Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.4.3
4.4.3 Geïntegreerde contracten in bouwsector
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291519:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De opmars van deze geïntegreerde contractsvormen in Nederland is niet los te zien van de verduurzaming van de bouwsector waarbij sprake is van een transitie naar circulair bouwen. Zie hierover nader: S. van Gulijk, Circulair en veilig bouwen. Verantwoordelijkheid is geen estafettestokje (oratie), Tilburg University: 2019, p. 19-29.
J.H.W. Koster e.a., DBFM-Handboek, ‘een verkenning van contractonderdelen’, Den Haag: Ministerie van Financiën 2008, p. 9 en M.A.M.C. van den Berg, Asser/Van den Berg 7-VI 2017/29 (online, bijgewerkt op 14 februari 2017).
In paragraaf 4.3.1 is aangegeven, dat sprake is van een verdienstelijking van bouwactiviteiten. Sinds eind vorige eeuw komen in de Nederlandse bouwsector in toenemende mate contracten voor waarin sprake is van de integratie van verschillende bouwtechnische procesfuncties door één opdrachtgever (het zogenoemde ‘geïntegreerd concept’).1 Deze geïntegreerde contracten wortelen in het Anglo-Amerikaanse recht.2 Kenmerkend voor deze contracten is dat de procesfunctie uitvoeren, het opleveren van een werk in onroerende staat (zie paragraaf 4.2.5), wordt geïntegreerd met één of meerdere andere procesfuncties. Bij deze contracten rijst de vraag hoe de samengestelde prestatie van de opdrachtnemer moet worden gekwalificeerd. Hoewel aannemingswerkzaamheden strikt genomen geen vastgoedtransacties zijn waarop dit onderzoek betrekking heeft, kan de vraag hoe de (ver)bouw van een gebouw in combinatie met diensten kwalificeert wel relevant zijn voor de btw-consequenties van vastgoedtransacties, bijvoorbeeld voor de vaststelling of sprake is van de levering van een nieuw of oud gebouw (zie hoofdstuk 5) en de herziening van de btw-aftrek met betrekking tot de (ver)bouwkosten (zie paragraaf 8.6). Daarnaast zijn er ook geïntegreerde contracten waarbij de vraag kan rijzen of zij onder het in dit onderzoek gehanteerde begrip ‘vastgoedtransactie’ vallen. Om die reden acht ik het zinvol om op hoofdlijnen in te gaan op de kwalificatie van de handelingen die verricht op grond van deze geïntegreerde contracten worden voor de btw.
4.4.3.1 Ontwerp en (ver)bouw4.4.3.2 Ontwerp, (ver)bouw en onderhoud4.4.3.3 Ontwerp, (ver)bouw, onderhoud en financiering (en exploitatie)