Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.2.4.3
2.2.4.3 Betaalbaarheid van de schuld
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS605992:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Die luidt: 'hij bevoegd is (....) tot betaling van zijn schuld'.
Zie verder § 3.7.
Zie Verbintenissenrecht Boek 6 BW, Art. 127, aant. 16 (R.J.Q. Klomp).
Zie eveneens het arrest Nieuwkoop/Ontvanger, nader te bespreken in § 3.7.
Zie de in de vorige noot vermelde vindplaats en Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II, p. 191.
Zie eveneens M.E.G.M. Peletier in Wessels e.a. 1996, p. 31-32.
Zie S.C.J.J. Kortmann en N.E.D. Faber in hun noot bij het arrest Kuijsters/Gaalman q.q., HR 30 september 1994, AA 1995, p. 127 en hun reactie op de reactie van R.J. Verschoof op deze noot, AA 1995, p. 573-574. Zie voorts Faber 2005, p. 66-69 met enkele voorbeelden en eveneens F.M.J. Verstijlen, 'De directe actie in het vermogensrecht', NJB 2009, p. 1631.
Het vereiste dat de schuld betaalbaar is houdt in dat degene die tot verrekening overgaat bevoegd is tot betaling van de schuld over te gaan. Deze schuld hoeft niet opeisbaar te zijn. Dit volgt uit artikel 6:127 lid 2 BW1 en het arrest Nieuwkoop/Ontvanger.2 Klomp verwoordt de toepassing van dit vereiste als volgt:3
"Zoals een niet opeisbare schuld betaald mag worden, mag deze ook verrekend worden."
Dit zal anders zijn indien sprake is van een ten behoeve van de schuldeiser afgesproken betalingstermijn, die nog niet is verstreken.4 In dat geval heeft de schuldeiser er kennelijk belang bij dat niet eerder dan op een bepaald tijdstip zal worden gepresteerd/betaald.5 Voordat dat tijdstip is aangebroken, zal de schuldeiser deze schuld niet in verrekening mogen brengen met diens vordering.6 Kortmann en Faber hebben er nog op gewezen dat het vereiste dat de schuldenaar bevoegd is tot betaling van zijn schuld, tevens inhoudt dat de schuldenaar bevoegd moet zijn tot bevrijdende betaling van zijn schuld aan de schuldeiser.7