Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/6.2.5:6.2.5 Verzuimboete schending specifieke administratieve verplichtingen (art. 67ca AWR)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/6.2.5
6.2.5 Verzuimboete schending specifieke administratieve verplichtingen (art. 67ca AWR)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940627:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 5.2.2.2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bestanddelen
Bij deze verzuimboete gaat het om de schending van een aantal met name genoemde verplichtingen.1 Dat betekent dat de precieze delictsomschrijving verschilt van geval tot geval. Het bewijsobject is immers afhankelijk van het antwoord op de vraag welke verplichting is geschonden. In zijn algemeenheid geldt, dat moet worden bewezen:
dat de betreffende verplichting (nog steeds) bestaat;
dat één of meer onderdelen van de verplichting zijn geschonden.
Zo is op grond van art. 67ca AWR beboetbaar gesteld: het niet voldoen aan de verplichting van art. 6 lid 3 AWR. Die verplichting behelst het verzoeken om een uitnodiging tot het doen van aangifte. In art. 2 en 3 UR AWR zijn de precieze voorwaarden en de geldende termijnen uitgewerkt. De delictsomschrijving van art. 67ca AWR wordt in dat geval mede ingevuld door die artikelen uit de AWR en de UR AWR. Effectief is aldus beboetbaar gesteld: het niet of niet tijdig doen van een verzoek om een uitnodiging.
Opmerkingen
-