Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.2.3.4.3:11.2.3.4.3 Clothes Line Apparel
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.2.3.4.3
11.2.3.4.3 Clothes Line Apparel
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258457:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Clothes Line Apparel (CLA) geeft diverse kledingartikelen voorzien van een Diesel-logo ten invoer aan in Canada. CLA betaalt een vergoeding aan Diesel U.S.A. Inc. (Diesel U.S.A.), waarvan CLA stelt dat een deel van de vergoeding kwalificeert als inkoopcommissie en een deel als royaltybetaling. CLA voert aan dat de gehele vergoeding niet in aanmerking genomen moet worden voor het bepalen van de transactiewaarde. Aan de hand van een onderzoek naar de zakelijke relatie tussen CLA en Diesel U.S.A., waaronder diverse verklaringen van medewerkers van de betrokken partijen, analyseert het Canadian International Trade Tribunal of de vergoeding kwalificeert als ‘(inkoop)commissie of courtage’ of als ‘verkoop voor uitvoer’. Tevens buigt het Canadian International Trade Tribunal zich over de vraag of de royaltybetaling in aanmerking genomen moet worden voor het bepalen van de transactiewaarde.
Ten tijde dat de litigieuze invoertransacties plaatsvonden, lag er geen ‘buying agreement’ ten grondslag aan de relatie tussen CLA en Diesel U.S.A. Wel was een oude overeenkomst overgelegd waarvan werd aangevoerd dat de daarin opgenomen afspraken nog steeds golden. Uit de verklaringen van vertegenwoordigers van Diesel U.S.A. en Diesel Canada Inc.1 bleek echter dat de in de oude ‘buying agreement’ opgenomen bepalingen geen recht meer deden aan de feitelijke functie van Diesel U.S.A. Het Canadian International Trade Tribunal oordeelde daarop dat Diesel U.S.A. in feite partij is bij de verkoopovereenkomst en er zodoende sprake is van een ‘verkoop voor uitvoer’. De overwegingen die het Canadian International Trade Tribunal daaraan ten grondslag lijkt te leggen zijn gelegen in:
De wijze van factureren;
De naamgeving op de facturen;
Wie de verzekerde is ten aanzien van de ingevoerde goederen; en
De verdeling van de beslissingsbevoegdheid bij belangrijke beslissingen.
Ik licht dat hieronder nader toe.
i. De wijze van factureren
In casu factureren de fabrikanten aan Diesel U.S.A. en factureert Diesel U.S.A. aan CLA tegen hetzelfde bedrag vermeerderd met een royaltyvergoeding van 8%. De vergoeding van Diesel U.S.A. aan CLA, onder de noemer ‘inkoopcommissie’, wordt in de regel separaat gefactureerd. Het Canadian International Trade Tribunal stelt dat in een koper-agentstructuur de wijze van factureren eenvoudiger kan door fabrikanten een factuur rechtstreeks aan CLA te laten uitreiken. Deze wijze van factureren wordt derhalve gezien als aanwijzing om Diesel U.S.A. aan te wijzen als verkoper in plaats van inkoopagent. Naar mijn mening zou dit in de Europese Unie ook slechts als aanwijzing worden aangemerkt gelet op het Hauptzollamt Karlsruhe tegen Gebrüder Hepp GmbH & Co. KG-arrest.
De betalingstermijnen van de twee facturen lijken in deze zaak wel een doorslaggevende rol te spelen bij de overweging of sprake is van een ‘(inkoop)commissie of courtage’ of ‘verkoop voor uitvoer’. De betalingstermijn van de facturen die Diesel U.S.A. krijgt uitgereikt is korter dan de facturen die zij uitreikt aan CLA. Daardoor krijgt Diesel U.S.A. in theorie de mogelijkheid om winst te behalen op basis van het daaruit volgende liquiditeitsvoordeel. Daarbij komt dat bij een koper-agentstructuur de rechten en verplichtingen opgelegd door de fabrikant de juridische positie van CLA rechtstreeks zouden moeten aantasten. Nu de rechten en verplichtingen door tussenkomst door Diesel U.S.A. worden gewijzigd, volgt daaruit dat sprake is van twee verkoopcontracten met ieder zijn eigen algemene voorwaarden. De wijze van factureren in deze zaak geeft in mijn optiek separaat beschouwd al aanleiding om Diesel U.S.A. aan te merken als partij bij het contract.2
ii. De naamgeving op de facturen
De facturen (en interne inlichtingen) van de fabrikanten vermelden Diesel U.S.A. als koper en CLA ‘slechts’ als geadresseerde hetgeen het Canadian International Trade Tribunal aanmerkt als een aanwijzing dat Diesel U.S.A. feitelijk optreedt als verkoper in plaats van als inkoopagent. In de Europese Unie zou dit, gelet op wederom het Hauptzollamt Karlsruhe tegen Gebrüder Hepp GmbH & Co. KG-arrest, ‘slechts’ een aanwijzing zijn.
iii. Wie de verzekerde is ten aanzien van de ingevoerde goederen
Diesel U.S.A. stond aangemerkt als verzekerde op de verzekeringsovereenkomst van CLA. Daaruit volgt, aldus het Canadian International Trade Tribunal, dat Diesel U.S.A. kennelijk verzekerbaar belang in de goederen heeft en (gedeeltelijk) een financieel risico draagt bij de eventuele beschadiging of verlies van de ingevoerde goederen. Het financiële risico dat Diesel U.S.A. daarmee loopt is in mijn optiek net als het verschil in betalingstermijnen van doorslaggevende betekenis voor het aanmerken van Diesel U.S.A. als partij bij het verkoopcontract.
iv. De verdeling van de beslissingsbevoegdheid bij belangrijke beslissingen
Diesel SpA, een entiteit die net als Diesel U.S.A. deel uitmaakt van het Dieselconcern, selecteert de prijzen die aan CLA worden voorgelegd, heeft finale zeggenschap over het selecteren van de fabrikanten en controleert of de goederen de juiste kwaliteiten en karakteristieken hebben. Dit lijkt een aanwijzing om Diesel U.S.A. aan te merken als partij bij het verkoopcontract, maar is naar mijn mening niet van doorslaggevende betekenis. Deze zienswijze hangt samen met het feit dat CLA de vrijheid behoudt om zelfstandig te beslissen om al dan niet een verkoop aan te gaan.