Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/11.5:11.5 Overheidsverplichtingen voor een schending van gerechtvaardigd vertrouwen
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/11.5
11.5 Overheidsverplichtingen voor een schending van gerechtvaardigd vertrouwen
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685397:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Par. 4.2.
Par. 4.2.
Par. 4.3. Ik benadruk dat mijn onderzoek ziet op resultaatgerichte, gerichte, eenzijdige overheidstoezeggingen. Ik betoog niet dat in algemene zin toezeggingen als rechtshandelingen moeten worden aangemerkt. Daarvoor moet een bindingswil van (in dit onderzoek) de overheid worden aangetoond.
Par. 4.3.
Par. 4.4.
Par. 4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bovenstaande overwegingen leiden tot het volgende aangepaste toetsingskader voor (de gevolgen van) het vaststellen van een schending van gerechtvaardigd vertrouwen. Dit kader doet meer recht aan het rechtsstatelijk belang van informatieverstrekking door de overheid en zoekt een oplossing voor het huidige gebrek aan rechtseenheid, rechtsconsistentie en rechtsbescherming ten aanzien van onder andere schadevergoeding en de rechtsgevolgen die kunnen voortvloeien uit niet-nagekomen overheidstoezeggingen en onjuiste informatieverstrekking.
Bevoegdhedenovereenkomsten bij de bestuursrechter
Omschrijving
Huidig kader
Aanpassingen
Vertrouwenwekkende bepalingen in een overeenkomst waarin een overheidslichaam zich ertoe verplicht (zich in te spannen) bepaalde besluitvorming tot stand te brengen.1
Verplicht mee te nemen belang bij op de overeenkomsten volgende appellabele besluiten.
Indien sprake is van een resultaatsverplichting en de overheid komt haar verplichting niet na, moet dat – indien het gerechtvaardigd vertrouwen het moet afleggen in de derde stap van het stappenplan – leiden tot vergoeding van het positief belang.
Een bevoegdhedenovereenkomst heeft gelet op haar inhoud (vaak inspanningsverplichting) geen doorslaggevende invloed op de besluitvorming. Dit kan anders zijn indien sprake is van een resultaatsverplichting en afwezigheid van derdebelangen.
Bevoegdhedenovereenkomsten bij de civiele rechter
Omschrijving
Huidig kader
Aanpassingen
Een meerzijdige privaatrechtelijke overeenkomst waarin een overheid zich ertoe verplicht (zich in te spannen) bepaalde besluitvorming tot stand te brengen.2
Vergoeding van de vermogensrechtelijke gevolgen van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van het contracterende overheidslichaam kan worden gevorderd op grond van wanprestatie.
Geen wijzigingen.
Eenzijdige toezeggingen bij de bestuursrechter
Omschrijving
Huidig kader
Aanpassingen
Een resultaatgerichte belofte waarin een bestuursorgaan een bepaalde aanwending van zijn publiekrechtelijke bevoegdheden in het vooruitzicht stelt.3
Vertrouwenwekkende uitlating die kan leiden tot een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. Een toezegging kan een doorslaggevend belang vormen voor het slagen van een beroep op het vertrouwensbeginsel.
Indien nakoming van een toezegging op grond van stap 3 van het stappenplan niet mogelijk is, bestaat mogelijk een recht op schadevergoeding wegens een schending van gerechtvaardigd vertrouwen.
Stap 1 van het stappenplan: Erkenning van het in beginsel bindende karakter van een toezegging.
Stap 2 van het stappenplan: Meer maatwerk bij het ‘goede gronden criterium’, waaronder niet langer een principiële uitsluiting van vertrouwen op medewerkers die geen specifieke kennis of deskundigheid bezitten.
Stap 3: Schadevergoedingsregime in geval van niet-nakoming toezegging is vergoeding van het positief belang.
Duidelijk onderscheid tussen de gevolgen van een onrechtmatige of onjuiste toezegging en niet-nakoming van een bevoegd gedane toezegging.
Eenzijdige toezeggingen bij de civiele rechter
Omschrijving
Huidig kader
Aanpassingen
Een verbintenisscheppende eenzijdige rechtshandeling waarin een overheid een bepaalde privaat- of publiekrechtelijk handeling in het vooruitzicht stelt die tot een nakomingsverplichting van overheidszijde leidt.4
Een toezegging die leidt tot een nakomingsverplichting en indien nakoming niet (meer) mogelijk is, tot een schadevergoedingsverplichting van het positief belang.
Erkenning van de toezegging als rechtshandeling die uit eigen hoofde bindt. Voor een daaruit voortkomende schadevergoedingsvordering wordt geen aansluiting gezocht bij het kader van de onrechtmatige daad, maar bij dat van wanprestatie
De civiele rechter moet de verhouding tussen de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van artikel 3:61 lid 2 BW en het goede gronden criterium van stap 2 van het stappenplan verduidelijken door structureel aan te sluiten bij het goede gronden criterium zoals ontwikkeld door de bestuursrechter.
De civiele rechter moet ten aanzien van vergoeding voor de tekortkoming in de nakoming van een toezegging geen aansluiting zoeken bij het stappenplan van het vertrouwensbeginsel, maar vanuit het civielrechtelijke systeem de gevolgen van een schending van gerechtvaardigd vertrouwen vaststellen. Dat betekent dat een gerichte, eenzijdige, resultaatgerichte toezegging leidt tot een nakomingsverplichting en bij niet-nakoming tot vergoeding van het positief belang.
Inlichtingen bij de bestuursrechter
Omschrijving
Huidig kader
Aanpassingen
Kennisoverdracht van een bestuursorgaan aan een burger in het kader van een te nemen appellabel besluit over de publiekrechtelijke positie van een burger in het bestuursrecht of civiel recht. Deze kennisoverdracht kan zien op de concrete situatie van een belanghebbende (bijvoorbeeld de bestemming van zijn perceel) maar ook algemene informatie kan onder voorwaarden gerechtvaardigd vertrouwen wekken.5
Mogelijk mee te spelen vertrouwenwekkende uitlating bij een beroep op het vertrouwensbeginsel. Vaak niet aangemerkt als een vertrouwenwekkende uitlating nu een inlichting niet noodzakelijkerwijs ziet op een concrete aanwending van bestuursrechtelijke bevoegdheden (geen ‘welbewuste standpuntbepaling’).
Op grond van de rechtsstatelijke achtergrond van informatieverstrekking en het belang van rechtseenheid, is erkenning nodig van de inlichting als vertrouwenwekkende uitlating die kan leiden tot een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel.
Een inlichting is vertrouwenwekkend indien een belanghebbende in een concreet geval op de juistheid en volledigheid van de inlichting mocht vertrouwen (conform het civielrechtelijke kader). Als de inlichting niet onlosmakelijk samenhangt met een appellabel besluit, moet de rechtmatigheid daarvan door de civiele rechter worden beoordeeld.
Een inlichting die het af moet leggen in de derde stap van een beroep op het vertrouwensbeginsel, kan voor de belanghebbende slechts tot vergoeding van het negatief belang (de dispositieschade) leiden. Indien in dat geval geen sprake is van schade, ontvangt belanghebbende geen schadevergoeding.
Inlichtingen bij de civiele rechter
Omschrijving
Huidig kader
Aanpassingen
Kennisoverdracht van of namens de overheid aan een burger over zijn positie in het bestuursrecht of civiel recht. Deze kennisoverdracht kan zien op de concrete situatie van een belanghebbende (bijvoorbeeld de bestemming van zijn perceel) maar ook algemene informatie kan onder voorwaarden gerechtvaardigd vertrouwen wekken. Deze informatieverstrekking wordt in het civiele recht gekwalificeerd als feitelijk handelen.6
In een concreet geval kan op een overheid een waarheidsplicht rusten op grond waarvan zij juiste en volledige inlichting moet verstrekken. Indien zij dat niet doet, levert dat een schending van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm op. Die schending leidt tot vergoeding van de dispositieschade.
Een onrechtmatige inlichting kan niet een grondslag vormen voor een schadevergoedingsvordering bij de civiele rechter indien zij onlosmakelijk samenhangt met appellabele, rechtmatige besluitvorming.
Explicitering grondslag van de schadevergoedingsplicht: schending van een waarheidsplicht door de overheid.
Explicitering van de voorwaarden voor aannemen onlosmakelijke samenhang voor een duidelijkere rechtsmachtverdeling: door een burger moet worden bewezen dat (i) de inlichtingen los van het rechtmatige besluit onrechtmatig zijn (de overheid heeft met de inlichting de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm geschonden); (ii) de inlichtingen tot schade hebben geleid en (iii) schade als gevolg van de inlichting niet aan de orde kan worden gesteld in een bestuursrechtelijke procedure gericht tegen de vernietiging van het daarop genomen besluit.