de werkgever wordt veroordeeld om de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht te herstellen tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigde, hoeft de rechter, afgezien van een beslissing over eventuele terugbetaling van de transitievergoeding,7 geen voorzieningen te treffen omdat er geen sprake is van een onderbreking van de arbeidsrelatie.8 Ligt herstel naar het oordeel van de rechter in hoger beroep niet in de rede, dan kan hij in plaats van herstel, aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen.9 In de parlementaire geschiedenis merkt de regering op dat gezien het tijdsverloop de rechter daartoe vermoedelijk vaak zal overgaan.10 In de hoogte van deze billijke vergoeding moet tot uitdrukking worden gebracht dat de vergoeding een alternatief is voor het herstel van de arbeidsovereenkomst.11
In de spiegelbeeldige situatie, waarin de rechter in hoger beroep of na verwijzing in cassatie oordeelt dat het verzoek van de werkgever of de werknemer tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in eerste aanleg ten onrechte is afgewezen, of het verzoek van de werknemer tot vernietiging van de opzegging of herstel van de arbeidsovereenkomst in eerste aanleg, ten onrechte is toegewezen, bepaalt hij op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst eindigt (art. 7:683 lid 5 en 6 nieuw BW). Dit betreft een tijdstip in de toekomst. De arbeidsovereenkomst kan niet met terugwerkende kracht beëindigd worden.12
Tot slot bepaalt het tweede lid van het nieuwe art. 7:683 BW dat hoger beroep en cassatie tegen een op verzoek van de werknemer toegewezen ontbinding uitsluitend betrekking kunnen hebben op de vergoeding.13 In die situatie zal herstel van de arbeidsovereenkomst door de werknemer niet worden verlangd, aldus de memorie van toelichting.14
10.5.1 Verdund procesrecht10.5.2 Spanning rechtsbescherming en snelle zekerheid10.5.3 Kritische beschouwing mede in het licht van de ervaringen in Duitsland en Italië