Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.7:6.7 Samenvatting en conclusie
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.7
6.7 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363029:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het kenbaarmakingsbeginsel kan worden beperkt door andere beginselen, waaronder algemene belangen. Het stappenplan (de beslisboom) ten aanzien van het kenbaarmakingsbeginsel is in dit hoofdstuk met een stap uitgebreid en ziet er nu als volgt uit:
Figuur 18
In dit hoofdstuk is de vierde stap uit het stappenplan (de beslisboom) onderzocht. In artikel 52 van het Handvest zijn de voorwaarden neergelegd waaraan een beperking van een in het Handvest gecodificeerd beginsel moet voldoen. Beperkingen op de uitoefening van de in dit Handvest erkende rechten en vrijheden moeten 1) bij wet worden gesteld en 2) de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen. Met inachtneming van het 3) evenredigheidsbeginsel kunnen slechts beperkingen worden gesteld, als zij noodzakelijk zijn en 4) daadwerkelijk beantwoorden aan door de Europese Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Voor ongeschreven Unierechtelijke beginselen geldt niet de voorwaarde dat een beperking bij wet moet zijn gesteld.
Dat een beperking bij wet moet zijn gesteld, betekent dat de maatregel een wettelijke basis als zodanig moet hebben en dat die wet voldoende toegankelijk, voorzienbaar en precies dient te zijn. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie is af te leiden dat hierbij niet vereist is dat de maatregel als een beperking van een ander beginsel wordt gepresenteerd. Wel dient de tekst voldoende duidelijk te zijn, zodat daarmee de reikwijdte van de beperking voorzienbaar en duidelijk is.
Dat een beperking de wezenlijke inhoud van het kenbaarmakingsbeginsel moet eerbiedigen, houdt kortweg in dat de beperking niet zover mag strekken dat feitelijk het kenbaarmakingsbeginsel daarmee een dode letter is geworden.
Voorts moet met de beperking een algemeen belang worden nagestreefd. Voor het wegen van de concurrerende beginselen is het van groot belang dat de algemene belangen zo concreet mogelijk worden geformuleerd. Voor fiscale zaken komen vooral de volgende algemene belangen naar voren: een doeltreffend optreden van de douaneautoriteiten, gevaar voor de veiligheid van de Europese Unie en haar ingezetenen, de gezondheid van de mens, dier of plant, het milieu of de consument en het bestrijden van fraude en misbruik. Hierbij is de enkele aanwezigheid van een algemeen belang onvoldoende. Er moet een direct verband bestaan tussen het algemeen belang en de beperking. Beperkingen kunnen niet worden ingegeven door praktische argumenten.
Vervolgens is het evenredigheidsbeginsel aan de beurt. Het evenredigheidsbeginsel houdt drie vereisten in zich: geschiktheid, noodzaak en evenredigheid stricto sensu. De geschiktheid houdt in dat een beperkende maatregel geschikt moet zijn het legitieme doel (algemene belang) te bereiken. Het is aan de overheid aannemelijk te maken dat hiervan sprake is. Aan deze voorwaarde voldoet een beperkende maatregel over het algemeen snel. Daarnaast moet de maatregel noodzakelijk zijn. Hierbij wordt getoetst of de minst ingrijpende maatregel is gekozen. Ten slotte wordt aangekomen bij het hart van het evenredigheidsbeginsel, de evenredigheid stricto sensu, hetgeen een weging van concurrerende beginselen met zich brengt.
De wijze waarop het Hof van Justitie omgaat met het vereiste van evenredigheid stricto sensu is onderzocht met behulp van Alexy’s ‘Law of Balancing’.
Vergelijking 3
Hierbij is a het gewicht van de inbreuk op beginsel A (kenbaarmakingsbeginsel), b het gewicht van het voldoen aan het concurrerende beginsel B en C de conclusie welk beginsel voorrang krijgt. Deze conclusie moet logisch voortvloeien uit de gewichten a en b. De gewichten a en b vormen de onderbouwing van de conclusie. Alexy’s ‘Law of Balancing’ heeft twee belangrijke inzichten gegeven. Als eerste dat bij een patstelling een beperking van een beginsel mogelijk is. Als tweede blijkt door de benadering vanuit Alexy’s ‘Law of Balancing’ dat als de zwaarte van het belang van het voldoen aan het concurrerende beginsel moet worden gesteld op zwaar of het gewicht van de inbreuk op het kenbaarmakingsbeginsel moet worden gesteld op licht, deze constatering voldoende is voor de conclusie dat het beginsel mag worden beperkt.
Analyse van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van na de inwerkingtreding van het Handvest ten aanzien van het evenredigheidsbeginsel stricto sensu heeft de volgende inzichten gegeven:
Algemeen:
Borging van het Unierecht staat voorop.
Het Hof van Justitie heeft een voorkeur voor geschilbeslechting via het geven van algemene, bij herhaling toepasbare regels. Dit staat in de meeste gevallen een zaakgerichte benadering niet in de weg.
De geschiktheid en noodzakelijkheid spelen nog steeds een essentiële rol in de jurisprudentie. Als een zaak niet strandt op een van de andere voorwaarden van artikel 52 van het Handvest dan is het vereiste van evenredigheid stricto sensu steeds aanwezig.
Gewicht a:
Het Hof van Justitie is geneigd een conflict tussen concurrerende beginselen te benaderen vanuit het gewicht van de inbreuk. Het Hof van Justitie geeft daarbij niet altijd de ernst van de inbreuk.
De weging van concurrerende beginselen is meer op de voorgrond getreden.
Gewicht b:
Het Hof van Justitie is meer aandacht gaan besteden aan het gewicht voor het voldoen aan het concurrerende beginsel.
Het Hof van Justitie besteedt veel aandacht aan het doel waarvoor de beperkende maatregel inbreuk maakt op een beginsel.
Het Hof van Justitie maakt het gewicht van het concurrerende beginsel vaak niet duidelijk.
Conclusie C:
In een aantal gevallen vloeit de conclusie niet logisch voort uit de motivering, omdat het gewicht van a of het gewicht b ontbreekt in de motivering.
In een aantal gevallen is slechts het gewicht a of het gewicht b nodig voor een logische conclusie. Een lezer zal dit niet altijd onderkennen.
Het is niet mogelijk iets te zeggen over de consistentie van het Hof van Justitie ten aanzien van het wegen van concurrerende beginselen, omdat geen gelijke gevallen zijn geconstateerd,
Slechts enkele omstandigheden die relevant zijn voor het wegen van beginselen komen in beeld.
Analyse van verschillende omstandigheden die in de literatuur en de jurisprudentie van het Hof van Justitie naar voren komen geeft invulling aan de omstandighedencatalogus voor het kenbaarmakingsbeginsel. Deze omstandighedencatalogus is weergegeven in paragraaf 6.6.4. Deze omstandighedencatalogus zal ik gebruiken in hoofdstuk 8 als ik het Nederlandse (fiscale) bestuursrecht langs de lat van het kenbaarmakingsbeginsel ga leggen.
Uit het onderzoek is gebleken dat het mogelijk is het kenbaarmakingsbeginsel categoraal te beperken. Dat kan in ieder geval ten aanzien van de volgende beperkingen.
Een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel voor een beperkte groep voorgenomen bezwarende fiscale besluiten waarbij, indien bezwaar wordt gemaakt tegen het bezwarende besluit, de rechtsgevolgen buiten werking worden gesteld en een normale procedure wordt gestart, die voldoet aan de vereisten die het kenbaarmakingsbeginsel stelt (Texdata Software-methode) (paragraaf 6.6.2.g).
Een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel bij een voorgenomen bezwarend besluit als dat besluit wordt gevolgd door een later bezwarend besluit waarin het eerste besluit wordt toegepast en de rechtsgevolgen van het eerste besluit pas merkbaar zijn bij het latere besluit en, ten aanzien van het laatste bezwarende besluit, een procedure wordt gevolgd die voldoet aan de vereisten die het kenbaarmakingsbeginsel stelt (paragraaf 6.6.3.a).
Een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel bij een voorgenomen bezwarend besluit indien sprake is van een gebonden beschikking en de belanghebbende nimmer over voor het nemen van die beschikking relevante informatie kan beschikken (paragraaf 6.6.3.b).
Een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel bij een voorgenomen bezwarend besluit als voorafgaand aan dat voorgenomen bezwarende besluit reeds een procedure is gevolgd die voldoet aan de vereisten die het kenbaarmakingsbeginsel stelt en sprake is van een opvolgend bezwarend besluit dat alleen ziet op de uitvoering van het eerdere besluit (paragraaf 6.6.3.d).
Uit de arresten Kamino en Prequ’Italia kan ten aanzien van het kenbaarmakingsbeginsel een negatieve voorrangsregel worden gedestilleerd, dat wil zeggen een regel die ervoor zorgt dat het kenbaarmakingsbeginsel niet kan worden beperkt. Van een gerechtvaardigde beperking van het kenbaarmakingsbeginsel kan geen sprake zijn als geen sprake is van een nationale regeling op grond waarvan de belanghebbende de mogelijkheid heeft het bezwarende besluit aan te vechten. Deze nationale regeling moet daarbij voorzien in de mogelijkheid tot opschorting van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. Hierbij is het niet noodzakelijk dat een bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit automatisch opschort. Het is echter van belang dat het bestuursorgaan de toekenning van de opschorting van de tenuitvoerlegging niet beperkt als er redenen bestaan te twijfelen aan de (voorgenomen) bestreden handeling of als de belanghebbende onherstelbare schade dreigt te lijden.
Dit hoofdstuk laat zien dat veel beperkingen van het kenbaarmakingsbeginsel mogelijk zijn, maar niet alle beperkingen. Als het kenbaarmakingsbeginsel niet gerechtvaardigd wordt beperkt, wordt dit beginsel geschonden. De volgende stap in het onderzoek is het onderzoeken van de gevolgen van een schending van het kenbaarmakingsbeginsel.