Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.7.3.2
5.7.3.2 j urisprudentiële beïnvloeding
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396084:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het ging in deze zaak onder meer om artikel 8 van de Verordening nr. 729/70 waarin was bepaald dat lidstaten de nodige maatregelen dienden te nemen om zich ervan te vergewissen dat de door het Fonds gefinancierde maatregelen daadwerkelijk en op regelmatige wijze worden uitgevoerd, onregelmatigheden te voorkomen en te vervolgen, en door onregelmatigheden of nalatigheden verloren gegane bedragen terug te vorderen.
Zie HvJEG 12juni 1990, 8/88 (Duitsland/Commissie), Jur. 1988, p. 2321, r.o. 20. Zie ook HvJEG 1 oktober 1998, C-209/96 (Verenigd Koninkrijk/Commissie), Jur. 1998, p.1-5655, r.o. 43; HvJEG 21 oktober 1999, C-44/97 (Duitsland/Commissie), Jur. 1999, p. 1-7177, r.o. 55; HvJEG 14 december 2000, C-245/97 (Duitsland/Commissie), Jur. 2000, p. 1-5813, r.o. 62. Zie ook Meuwese & Den Ouden 2005, p. 102.
Zie HvJEG 21 september 1989, 68/88 (Griekse maïs), Jur. 1989, p. 2965, r.o. 23. Dat deze regel ook geldt voor Europese subsidies volgt bijvoorbeeld uit HvJEG 8 juli 1999, C-186/98 (Strafzaken tegen Maria Amélia Nunes en Evangelina de Matos), Jur. 1999, p. 1-4883, r.o. 9. Zie hieromtrent ook Hofmann, Rowe & Trk 2011, p. 691-692.
Zie omtrent de toelaatbaarheid van gedogen in het algemeen bijvoorbeeld HvJEG 15 oktober 2009, C-232/08 (Commissie/Nederland), Jur. 2009, p. 1-166 (summiere publicatie). Zie ook Jans e.a. 2011, p. 218; Vermeer 2010, p. 131 e.v.; Adriaanse, Barkhuysen & Van Emmerik 2006A, p. 47.
Zie bijvoorbeeld artikel 32, zesde lid, van de Verordening nr. 1290/2005.
Vergelijk HvJEG 14 juli 1993, C-56/90 (Blackpool), Jur. 1993, p. 1-4109, r.o. 46.
Zie hieromtrent Jans e.a. 2011, p. 219 e.v. Zij geven enkel nationale voorbeelden.
Zie omtrent deze keuzevrijheid in het algemeen Jans e.a. 2011, p. 204 e.v.; Gil Ibátlez 1999, p. 213.
Dit volgt uit HvJEG 8 juli 1999, C-186/98 (Strafzaken tegen Maria Amélia Nunes en Evangelina de Matos), Jur. 1999, p. 1-4883, r.o. 10; HvJEG 21 september 1989, 68/88 (Griekse maïs), Jur. 1989, p. 02965. Zie hieromtrent Jans e.a. 2011, p. 213 e.v.; Hofmann, Rowe & Trk 2011, p. 692 e.v.; Kapteyn & VerLoren van Themaat 2008, p. 565; Widdershoven/Verhoeven e.a. 2007, p. 110; B.P. Vermeulen 1993, p. 65.
Widdershoven/Verhoeven e.a. 2007, p. 110.
Zie Jans e.a. 2011, p. 223-230; Adriaanse/Barkhuysen e.a. 2008, p. 43; Widdershoven/ Verhoeven e.a. 2007, p. 110-111.
Zie omtrent het gelijkheidsbeginsel in het kader van sancties HvJEG 17 juli 1997, C-354/95 (National Farmers' Union), Jur. 1997, p. 1-4559, r.o. 61 e.v. Het Hof van Justitie onderzoekt of het in de Verordening nr. 3887/92 neergelegde sanctiestelsel in overeenstemming is met het gelijkheidsbeginsel.
Zie bijvoorbeeld HvJEG 12 juni 2003, C-112/00 (Schmidberger), Jur. 2003, p. 1-5659. Zie Jans e.a. 2011, p. 221-223; Adriaanse/Barkhuysen e.a. 2008, p. 40 e.v.; Widdershoven/Verhoeven e.a. 2007, p. 111.
Zie Adriaanse/Barkhuysen e.a. 2008, p. 51; Jans e.a. 2007, p. 219-220.
Zie Jans e.a. 2011, p. 203.
In het arrest HvJEG 24 mei 2007, C-45/05 (Schonewille/Prins), Jur. 2007, p. 1-3997 oordeelde het Hof bijvoorbeeld dat geen ruimte bestond voor nationale sancties omdat sprake was van een uitputtende Europese sanctieregeling (r.o. 64-67). Dit is alleen anders indien het gaat om sancties van een andere aard.
Dit blijkt uit het arrest HvJEG 8 juli 1999, C-186/98 (Strafzaken tegen Maria Amélia Nunes en Evangelina de Matos), Jur. 1999, p.1-4883, r.o. 12-14. Zie hieromtrent Jans e.a. 2011, p. 203.
HvJEU 5 juni 2012, C-489/10 (Bonda), n.n.g., AB 2012, 315, m.nt. R.J.G.M. Widdershoven. Zie verder hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.5.3.
De handhaving van de Europese subsidieregelgeving door nationale uitvoeringsorganen wordt ten tweede beïnvloed door de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Uit deze jurisprudentie blijkt dat het Hof veel waarde hecht aan de bescherming van de financiële belangen van de EU. Het Hof van Justitie heeft in het arrest Duitsland/Commissie bepaald dat uit heel algemene controleverplichtingen uit een Europese verordening1 in samenhang met het beginsel van loyale samenwerking, volgt dat de lidstaten met het oog op een rechtmatig gebruik van communautaire middelen verplicht zijn een stelsel van administratieve controles en controles ter plaatse op te zetten, waarmee kan worden verzekerd dat de materiële en formele voorwaarden voor toekenning van Europese subsidies naar behoren worden nageleefd.2 Voorts volgt uit het arrest Griekse maïs dat, ook indien het Europese recht geen specifieke strafbepaling kent of verwijst naar de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, de lidstaten op grond van het beginsel van loyale samenwerking verplicht zijn alle passende maatregelen te nemen om de doeltreffende toepassing van het Europese recht te verzekeren.3 Voor het gedogen van overtredingen van de Europese subsidieregelgeving bestaat voor nationale uitvoeringsorganen dan ook vrijwel geen ruimte; de lidstaat riskeert een infractieprocedure dan wel de terugbetaling van Europese subsidies.4 In sommige gevallen bestaat ruimte voor niet-handhavend optreden, namelijk wanneer dit volgt uit de Europese subsidieregelgeving zelf. Zo is in sommige Europese subsidieregelingen neergelegd dat de verplichting tot het toepassen van financiële correcties komt te vervallen, indien het onmogelijk is voor de lidstaat om deze verplichting na te komen.5 Ook indien een dergelijke bepaling niet is neergelegd in de Europese subsidieregelgeving, kan uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie worden afgeleid dat niet behoeft te worden gehandhaafd, indien dit absoluut onmogelijk is.6 In uitzonderlijke gevallen biedt ook het evenredigheidsbeginsel ruimte voor gedogen.7
Voor zover de Europese subsidieregelgeving niet anders bepaalt, zijn de lidstaten vrij om te bepalen hoe zij de Europese subsidieregelgeving willen handhaven: bestuursrechtelijk, strafrechtelijk of privaatrechtelijk.8 Wel moet de handhaving door de lidstaten aan een drietal instrumentele eisen voldoen, namelijk gelijkwaardigheid, doeltreffendheid en afschrikkendheid.9 Uit de in de volgende paragrafen nog te bespreken jurisprudentie blijkt dat het Hof van Justitie steeds meer waarde hecht aan de doeltreffendheid en afschrikkendheid van de nationale handhaving. Zo is het steeds minder toegestaan om uit hoofde van de op grond van het beginsel van gelijkwaardigheid van toepassing zijnde nationale beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen van intrekking en terugvordering van Europese subsidies af te zien.
Het Hof stelt ook eisen aan de behoorlijkheid van de handhaving door de lidstaten.10 De handhaving dient allereerst evenredig te zijn. Ten tweede dient de handhaving wat de behoorlijkheid betreft in overeenstemming te zijn met de overige Eu-rechtsbeginselen11 — zoals het verdedigingsbeginsel, de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen, het legaliteitsbeginsel, het schuldbeginsel en de onschuldpresumptie, het beginsel van 'ne bis in idem' en het gelijkheidsbeginsel12 — en de fundamentele rechten13 en verdragsvrijheden.14
Ook als nationale uitvoeringsorganen het Europese subsidierecht handhaven door middel van specifieke handhavingsbepalingen neergelegd in de Europese subsidieregelgeving, dient deze handhaving te voldoen aan voormelde jurisprudentiële eisen.15 Dit betekent bijvoorbeeld dat een nationaal uitvoeringsorgaan — tenzij de Europese regeling op dit punt voorziet in een uitputtend sanctiestelsel16 — op grond van het gelijkwaardigheidsbeginsel verplicht kan zijn een strengere sanctie toe te passen dan voorzien in de desbetreffende Europese subsidieregelgeving.17 Van belang is wel dat het Hof van Justitie heeft uitgemaakt dat de Europese administratieve sancties die ingevolge de Europese landbouwsubsidieverordeningen moeten worden opgelegd niet zijn aan te merken als een 'criminal charge'.18 Dit betekent dat de beginselen van 'geen straf zonder schuld' en het beginsel van 'ne bis idem' in dat kader geen betekenis kunnen toekomen.