Einde inhoudsopgave
De procesovereenkomst (BPP nr. XIII) 2012/8.4.4
8.4.4 Jurisprudentie
M.W. Knigge, datum 24-10-2012
- Datum
24-10-2012
- Auteur
M.W. Knigge
- JCDI
JCDI:ADS385943:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 1 juli 1993, NJ 1994, 461, m.nt. HJS (De Drie HLO's/Gem. Den Haag), r.o. 3.4.
HR 16 januari 1998, NJ 1999, 284, m.nt. M.H. Claringbould (Handelsveem/Annico), r.o. 4.7.
Zie bijv. HR 17 januari 2003, NJ 2004, 280, m.nt. HJS (ABN AMRO/Teisman), r.o. 3.2; HR 20 januari 2006, NJ 2006, 77 (Grünland c.s./Sagro), r.o. 4.2 e.v.; HR 27 maart 1992, NJ 1993, 97, m.nt. HJS (Nusselder/Nederlandse Liquidatiekas), r.o. 3.3; zie ook r.o. 4.4 en 4.6 van HR 16 januari 1998, NJ 1999, 284, m.nt. M.H. Claringbould (Handelsveem/Annico).
Zie bijv. HR 17 december 1993, NJ 1994, 348, m.nt. JCS onder HR 17 december 1993, NJ 1994, 350 (Esmil/Enka), r.o. 3.4; HR 14 februari 2003, NJ 2008, 412, m.nt. P. Vlas (Aegon c.s./Rendite c.s.), r.o. 3.12.
HR 28 oktober 1988, NJ 1989, 765, m.nt. JCS (Harvest Trader), r.o. 3.1; zie ook HR 16 april 1999, NJ 2001,1, m.nt. PV (Brown q.q./Ultrafin c.s.), r.o. 3.3.2.
In de jurisprudentie valt weinig steun te vinden voor het standpunt dat uit procesovereenkomsten rechten en verplichtingen voor partijen voortvloeien. Sporadisch zijn er aanwijzingen te vinden dat dit wellicht het geval is. Dit geldt bijvoorbeeld voor een aantal uitspraken van de Hoge Raad met betrekking tot de overeenkomst tot arbitrage. In het arrest De Drie HLO's/Gem. Den Haag ging het om de vraag in hoeverre een vereniging die de belangen van haar leden behartigde, een arbitraal beding waaraan haar leden gebonden waren, tegen zich moest laten gelden. De Hoge Raad overwoog:
‘Niet kan worden aanvaard dat in zulk een geval de wederpartij verstoken zou blijven van het door haar bedongen recht een eventueel geschil door arbiters te doen beslechten (...).'1 (cursivering MWK)
In de zaak Handelsveem/Annico overwoog de Hoge Raad:
‘Tenslotte miskent dit onderdeel (. ) dat tot de rechten van Annico uit de bevrachtingsovereenkomst eveneens behoort de bevoegdheid om eventuele geschillen door arbiters te Londen te doen beoordelen. 2 (cursivering MWK)
Het is echter de vraag of de Hoge Raad hiermee wel iets heeft willen zeggen over de obligatoire werking van de overeenkomst tot arbitrage. Wellicht heeft hij enkel tot uitdrukking willen brengen dat de betreffende partij aan het arbitragebeding gebonden is. In andere uitspraken gebruikt de Hoge Raad ook wel meer neutrale bewoordingen, zoals 'binding aan of 'gelding van een arbitragebeding.3 De Hoge Raad maakt dan wel duidelijk dat het arbitraal beding tussen bepaalde partijen van toepassing is, maar laat in het midden of dit verbintenissen voor partijen meebrengt.
Ook in zijn arresten met betrekking tot de overeenkomst tot forumkeuze spreekt de Hoge Raad over het algemeen neutraal over 'binding van partijen aan de overeenkomst, en merkt daarbij dus niet op dat er rechten en verplichtingen uit de overeenkomst voortvloeien.4 Wel overweegt de Hoge Raad in het arrest Harvest Trader:
‘Het gaat in deze zaakom de procesrechtelijke gevolgen van een contractueel beding waarbijpp. een buitenlandse rechter bij uitsluiting bevoegd hebben verklaard om kennis te nemen van uit hun overeenkomst voortvloeiende geschillen. 5
Uit het feit dat de Hoge Raad uitdrukkelijk vooropstelt dat het in dit arrest gaat om de procesrechtelijke gevolgen, zou kunnen worden afgeleid dat een dergelijke overeenkomst volgens de Hoge Raad daarnaast nog andere gevolgen heeft. Wellicht doelt hij daarbij op de obligatoire werking van een dergelijke overeenkomst.
Al met al biedt de jurisprudentie weinig steun voor het standpunt dat uit procesovereenkomsten ook verbintenissen voor partijen voortvloeien.