Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1259
Poging tot zware mishandeling door n.a.v. conflict over verzorging van gezamenlijke hennepplantage meermalen met zijn auto op ander in te rijden, art. 302 lid 1 Sr. Noodweerexces, art. 41 lid 2 Sr. Kon hof oordelen dat niet aannemelijk is dat handelen van verdachte het gevolg is van eerdere door aangever gepleegde aanrandingen jegens verdachte en dat geen sprake was van een van aangever uitgaande ogenblikkelijke (dreigende) wederrechtelijke aanranding jegens minderjarige zoon van verdachte? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 18-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1700
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/03579
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1700, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:852, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑09‑2025
Essentie
Poging tot zware mishandeling door n.a.v. conflict over verzorging van gezamenlijke hennepplantage meermalen met zijn auto op ander in te rijden, art. 302 lid 1 Sr. Noodweerexces, art. 41 lid 2 Sr. Kon hof oordelen dat niet aannemelijk is dat handelen van verdachte het gevolg is van eerdere door aangever gepleegde aanrandingen jegens verdachte en dat geen sprake was van een van aangever uitgaande ogenblikkelijke (dreigende) wederrechtelijke aanranding jegens minderjarige zoon van verdachte? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03579
Datum 18 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.