Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/4.3.3
4.3.3 De contraproductiviteit van dwang
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS375094:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Drion (1962) 1982, p. 105.
Sharpe 1992, nr. 7-28.
Martin 2005, nr. 24-024, p. 739.
Jones & Goodhart 1996, p. 44-54. Zie ook par. 8.2.6.
Dat de rechter het dictum voldoende concreet dient te omschrijven, geldt in alle onderzochte rechtsstelsels als noodzakelijk voorwaarde voor de executie. Voor Duitsland, bijv. Schlechtriem & Schmidt-Kessel 2005, nr. 198, p. 104; voor Frankrijk Robin 2006, nr. 52, p. 34; voor Nederland met betrekking tot de formulering van een rechterlijk verbod Van Nispen 1978, p. 397 e.v.
Burrows 2004, p. 482; en Spry 2001, p. 119.
Debily 2002, nr. 101, p. 115.
CH Gides & Co Ltd v Morris and others [1972] 1 All ER Ch.D. 960, op p. 969-970.
De omschrijfbaarheid van de prestatie en de bepaaldheid van het dictum zijn daarentegen wel onderwerpen die spelen op het aan nakoming grenzende terrein van het gerechtelijk verbod en bevel bij een (dreigende) onrechtmatige daad (art. 3:296 BW), zie Van Nispen 1978, p. 416-441. Vgl. ook Mak 2006, p. 134.
HR 11 maart 1983, NJ 1983, 585 m.nt. Pas, de omstandigheid dat partijen nog verdeeld zijn over de concrete resultaten waartoe de in de overeenkomst vervatte afspraken moeten leiden, sluit niet uit dat de nakoming van deze verplichting door een met bedreiging van een dwangsom versterkte veroordeling tot nakoming in rechte kan worden afgedwongen.
HR 15 november 2002, NJ 2004, 410, r.o. 3.5.
Niet te ontkennen valt evenwel dat bij een veroordeling tot schadevergoeding de rechter zich slechts één keer dient uit te spreken over de zaak, terwijl bij een veroordeling tot nakoming de rechter herhaaldelijk geadieerd kan worden: eerst bij het uitspreken van de veroordeling en vervolgens bij eventuele executiegeschillen over de naleving van de veroordeling.
Rechtbank Groningen (Sector Kanton), 17 oktober 2007, 325896 CV EXPL 07-5278, overweging 5.9 (Events Groep/Sinterklaas Verhuur).
Met de vaststelling dat een veroordeling tot nakoming van een verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening in beginsel mogelijk moet zijn, is de uitzondering van art. 3:296 'de aard der verplichting' evenwel niet betekenisloos geworden. In de contractuele sfeer kan de aard van een verbintenis zich bijv. tegen nakoming verzetten in het geval van een door de burger ingestelde vordering tot nakoming van een zogenaamde bevoegdhedenovereenkomst. De belangen van derden kunnen meebrengen dat de overheid een toegezegd besluit niet kan nemen en de schuldenaar derhalve geen nakoming kan afdwingen van een daarop ziende overeenkomst. Zie Scheltema 2006, p. 131-134. Voorts heeft art. 3:296 betekenis buiten het contractenrecht, bijv. HR 21 maart 2003, NJ2003, 691, to. 3.5 (de rechter kan de staat niet bevelen een richtlijn te implementeren.) Zie voor andere voorbeelden Deurvorst (Onrechtmatige daad), aant. 203.
Nu is vastgesteld dat de veroordeling tot nakoming als zodanig geen inbreuk maakt op de persoonlijke vrijheid van de schuldenaar, rijst de vraag of de andere twee bezwaren die in de PECL en de Unidroit Principles zijn genoemd de uitzondering op het recht op nakoming rechtvaardigen.
Het tweede argument is dat een veroordeling tot nakoming contraproductief is, omdat het dwangaspect aan de correcte uitvoering van de hoogstpersoonlijke verbintenis in de weg staat. Zoals in de vorige paragraaf naar voren kwam, is de veroordeling tot nakoming als zodanig echter geen dwangmiddel, omdat — in de woorden van Drion — 'de rechter wel beveelt, maar niet dwingt'.1 De introductie van de mogelijkheid van een veroordeling tot nakoming bij verbintenissen tot hoogstpersoonlijke dienstverlening zal naar mijn inschatting ook niet tot nodeloze veroordelingen leiden. De schuldeiser zal doorgaans goed in staat zijn in te schatten of een veroordeling tot nakoming effectief zal zijn. De vordering tot nakoming getuigt van vertrouwen van de schuldeiser in de kwaliteiten van de schuldenaar.2 Een kennelijk onredelijke vordering tot nakoming kan de rechter op grond van art. 3:13 (misbruik van recht) afwijzen.
Het derde argument tegen nakoming van een hoogstpersoonlijke verbintenis is dat de naleving van een dergelijke veroordeling voor de rechter moeilijk te controleren is. Dit argument is onder meer ontleend aan het 'constant supervision'- criterium uit het Anglo-Amerikaanse recht.3 Op grond van dit criterium toetst de Engelse rechter bij de beoordeling van de toewijsbaarheid van de vordering of hij kan nagaan of de schuldenaar op correcte wijze uitvoering heeft gegeven aan de veroordeling.4 Indien de rechter niet helder kan omschrijven wat hij van de schuldenaar verwacht, zal hij geen veroordeling tot nakoming uitspreken.5 Als de rechter niet duidelijk in zijn dictum kan omschrijven wat de schuldenaar moet doen, zal hij ook niet goed in staat zijn executiegeschillen te beslechten over de vraag of de schuldenaar de veroordeling juist heeft nageleefd.6 Vooral bij hoogstpersoonlijke verbintenissen is het moeilijk in concreto aan te geven wat precies van de schuldenaar wordt gevergd. In de woorden van Debily:7
La constatation que cette liberté (de individuele vrijheid van de schuldenaar, DB) est la condition sine qua non de la satisfaction en nature du créancier.
Het unieke, intellectuele of artistieke karakter van de hoogstpersoonlijke verbintenis staat naar Engels recht in de weg aan een gedetailleerde omschrijving van de (eindtermen van de) prestatie. De hoofdlijnen van de prestatie zijn weliswaar duidelijk aan te geven, de schuldenaar moet een boek schrijven, of in een toneelstuk spelen, maar de invulling daarvan is nu juist aan de schuldenaar overgelaten. Dit laatste aspect is beeldend verwoord door Megarry J:8
If a singer contracts to sing, there could no doubt be proceedings for committal if, ordered to sing, the singer remained obstinately dumb. But if instead the singer sang flat, or sharp, or too fast, or too slowly, or too loudly or too quietly, or resorted to a dozen of the manifestations of temperament traditionally associated with some singers, the threat of committal would reveal itself as a most unsatisfactory weapon; for who could say whether the imperfections of performance were natural or self-induced? To make an order with such possibilities of evasion would be vain; and so the order will not be made.
De vraag rijst of de bezwaarlijke rechterlijke controle op de naleving van een veroordeling tot nakoming van een hoogstpersoonlijke verbintenis de beperking van het recht op nakoming rechtvaardigt.
Eventuele problemen bij de controle van een veroordeling tot nakoming rechtvaardigen mijns inziens niet de a priori uitsluiting van een veroordeling tot nakoming.9 Het bepaalbaarheidsvereiste van art. 6:227,10 biedt voldoende basis om een veroordeling tot nakoming uit te spreken. Of de schuldenaar de veroordeling op de juiste manier heeft uitgevoerd, dient aan de hand van uitleg van het veroordelend vonnis te worden vastgesteld. Het doel en de strekking van de veroordeling dienen hierbij als richtsnoer.11 Hierin verschilt de verbintenis tot hoogstpersoonlijke dienstverlening niet van andere (inspannings)verbintenissen. Overigens is het maar de vraag of een veroordeling tot schadevergoeding in dit geval minder problemen oplevert dan een veroordeling tot nakoming Immers ook bij een veroordeling tot schadevergoeding dient de rechter na te gaan of de schuldenaar is tekortgeschoten. Daartoe moet hij eerst vaststellen waartoe de schuldenaar gehouden was en dat vergelijken met de geleverde prestatie. Er is mijns inziens geen verschil tussen de gerechtelijke vaststelling of de schuldenaar in de nakoming van zijn verbintenis is tekortgeschoten (schadevergoeding) en de gerechtelijke vaststelling of de schuldenaar de veroordeling tot nakoming al dan niet correct heeft nageleefd (nakoming).12 Dat de rechter enige terughoudendheid in acht neemt bij de beoordeling of een schuldenaar op de juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan een (hoogst)persoonlijke verbintenis illustreert de Sinterklaasuitspraak van de rechtbank Groningen In deze zaak klaagde de Events Groep over het optreden van een bij de Sinterklaas-Verhuur ingehuurde Sinterklaas en Zwarte Pieten:13
In het licht van eerder gememoreerde artistieke vrijheid en grenzen en het verschil van (goede) smaak kan het Sinterklaas voorts niet worden tegengeworpen dat hij - in de ogen van de volwassenen - geen spanningsboog opbouwt, snel spreekt, zwijgzaam, kortaf en zakelijk is of zich door de kennelijk nogal dominante Hoofdpiet laat overtroeven. De uitlating "sexy meisjes" levert zonder nadere toelichting van Events Groep, welke toelichting ontbreekt, evenmin een tekortkoming op als bedoeld in artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. De omstandigheid dat Sinterklaas heeft nagelaten een huilend meisje in een groep van 80 kinderen adequaat te troosten maakt dat oordeel niet anders al was het maar omdat de door Events Groep gekozen bewoordingen niet duidelijk maken wat onder de gegeven omstandigheden van Sinterklaas werd verwacht. Ook de stelling dat Sinterklaas zich achter de coulissen afstandelijk gedroeg jegens de als Zwarte Piet verklede medewerkers van de opdrachtgever kan Events Groep niet baten.
Deze uitspraak illustreert dat de rechter op marginale wijze toetst of de schuldenaar de verbintenis tot (hoogst)persoonlijke dienstverlening correct is nagekomen. Dit neemt echter niet weg dat, als de rechter tot het oordeel komen dat de schuldenaar daarin niet is geslaagd, hij vordering tot nakoming van de schuldeiser kan toewijzen.14