Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.1:15.1 Inleiding
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.1
15.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232915:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals gecategoriseerd in hoofdstuk 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf wordt ingegaan op de eerder gesignaleerde fiscale knelpunten (zoals omschreven in hoofdstuk 2) bij de drie besproken beschermingsfiguren. Van een knelpunt is in mijn ogen allereerst sprake, indien de toepassing van een beschermingsfiguur er ten opzichte van de “reguliere” situatie, waarin van de beschermingsfiguur geen sprake is, meer belasting verschuldigd is. Daarnaast kan mijns inziens ook sprake zijn van een knelpunt indien de fiscale behandeling van de situatie met beschermingsfiguur onduidelijk is, althans in die mate dat dit belastingplichtigen ervan kan weerhouden om deze figuur toe te passen. Ook kan de complexiteit van een regeling onder omstandigheden een knelpunt vormen, zodat een zo eenvoudig mogelijke benadering in beginsel de voorkeur heeft.
Voor een dergelijk knelpunt kunnen meerdere redenen zijn, die ook een rechtvaardiging kunnen vormen voor het ontbreken van een (volledig) fiscaal neutrale behandeling van een rechtsfiguur. Een rechtvaardiging zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat een fiscaal neutrale inpassing van de rechtsfiguur te zeer inbreuk zou maken op het doel van de desbetreffende fiscale regeling, zoals het antimisbruikkarakter van het APV-regeling. Een knelpunt kan echter ook veroorzaakt worden door onvolkomenheden in de fiscale wetgeving, in welk geval een rechtvaardiging voor het knelpunt naar mijn mening ontbreekt.
Hierna ga ik derhalve per knelpunt allereerst in op de vraag of dit veroorzaakt wordt door een onvolkomenheid in de desbetreffende fiscale regeling en voorts, voor zover naar mijn mening sprake is van een dergelijke onvolkomenheid, doe ik een aanbeveling voor aanpassing van de regelgeving. Ik beperk mij daarbij, zoals besproken in hoofdstuk 2, tot onvolkomenheden van juridische aard.1