Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/4.4
4.4 Procedure tegen een beslissing op het rechtsmiddel
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS373455:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het onderwerp van het rechtsmiddel overeenkomstig art. 44 is de beslissing op het rechtsmiddel ex art. 43. Ingevolge art. 44 kan slechts tegen deze beslissing een rechtsmiddel worden aangewend en niet tegen een tussenbeslissing gegeven in de loop van de rechtsmiddelprocedure. Zie Krop-holler (2002), p. 459.
Dit betekent dan ook dat indien de oorspronkelijke verzoeker in de rechtsmiddelprocedure verstek laat gaan, tegen de beslissing op het rechtsmiddel slechts een beroep in cassatie openstaat en niet het rechtsmiddel van verzet, ook al is tegen de oorspronkelijke verzoeker verstek verleend (vgl. Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, Verdragen & Verordeningen, EEX-Verordening, Art. 44, aant. 1).
De Staatscommissie heeft gemeend dat gezien het 'snelle' karakter van de exequaturprocedure de termijn voor het instellen van beroep in cassatie tot twee maanden teruggebracht zou moeten worden (Staatscommissie voor het Internationaal Privaatrecht, nr. 2).
Overeenkomstig art. 44 EEX-Vo kunnen tegen de beslissing in de rechtsmiddelprocedure1 slechts de rechtsmiddelen genoemd in de Bijlage IV worden aangewend. In Nederland kan tegen een beslissing op het rechtsmiddel beroep in cassatie worden ingesteld. Het is voor de partij tegen wie de tenuitvoerlegging is gevraagd, niet mogelijk om tegen de beslissing van de rechtbank hoger beroep bij het gerechtshof in te stellen. Art. 44 bepaalt uitdrukkelijk dat slechts die middelen ingesteld kunnen worden die in de bijlage staan opgesomd. De EEX-Verordening creëert namelijk een eigen systeem van rechtsmiddelen.2
Het rechtsmiddel van art. 44 dient evenals het rechtsmiddel van art. 43 bij een dagvaarding te worden ingesteld. Noch de verordening noch de uitvoeringswet bepalen de termijn voor het rechtsmiddel van art. 44. Bij gebreke van een bijzondere regeling moet het rechtsmiddel in Nederland ingevolge art. 402 lid 1 Rv binnen drie maanden worden ingesteld.3