Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/6.3.2.1
6.3.2.1 Een onroerende zaak
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS385881:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierboven p. 97 over de gevolgen van de wet van 23 maart 1855 en het decreet van 4 januari 1955 voor het hypotheekrecht.
Voor de goede orde merk ik nogmaals op dat de inschrijving in de registers ter verkrijging van derdenwerking niets afdoet aan het principe van de overdracht solo consensu. Partijen kunnen zich niet op de ongeldigheid van de overdracht beroepen vanwege het ontbreken van registratie. Na de eerste verkoop van een onroerende zaak gaat de eigendom over op de eerste koper, deze overdracht heeft evenwel jegens derden – waaronder een tweede koper – geen effect zolang registratie niet heeft plaatsgevonden. Zie Larroumet 2006, nr. 389.
Zie Aubry & Rau II, § 174. Sinds 1855 bepaalt de registratie de rangorde. Ten aanzien van het recht van voor 1855 werd wel opgemerkt dat het voor een koper van een onroerende zaak nooit zeker was of hij daadwerkelijk eigenaar werd. Zie Piedelièvre 2000, nr. 15.
Opgemerkt dient te worden dat het ontbreken van publiciteit niet per definitie de derdenwerking aan het recht ontneemt. Een verkrijger ter kwader trouw zal een ouder doch ongeregistreerd recht tegen zich moeten laten gelden. Zie de hierboven op p. 100 in voetnoot 54 besproken rechtspraak.
Hoewel het beginsel van art. 711 Cc voor de eigendomsverkrijging van alle zaken geldt, heeft het ten aanzien van onroerende zaken sinds de hierboven besproken wetswijzigingen van 1855 en 1955 behoorlijk aan betekenis ingeboet.1 De verkrijging van registergoederen moet sindsdien worden geregistreerd voordat de eigendomsovergang derdenwerking heeft. De eigendomsoverdracht van een onroerende zaak kan derhalve pas aan derden worden tegengeworpen nadat het recht van de verkrijger in de registers is ingeschreven. Indien de verkoper na de verkoop de zaak nogmaals heeft vervreemd – of met andere zakelijke rechten zoals een hypotheek of een erfdienstbaarheid heeft bezwaard – hoeft de verkrijger, mits hij zijn eigendomsrecht heeft geregistreerd, die zakelijke rechten niet te eerbiedigen. Conflicten tussen meerdere gerechtigden tot eenzelfde onroerende zaak zijn eenvoudig te beslechten omdat alleen aan rechten die zijn ingeschreven derdenwerking toekomt.2 De datum van inschrijving is dan bepalend voor het antwoord op de vraag wie van beide kopers zijn eigendomsrecht aan de ander kan tegenwerpen. De rechten van beide verkrijgers verhouden zich tot elkaar conform de prioriteitsregel in die zin dat de rangorde op basis van de volgorde van registratie wordt vastgesteld.3 Het moment waarop de rechten tot stand zijn gekomen is niet relevant, omdat volgens art. 30, eerste alinea van het decreet van 4 januari 1955 de eigendomsrechten op onroerende zaken voor de publicatie niet aan derden kunnen worden tegengeworpen.4