Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/4.7:4.7 Het tijdstip van verrekening
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/4.7
4.7 Het tijdstip van verrekening
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS605991:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Memorie van Toelichting1 wordt als volgt ingegaan op het tijdstip van verrekening:
"De derde volzin van artikel 25, tweede lid, waarin wordt voorgeschreven dat als tijdstip van verrekening van de schuld geldt de dagtekening van het aanslagbiljet - waaronder dus ook de beschikking in de zin van artikel 2, tweede lid, onderdeel b2 - en van de beschikking bedoeld in de Algemene wet inzake de douane en accijnzen, waaruit van het uit te betalen bedrag blijkt, is opgenomen uit overwegingen van rechtszekerheid. De bepaling is van groot belang voor het antwoord op de vraag tot welk moment invorderingsrente verrekend moet worden, terwijl door de bepaling ook zekerheid bestaat dat dwanginvorderingsmaatregelen ter zake van een openstaande schuld die plaatsvinden na de dagtekening van het aanslagbiljet waaruit het uit te betalen bedrag blijkt doch vóór de feitelijke verrekening van dat bedrag met de nog openstaande schuld, geen effect meer hebben en ook niet kunnen leiden tot het in rekening brengen van kosten daarvan aan de belastingschuldige."
De wetgever beroept zich op het beginsel van de rechtszekerheid. Door middel van wetsvoorstel 25 119 heeft in artikel 24 lid 2 Iw 1990 een toevoeging3 plaatsgevonden voor het tijdstip van verrekening bij een 'negatieve' voorlopige aanslag. Deze wijziging, die per 1 juli 1998 is ingevoerd, is als volgt toegelicht:4
"Met de wijziging van artikel 24, tweede lid, Invorderingswet 1990 wordt het tijdstip van verrekening van een termijn van een voorlopige aanslag die een uit te betalen bedrag behelst, gesteld op het tijdstip waarop de desbetreffende termijn vervalt. Hiermee wordt voorkomen dat het tijdstip van verrekening wordt gesteld op het tijdstip van de dagtekening van het aanslagbiljet van de voorlopige aanslag, hetgeen zou kunnen leiden tot onbedoelde gevolgen met betrekking tot bijvoorbeeld de invorderingsrente."
Sinds 1 juli 2009 staat in artikel 4:93 lid 3 Awb dat de verrekening van bestuursrechtelijke geldschulden terugwerkt overeenkomstig artikel 6:129 lid 1 en 2 BW. Voor de verrekening door de fiscus is echter op dit uitgangspunt een uitzondering gemaakt in artikel 24 lid 1, zevende volzin, Iw 1990. Hiervoor5 kwam al aan de orde dat de met de invoering van onderdeel b van het eerste lid van artikel 24 Iw 1990 per 1 januari 2008 een leemte is ontstaan ten aanzien van het tijdstip van verrekening. Betreft de vordering van de belastingplichtige op de fiscus niet een belastingvordering maar heeft die een civielrechtelijke titel, dan zal geen sprake zijn van een aanslag met een dagtekening. Artikel 24 Iw 1990 voorziet voor dat geval niet in een verrekeningstijdstip.