Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/V.7.3.4.c
V.7.3.4.c Benoeming van de externe accountant
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242796:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 25 april 2018 tot wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep in verband met het versterken van de governance van accountantsorganisaties (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties), Stb. 2018, 139. De inwerkingtreding op 1 juli 2018 volgt uit het Besluit van 9 juni 2018, gepubliceerd in Stb. 2018, 186.
Zie Kamerstukken II 2016/17, 34 677, 3, p. 25 (MvT).
Zie nogmaals Kamerstukken II 2016/17, 34 677, 3, p. 25 (MvT).
Zie art. 2:129/239 lid 6 BW.
In § V.7.3.3 schreef ik dat de algemene vergadering slechts bevoegd is het bestuursbesluit te nemen indien alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben. Daarvan is in deze situatie geen sprake. Toch acht ik verdedigbaar dat de bevoegdheid doorschuift naar de algemene vergadering, aangezien ook in dit geval geen enkele bestuurder een stem kan uitbrengen. Een vergelijking met de situatie waarin de stemmen van de niet-geconflicteerde bestuurders staken, loopt mijns inziens mank. In dat geval zijn er immers wél bestuurders die kunnen stemmen. Zie hierover Kamerstukken II 2009/10, 31 058, 11, p. 42.
Zie Kamerstukken II 2016/17, 34 677, 3, p. 25 (MvT).
Zoals ik in § V.5.2.4 al aangaf, past dit niet goed in ons vennootschapsrecht waarin de niet-uitvoerende bestuurders toezicht houden op de uitvoerende bestuurders. Zie ook § VI.5.2.
Zie § VI.4.4.2 en § VI.4.4.4. Ik ben mij ervan bewust dat het ook in andere situaties onwenselijk kan zijn dat de uitvoerende bestuurders deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming.
De vraag op welke wijze bewerkstelligd kan worden dat de uitvoerende bestuurders niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming, beantwoord ik in § VI.4.4.4 en § VI.5.2.
Zie § V.2.
Sinds 1 juli 2018 bepaalt art. 2:129a/239a lid 2 BW voorts dat de uitvoerende bestuurders niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over de verlening van de opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan een externe accountant als bedoeld in artikel 27 van de Wet toezicht accountantsorganisaties indien de algemene vergadering niet tot opdrachtverlening is overgegaan.1
De externe accountant wordt benoemd door de algemene vergadering, zo volgt uit art. 2:393 lid 2 BW. Blijft de algemene vergadering in gebreke, dan rust de bevoegdheid volgens diezelfde bepaling op de raad van commissarissen. Ontbreekt een raad van commissarissen, dan is het bestuur bevoegd de externe accountant te benoemen. Bij vennootschappen met een monistisch bestuursmodel geschiedt de benoeming van de externe accountant dus door het bestuur indien de algemene vergadering daartoe niet is overgegaan. Om te waarborgen dat een onafhankelijke benoeming plaatsvindt, bepaalt het tweede lid van art. 2:129a/239a BW dat de uitvoerende bestuurders van de beraadslaging en besluitvorming over de benoeming van de externe accountant zijn uitgesloten.2
De regeling omtrent de benoeming van de externe accountant in art. 2:129a/239a lid 2 BW betreft volgens mij geen concrete uitwerking van de tegenstrijdig belangregeling. De uitvoerende bestuurders worden uitgesloten van de beraadslaging en besluitvorming over de verlening van de opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan een externe accountant, omdat zo beter wordt aangesloten bij de regeling die geldt voor vennootschappen met een duaal bestuursmodel.3 In tegenstelling tot het voorschrift omtrent de vaststelling van de bezoldiging van de uitvoerende bestuurders, komt aan dit voorschrift dus wél zelfstandige betekenis toe. Zonder deze bepaling zou de externe accountant ingevolge art. 2:393 lid 2 BW worden benoemd door de uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders tezamen, indien de algemene vergadering in gebreke blijft.
Art. 2:129a/239a lid 2 BW steekt er een stokje voor dat de uitvoerende bestuurders deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over de benoeming van de externe accountant. Maar wie is nu bevoegd de externe accountant te benoemen als alle niet-uitvoerende bestuurders een tegenstrijdig belang hebben? Geen van de niet-uitvoerende bestuurders mag in dat geval deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming, zo volgt uit art. 2:129/239 lid 6 BW. Op grond van art. 2:129a/239a lid 2 BW zijn ook de uitvoerende bestuurders daarvan uitgesloten. Betekent dit dat in dit geval in het geheel geen bestuursbesluit kan worden genomen? Of schuift de bevoegdheid om de externe accountant te benoemen op grond van art. 2:129/239 lid 6 BW door naar de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen?4 Aangezien geen van de bestuurders een stem kan uitbrengen, ligt het voor de hand dat de bevoegdheid in dit geval doorschuift naar de algemene vergadering, behoudens een andersluidende statutaire bepaling.5
Ten aanzien van de benoeming van de externe accountant vindt de wetgever het onwenselijk dat de uitvoerende bestuurders deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming.6 Art. 2:129a/239a lid 2 BW sluit de uitvoerende bestuurders daarom expliciet uit van de deelname aan de beraadslaging en besluitvorming. Er zijn echter meer gevallen denkbaar waarin het niet wenselijk is dat de uitvoerende bestuurders deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming. Ik noem bijvoorbeeld het doen van voordrachten voor de benoeming van een niet-uitvoerend bestuurder7 en de schorsing van een uitvoerend bestuurder.8 Maar van deze gevallen wordt in art. 2:129a/239a lid 2 BW met geen woord gerept. Ik vind dat zonde. Hoewel de uitvoerende bestuurders thans ook kunnen worden uitgesloten van de beraadslaging en besluitvorming omtrent het doen van voordrachten voor de benoeming van een niet-uitvoerend bestuurder en de schorsing van een uitvoerend bestuurder, had een uniforme wettelijke regeling mijns inziens niet misstaan.9 Ik breng in herinnering dat de regeling van art. 2:129a/239a lid 3 BW niet privatief werkt.10 Zonder wettelijke regeling kan het bestuur de besluitvormingsbevoegdheid derhalve steeds bij meerderheidsbesluit naar zich toe trekken.
Voor structuurvennootschappen hanteert Boek 2 BW een andere methode om de uitvoerende bestuurders uit te sluiten van de beraadslaging en besluitvorming. In de volgende subparagraaf zoom ik op deze regeling in.