Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/1.3.2.2
1.3.2.2 Tenuitvoerlegging - begripsomschrijving
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS380661:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Terminologisch zou men kunnen denken dat niet door de erkenning van een vreemde beslissing als zodanig, maar door het verlenen van een exequatur (het rechterlijk verlof tot tenuitvoerlegging) de feitelijke executie haar aanvang neemt. Deze benadering is mijns inziens niet juist. Zoals nog zal blijken kan de schuldeiser, om welke redenen dan ook, besluiten om niet over te gaan tot de feitelijke executie, ofschoon hij reeds in het bezit van een exequatur is. De 'geëxequatureerde' beslissing blijft dan als een zwaard van Damocles boven het hoofd van de schuldenaar hangen. Zie ook paragraaf 33.2.
Volgens Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal (13e druk, 1999) zijn de woorden 'tenuitvoerlegging' en 'executie' synoniemen van elkaar. Zie ook art. 430 lid 3 Rv, waarin wordt bepaald dat de executoriale titels ten uitvoer gelegd kunnen worden eerst nadat de betekening daarvan heeft plaatsgevonden aan de partij tegen wie de executie zich zal richten.
Deze fase kan ook worden aangeduid als de executie in eigenlijke zin ('execution forcée', 'Zwangsvollstreckung'), de fase waarin de dwangmiddelen daadwerkelijk worden toegepast (Hugenholtz/Heemskerk (2002), nr. 201).
Uit een document van de Raad van de EU (10593/00) blijkt dat in een later stadium binnen de EU ook gewerkt dient te worden aan het vergemakkelijken van de maatregelen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen. Of deze samenwerking zover dient te gaan dat ook het executierecht van de verschillende lidstaten wordt aangepast, is op dit moment onduidelijk.
Alvorens antwoord op de vraag te geven wat onder de tenuitvoerlegging dient te worden begrepen, moet worden opgemerkt dat de term 'tenuitvoerlegging' ruim dan wel eng kan worden uitgelegd. De tenuitvoerlegging in ruime zin omvat in mijn visie het gehele proces dat volgt na het verkrijgen van een rechterlijke beslissing. Hieronder valt de kennisgeving van de rechterlijke beslissing aan de wederpartij, de eventuele erkenning daarvan in een andere staat1, het verzoeken van de benodigde intermediaire maatregelen, zoals bijvoorbeeld conservatoir beslag, en het treffen van voorbereidende maatregelen om in een later stadium over te gaan tot de uiteindelijke feitelijke executie.2 Deze laatste fase, de feitelijke executie, is de tenuitvoerlegging in enge zin. Deze fase begint op het moment dat de schuldeiser, oftewel de partij die op grond van de rechterlijke beslissing daartoe gerechtigd is, tot een feitelijke uitvoering van die beslissing overgaat. Hiermee wordt gedoeld op de daadwerkelijke verwezenlijking van het in de voorafgaande gerechtelijke procedure vastgestelde recht jegens een ander, bijvoorbeeld door de verkoop van een vermogensbestanddeel van de 'verliezende' wederpartij teneinde aan de veroordeling tot betaling te voldoen dan wel door het onder zich nemen van datgene waarop men op grond van de rechterlijke beslissing recht heeft.3 In deze fase wordt een uitvoerbare rechterlijke beslissing aan een daartoe door de overheid aangewezen lichaam (in Nederland de deurwaarder) overhandigd, welke instantie zo nodig tot het toepassen van dwangmiddelen, zoals executoriaal beslag, overgaat.
In dit onderzoek zal aandacht worden besteed aan de ruime benadering van de tenuitvoerlegging van vermogensrechtelijke beslissingen, afkomstig van rechterlijke instanties van de verschillende lidstaten van de Europese Unie. Centraal staat daarbij de exequaturprocedure. Deze procedure heeft tot doel een vreemde beslissing gelijk te stellen met een 'nationale' beslissing, zodat de tenuitvoerlegging daarvan in de staat van de aangezochte rechter mogelijk wordt. Deze fase van de tenuitvoerlegging wordt van oudsher beheerst door het recht van de staat waar de tenuitvoerlegging moet worden verricht. De internationale regelingen hebben dit gedeelte van het procesrecht ongemoeid gelaten.4