Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.6.6.1
5.6.6.1 Maatschappelijke discussies en politieke ontwikkelingen
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS412624:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de functies van belastingheffing Stevens 2008, p. 4.
Gribnau 2005, p. 84.
Zie o.a. NRC Handelsblad 7, 8 en 10 juni 2006, FD 17 mei 2006.
Popelier 1997, p. 325.
Uit een onderzoek van de Stichting Pensioenkijker blijkt dat nog geen twintig procent vertrouwt op de AOW als bron voor de oudedagsvoorziening (Persbericht 31 juli 2007).
Van de in het Belastingplan 2009 voorgestelde tariefmaatregelen ter financiering van de kosten van de vergrijzing (houdbaarheidsbijdrage) worden slechts belastingplichtigen uitgezonderd die vóór 1946 zijn geboren. Deze grens wordt onderbouwd met het argument dat deze groep belastingplichtigen niet meer de mogelijkheid heeft gehad te anticiperen op de invoering van de houdbaarheidsbijdrage.
Gelet op de functies die naast de primaire – budgettaire – functie aan belastingheffing worden toegekend, moet er rekening mee worden gehouden dat regels van belastingheffing veranderen indien maatschappelijke en politieke ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Met name de allocatieve functie en de verdelingsfunctie – die beiden deel uitmaken van de instrumentele functie van belastingheffing – zorgen ervoor dat de overheid ingrijpt indien maatschappelijke ontwikkelingen daarom vragen of politieke ontwikkelingen daartoe leiden.1 Gribnau merkt in dit kader op:2
‘Het zal duidelijk zijn dat recht (met name materieel recht) aan stabiliteit inboet nu het expliciet ten dienste staat van een zich voortdurend ontwikkelende maatschappij en economie.’
Maatschappelijke ontwikkelingen hebben bijvoorbeeld ertoe geleid dat intensief wordt gediscussieerd over de financiering van de AOW en maatregelen die dienaangaande kunnen worden getroffen.3 Een ander voorbeeld van een aanhoudende maatschappelijke discussie die tot wetswijziging zou kunnen leiden is die met betrekking tot de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. De genoemde ontwikkelingen leiden ertoe dat betrokkenen zich niet onverkort kunnen beroepen op het vertrouwen dat de huidige regels onveranderd blijven voortbestaan. Popelier leidt uit rechtspraak van het Bundesverfassungsgericht ook af dat men rekening moet houden met een wetswijziging wanneer het voorheen geldende recht reeds lang omstreden was of wanneer reeds herhaaldelijk hervormingen in de zin van de nieuwe regeling werden gevraagd en in overweging genomen.4 Welke aanpassingen zullen worden doorgevoerd valt evenwel nog niet te voorspellen. Gesteld zou kunnen worden dat belastingplichtigen die de vijftigjarige leeftijd thans nog niet hebben bereikt, er rekening mee moeten houden dat de AOW zal worden gefiscaliseerd.5 Vijftigplussers mogen in mijn visie vertrouwen op een begunstigende overgangsmaatregel.6
Veranderingen in politieke verhoudingen leiden in de regel tot aanpassingen in het kabinetsbeleid, welke aanpassingen ook hun effect zullen krijgen in belastingmaatregelen. Met name regels die voortvloeien uit de instrumentele functie van belastingheffing kunnen onder druk komen te staan (zie ook par. 5.4.3).
Naar mijn mening leiden maatschappelijke discussies en politieke ontwikkelingen er niet toe dat een wetswijziging volledig voorzienbaar is. In beperkte mate moet daar echter wel rekening mee worden gehouden. Voor particulieren stel ik de voorzienbaarheidsfactor op 1. Voor ondernemers en rechtspersonen stel ik deze factor op 2 aangezien zij naar verwachting beter in staat zijn om met behulp van een adviseur signalen te vertalen tot vooruitzichten.