Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/11.4:11.4 Subvraag 3 en 4: Invulling toetsingskaders door de bestuursrechter en civiele rechter
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/11.4
11.4 Subvraag 3 en 4: Invulling toetsingskaders door de bestuursrechter en civiele rechter
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685360:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Subvragen 3 en 4 zien op de invulling van de materiële voorwaarden voor het vaststellen van (de gevolgen van) een schending van gerechtvaardigd vertrouwen. Die toetsingskaders lijken weliswaar sterk te verschillen, maar dat valt bij een nadere ontleding mee.
Bij de invulling van de bestuursrechtelijke en civielrechtelijke toetsingskaders gaat het in de kern steeds om dezelfde vragen: (I) leidt een overheidsuitlating gelet op haar inhoud tot gerechtvaardigd vertrouwen;1 (II) is een overheidsuitlating afkomstig van een bevoegd of deskundig persoon of kan zij worden toegerekend aan het bevoegde orgaan of overheidslichaam2 en (III) moet – gelet op alle omstandigheden van het geval – een overheidsuitlating leiden tot een verplichting van de overheid om het gewekte vertrouwen te honoreren in de vorm van het toewijzen van een nakomingsvordering of vernietiging van een besluit wegens een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, resteert (slechts) een schadevergoedingsvordering of geen van beide?3
Met die ontleding van de toetsingskaders kan ik de invulling door de bestuursrechter en de civiele rechter (en daarmee subvragen 3 en 4) gezamenlijk behandelen.
11.4.1 Vraag I: Is de uitlating vertrouwenwekkend?11.4.2 Vraag II: Van wie is de uitlating afkomstig?11.4.3 Vraag III: Wat moeten de gevolgen zijn van de vertrouwensschending?