De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.6.2.1:3.6.2.1 De relevante onderdelen voor de oorsprong van de bij dode opgerichte stichting
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.6.2.1
3.6.2.1 De relevante onderdelen voor de oorsprong van de bij dode opgerichte stichting
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232216:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De voor de onderzoeksvraag relevante onderdelen van de oorsprong van artikel 2:286 BW zijn het vereiste van notariële akte en het gebruik van de Nederlandse taal voor de statuten.
Het voorschrift van notariële akte is van belang omdat, zoals hiervoor in 3.2.2.4 bleek, alleen de Nederlandse notariële uiterste wil kan gelden als akte tot oprichting van een stichting krachtens uiterste wilsbeschikking. Het ontbreken van een Nederlandse notariële akte leidt tot toepasselijkheid van artikel 4:135 lid 2 BW. Het voorschrift voor het gebruik van de Nederlandse taal is van belang, omdat juist artikel 2:286 lid 2 BW ten aanzien van het gebruik van de Nederlandse taal een bijzondere bepaling bevat ten aanzien van een uiterste wilsbeschikking.