Einde inhoudsopgave
De invloed van het EVRM op het ondernemingsrecht (IVOR nr. 91) 2012/7.4.11
7.4.11 De materiële toetsing van een VN-listing
mr. A.J.P. Schild, datum 06-11-2012
- Datum
06-11-2012
- Auteur
mr. A.J.P. Schild
- JCDI
JCDI:ADS391211:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Marty 2007, onder 5.1 tot en met 5.3.
Verordening (EU) nr. 1286/2009 van de Raad van 22 december 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al-Qa’idanetwerk en de Taliban.
GEA 30 september 2010, T-85/09, EHRC 2010, 134 m.nt. Cuyvers (Kadi II), nr. 123: “If the intensity and extent of judicial review were limited in the way advocated by the Commission and the intervening governments (see paragraphs 86 to 101 above) and by the Council (see paragraphs 102 to 111 above), there would be no effective judicial review of the kind required by the Court of Justice in Kadi but rather a simulacrum thereof.”
GEA 30 september 2010, T-85/09, EHRC 2010, 134 m.nt. Cuyvers (Kadi II), nrs. 134 en 135.
In de Kadi-uitspraak heeft het Hof van Justitie een belangrijke stap gezet, door te aanvaarden dat hij bevoegd is om de handelingen te controleren van de organen van de Unie ter uitvoering van een listing door de Veiligheidsraad. Maar daarmee is een belangrijke vraag nog niet beantwoord. Een listing door de Veiligheidsraad geschiedt in de regel mede op basis van vertrouwelijke informatie, afkomstig van inlichtingendiensten. Wat gebeurt er indien de Veiligheidsraad de informatie op grond waarvan de listing heeft plaatsgevonden, niet of slechts ten dele wenst te openbaren? In de Kadi-uitspraak heeft het Hof alleen overwogen dat de gronden die tot listing hebben geleid aan hen dienen te worden medegedeeld. De belangrijke – nog door het Hof van Justitie te beantwoorden vraag – betreft de vraag: wat vergt het beginsel van hoor en wederhoor in deze en wanneer is sprake van een voldoende effectief rechtsmiddel om op te komen tegen een listing.
Volgens het rapport van Dick Marty1 – geschreven in 2007 in opdracht van de Raad van Europa – dient de listing-procedure de volgende rechten te waarborgen, wil zij kunnen voldoen aan de eisen die het EHRM stelt:
het recht om geïnformeerd te worden over de beschuldigingen;
het recht om te worden gehoord en op een behoorlijke verdediging;
het recht op een tijdige beslissing door een onafhankelijke rechter;
het recht om te worden gecompenseerd bij schending van rechten;
duidelijke minimumeisen die gelden voor een listing;
een listing dient beperkt te worden in de tijd. Ontoelaatbaar is dat personen jaren op een lijst staan, zonder dat de autoriteiten met voldoende bewijs komen om tot vervolging over te gaan.
Na de eerste Kadi -uitspraak is een nieuwe verordening ingevoerd om de uitvoering van het beginsel van hoor en wederhoor te verzekeren.2 Op grond daarvan dient de Commissie een besluit tot listing mee te delen aan de betrokken personen, entiteiten, lichamen of groepen, zodat deze hun mening kunnen geven over het besluit. Ook aan Kadi zijn de redenen voor de listing–naar verluidt een samenvatting op een A4-tje – verstrekt. Hij heeft daarop zijn commentaar mogen geven, waarna de Commissie zijn verzoek tot delisting heeft verworpen. Kadi is vervolgens een nieuwe procedure gestart omdat hij vond dat met deze gang van zaken onvoldoende invulling was gegeven aan het recht op hoor en wederhoor.
Het Gerecht heeft Kadi inmiddels gelijk gegeven en is opvallend kritisch over de handelwijze van de Commissie.3 Over het vereiste niveau van review overwoog het Gerecht dat uit de Kadi-uitspraak valt af te leiden dat in beginsel een full review is vereist, die niet alleen betrekking heeft op de redenen voor een listing , maar ook op het daaraan ten grondslag liggende bewijsmateriaal, waarbij het aan de Commissie is om technieken te bedenken waarbij specifieke informatie om legitieme veiligheidsredenen kan worden afgeschermd.4 Tegen deze uitspraak is beroep ingesteld.
De stand van het recht op dit punt is bij het ter perse gaan van dit boek dus nog niet uitgekristalliseerd. Het wachten is in de eerste plaats op wat het Hof gaat beslissen in het hoger beroep dat is ingesteld naar aanleiding van de Kadi-II-uitspraak.