Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/2.2.2
2.2.2 Commissie-De Monchy en Wet BAB
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685430:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 20 juni 1963, Stb. 1963, 268.
De Afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State was een afzonderlijke afdeling van de Raad van State die partijen hoorde en een ontwerpbeslissing opstelde in de vorm van een koninklijk besluit. De Kroon volgde dat advies vrijwel altijd.
Het was de Kroon die de term ‘algemene beginselen van behoorlijk bestuur’ in de jurisprudentie introduceerde, Nicolaï 1990, p. 73.
Bok 2010, p. 355: “Dat Kroonberoep was ook voorzien van een eigen ‘filosofie’: toetsing van lagere bestuursbeslissingen, met de daaraan inherente afweging van algemene en individuele belangen, zou het beste kunnen geschieden door een hoger bestuursorgaan, dat zich niet hoefde te beperken tot een rechtmatigheidstoets, maar ook de doelmatigheid van het betreffende besluit kon beoordelen.”
Mulder 1958, p. 132-133 beschrijft de door het college in die tijd toegepaste ‘methode van rechtsvinding’ en op p. 132-140 tegen welke besluiten of handelingen beroep open stond.
In 1946 kreeg de commissie-De Monchy dezelfde opdracht als eerder de commissie-Koolen. De commissie-De Monchy constateerde dat er geen behoefte bestond aan algemene administratieve rechtspraak. Zij is wel de grondlegster geweest van de Wet Beroep administratieve beschikkingen (Wet BAB) uit 1963.1 Die wet stelde Kroonberoep open tegen beschikkingen waarvoor nog geen administratieve voorziening aanwezig was. De Kroon toetste, geadviseerd door de Afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State,2 zowel aan het geschreven als het ongeschreven recht, waaronder de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.3 Naast deze rechtmatigheidstoetsing verrichtte de Kroon ook een doelmatigheidstoetsing.4 Het Kroonberoep zag oorspronkelijk alleen op beschikkingen van de centrale overheid. Vanaf de jaren 60 van de 20e eeuw kwamen daar ook besluiten bij van decentrale overheden.
Daarnaast zette de rechtsbescherming op deelterreinen door. Zo werd in 1954 de Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie (Wet Arbo) ingevoerd, met instelling van het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat voorzag in rechtsbescherming bij wetgeving ziende op regulering van industrie en handel.5