Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/9.2
9.2 Dubbele rechtsverhouding; contractuele aanspraak op bezoldiging; managementovereenkomst, fee en manager
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196903:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Over interne en externe rechtsverhoudingen van rechtspersoon, zie 1.6.1.
Art. 2:135 lid 4 BW voor de naamloze vennootschap; art. 2:245 BW voor de besloten vennootschap. De statuten kunnen bepalen dat een ander (orgaan) de bezoldiging vaststelt. Uitvoeriger: Lokin, De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/332. In geval van een one-tier board kunnen de uitvoerende bestuurders niet daartoe worden aangewezen (art. 2:239a BW). Het bezoldigingsbesluit heeft direct externe werking, waarop het bepaalde in art. 2:16 lid 2 toepasselijk is (Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/25, g). Zie ook Lokin, De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/333.
Zie over beide opvattingen Lokin, De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/333. Lokin onderscheidt een contractuele rechtsbetrekking en een functionele rechtsbetrekking.
Dat een onmiddellijke voorziening tijdelijk inbreuk op de interne verhoudingen mag maken staat niet ter discussie, zie nr. 113; HR 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5138 (Skygate), r.o. 3.6.
Sommige schrijvers lijken de term ‘dubbele rechtsverhouding’ te reserveren voor de combinatie van een vennootschappelijke met een arbeidsrechtelijke verhouding. Zie bijv. Van Slooten en Zaal, Ondernemingsrecht 2008/85, en J.M.M. Maeijer, annotatie bij HR 28 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AD3216, NJ 2000/556 (Hoffmann Beheer). Anderen gebruiken de term in de ruimere zin van combinatie van een vennootschapsrechtelijke met een contractuele verhouding. Zie bijv. Van Solinge en Nieuwe Weme in Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/262. In dit hoofdstuk wordt in het gebruik van de term aangesloten bij de laatste groep. Of deze term ook in zwang is bij andere rechtspersonen dan vennootschappen, heb ik niet onderzocht.
In beschikkingen komt die variatie ook voor, zie ook 9.9.
[308] De taken, rechten en bevoegdheden van een bestuurder worden bepaald door zijn vennootschapsrechtelijke, interne rechtsverhouding met de rechtspersoon.1 Een besluit van de rechtspersoon waarbij aan de bestuurder een vergoeding voor zijn taakvervulling wordt toegekend maakt deel uit van de interne rechtsverhouding. Bij naamloze en besloten vennootschappen bepaalt gewoonlijk de algemene vergadering van aandeelhouders de bezoldiging van de bestuurder.2
Het gaat in dit onderzoek niet om de interne rechtsverhouding, maar om een contractuele relatie tussen de bestuurder en de rechtspersoon. Over het ontstaan van zo’n contractuele rechtsverhouding bestaan verschillende opvattingen. In de ene komt die verhouding tot stand door benoeming tot bestuurder en aanvaarding van de benoeming. In de andere opvatting kan de contractuele verhouding pas ontstaan door het aangaan van een afzonderlijke overeenkomst.3 Voor zover zou moeten worden aangenomen – in de laatste opvatting – dat geen contractuele verhouding tot stand is gekomen, zou de bezoldiging in die gevallen (slechts) op de interne rechtsverhouding berusten. Die gevallen zijn niet interessant voor dit onderzoek, dat draait om inbreuken op de externe verhoudingen.4 De beide opvattingen worden hier dan ook niet verder besproken; het uitgangspunt is dat tussen rechtspersoon en bestuurder een contractuele relatie bestaat.
Die contractuele rechtsverhouding is naar haar aard extern. De combinatie van de externe rechtsverhouding en de interne rechtsverhouding wordt in de literatuur wel aangeduid met dubbele rechtsbetrekking of dubbele rechtsband van een bestuurder met een vennootschap.5
In dit hoofdstuk wordt onderzoek gedaan naar beslissingen van de Ondernemingskamer over de aanspraak van de geschorste functionaris op een vergoeding. Het gaat daarom alleen over contractuele betrekkingen waarvan een bezoldigingsverplichting deel uitmaakt.
[309] De overeenkomsten, waarin rechtspersoon en statutair bestuurder (onder meer) de werkzaamheden die tot de taak van de bestuurder behoren en diens recht op een vergoeding vastleggen, dragen allerlei namen. Veel voorkomend is de aanduiding managementovereenkomst; de overeengekomen vergoeding wordt dan management fee genoemd. Die benamingen worden hier gebruikt.
Managementovereenkomsten worden gesloten met statutair bestuurders, en ook met (rechts)personen die geen statutair bestuurder zijn, maar wel bestuurs- of managementtaken uitvoeren. Die laatste contractpartners hebben niet een interne rechtsverhouding met de rechtspersoon uit hoofde van de hoedanigheid van bestuurder. Ze hebben dus geen dubbele rechtsbetrekking. Deze figuren worden, evenals statutaire bestuurders, soms bij onmiddellijke voorziening tijdelijk van hun taken ontheven. Het komt dan ook voor dat hen de overeengekomen vergoeding wordt ontzegd. Zij worden daarom in de beschouwing betrokken. Degenen die met de rechtspersoon een managementovereenkomst hebben gesloten en een management fee zijn overeengekomen, worden hier aangeduid met ‘manager’, of ze nu wel dan wel geen dubbele rechtsbetrekking met de vennootschap hebben.
In dit hoofdstuk wordt de ene keer gesproken over de verplichting van de rechtspersoon om de management fee te betalen en de andere keer over het recht of de aanspraak van zijn wederpartij op die vergoeding.6 Opgemerkt zij, dat bezoldigingsverplichting en aanspraak op managementvergoeding twee kanten van dezelfde medaille zijn.