Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.5.3
6.5.3 Het vereiste van evenredigheid stricto sensu
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363009:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Een voorbeeld waarbij het Hof van Justitie voor de inwerkingtreding van het Handvest wel toetst aan het evenredigheidsbeginsel stricto sensu is de zaak Dokter: HvJ 15 juni 2006, zaak C-28/05, (Dokter); Zie ook: Prechal 2010, onder 2.
Sauter 2017.
Dworkin 1978; Barak 2012; Pauwels 2009, onder 3.5.5: Pauwels ziet de theorie van Alexy als een ideaal voor het wegen van beginselen.
Als de beperkende maatregel geschikt en noodzakelijk is, dient de beperkende maatregel te voldoen aan het derde vereiste van het evenredigheidsbeginsel, het vereiste van evenredigheid stricto sensu. Bij het toetsen of een beperkende maatregel voldoet aan het vereiste van evenredigheid stricto sensu vindt de weging tussen concurrerende beginselen plaats. Deze toets was in het verleden sporadisch terug te vinden in de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Na de invoering van artikel 52 van het Handvest is dit vereiste evenwel in bijna elk arrest van het Hof van Justitie over artikel 52 van het Handvest, in meer of mindere mate, terug te vinden.1 Evenredigheid stricto sensu houdt in dat een beperkende maatregel alleen mag worden toegepast wanneer het legitieme doel, dat wordt vertegenwoordigd door het concurrerende beginsel dat met de maatregel wordt gediend, de negatieve beperkende gevolgen voor één of meer andere beginselen kan rechtvaardigen.2 Bij dit vereiste is, anders dan bij de vereisten van geschiktheid en noodzakelijkheid, geen eenduidige norm beschikbaar. Wel zijn er drie uitgangspunten bij het wegen van beginselen: 1) de motiveringsplicht van de rechtsvormers en rechtstoepassers, 2) de consistentie van de rechtsvormers en rechtstoepassers en 3) het feit dat beginselen een begingewicht hebben (paragraaf 3.4). Deze uitgangspunten neem ik mee bij het analyseren van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van na de invoering van het Handvest ten aanzien van het vereiste van evenredigheid stricto sensu (paragraaf 6.5.3.a.1).
Voor het doorgronden van het kenbaarmakingsbeginsel is theoretische kennis van beginselen noodzakelijk (hoofdstuk 3). De kennis van beginselen en de functie van het kenbaarmakingsbeginsel hebben geholpen bij het vaststellen van het beschermingsniveau van het kenbaarmakingsbeginsel (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 3 is naar voren gekomen dat beginselen met andere beginselen kunnen concurreren. Andere beginselen, waaronder algemene belangen van een lidstaat, zoals het innen van belastingen, kunnen het kenbaarmakingsbeginsel beperken. Daarom ben ik na het vaststellen van de reikwijdte van het kenbaarmakingsbeginsel in dit hoofdstuk een onderzoek gestart naar het beperken van beginselen in het algemeen en zal ik later in dit hoofdstuk het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel onderzoeken.
Voor het wegen van concurrerende beginselen is nog meer theoretische kennis van beginselen nodig. Alexy legt met zijn ‘Law of Balancing’ – net als Dworkin en Barak, maar ook het Hof van Justitie en artikel 52 van het Handvest – expliciet een verband tussen concurrerende beginselen en het evenredigheidsbeginsel.3 De ‘Law of Balancing’ gebruik ik als structurerend instrument om de arresten van het Hof van Justitie met betrekking tot het evenredigheidsbeginsel stricto sensu te analyseren. Ook de vraag welk beginsel voorrang heeft in de situatie dat concurrerende beginselen van grofweg een gelijk gewicht zijn, kan vanuit de ‘Law of Balancing’ worden beantwoord. Daarom onderzoek ik eerst Alexy’s ‘Law of Balancing’ (paragraaf 6.5.3.a). Vervolgens analyseer ik aan de hand van de ‘Law of Balancing’ de jurisprudentie van het Hof van Justitie ten aanzien van het vereiste van evenredigheid stricto sensu van na de inwerkingtreding van het Handvest (paragraaf 6.5.3.a.1) en bekijk ik of de door Den Houdijker geformuleerde rode draden over de wijze waarop het Hof van Justitie omgaat met het vereiste van evenredigheid stricto sensu nog steeds kunnen worden onderkend, of ze nader kunnen worden ingevuld en of ze moeten worden aangepast of aangevuld (paragraaf 6.5.3.a.2). Het uiteindelijke doel is het opstellen van een omstandighedencatalogus voor het kenbaarmakingsbeginsel en door middel van de omstandighedencatalogus te onderzoeken welke beperkingen van het kenbaarmakingsbeginsel wel of niet mogelijk zijn (paragraaf 6.6).
6.5.3.a Het vereiste van evenredigheid stricto sensu en de theorie van Alexy: de ‘Law of Balancing’