Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/2.7.2
2.7.2 Ministeriële ontheffingen
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285604:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Zie: Boogerman 1920, blz. 214 die verwijst naar resolutie van 28 juni 1918 nr. 94. Vergelijk: Sinninghe Damsté 1931, blz. 477 die verwijst naar de resolutie van 31 oktober 1919, nr. 79, B. nr. 2674.
Par. 76 Instructie Inkomstenbelasting 1914 waarin werd bepaald dat de ambtenaren der registratie bij het verstrekken van inlichtingen aan de inspecteur der directe belastingen ten behoeve van de Wet IB 1914 werden ontheven van de geheimhouding.
Resolutie van 18 november 1919, nr. 78, V. nr. 1190. Zie ook: Boogerman 1920, blz. 214 en Harms 1920, Aanvulling, blz. 9.
Op grond van de resolutie van 22 maart 1920 nr. 142 was de inspecteur gemachtigd inlichtingen te verstrekken aan de Zuiderzeeraad ten behoeve van het vaststellen van een schadevergoeding als gevolg van het afsluiten van de Zuiderzee (Boogerman 1920, blz. 215. Vergelijk: par. 31 IIV 1983).
Brief Gemeentebestuur van Enkhuizen van 18 april 1936, Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Financiën: Verbaal Archief Administratie der Belastingen (later) Directoraat-Generaal der Belastingen, nummer toegang 2.08.69, inventarisnummer 13. Zelfs de Minister van Binnenlandse Zaken probeerde te bemiddelen en verwees daarbij naar de ontheffing voor de schoolgeldheffing.
Ittmann 1924, blz. 49, nr. 113.
In de Wet IB 1914 werd voor het eerst op grote schaal gewerkt met ontheffingen om gegevens te kunnen delen met andere bestuursorganen. Met sommige ontheffingen was het fiscale belang van de inspecteur rechtstreeks gediend zoals de ontheffing voor het (desgevraagd) verstrekken van inlichtingen aan de curator bij faillissementen1 en de ontheffing voor de ambtenaren der registratie.2 Er werden ook ontheffingen verleend die een ander (maatschappelijk) belang dienden. Hierbij kan worden gedacht aan verleende ontheffingen ten behoeve van de Invaliditeitswet,3 de Ouderdomswet 19194 en de Zuiderzeeraad.5 In het Nationaal Archief is correspondentie uit 1936 te vinden van de gemeente Enkhuizen die (tevergeefs) probeerde een ontheffing te verkrijgen om de inkomensgegevens te gebruiken voor de hondenbelasting.6 Over de ontheffingsmogelijkheid van art. 17, derde lid, RW 1917 merkt Ittmann op dat – wanneer hier behoefte aan bestaat – de Minister van Financiën zonder enige beperking (of controle) deze machtiging kan verlenen.7