Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.2.3.4.4:11.2.3.4.4 Overweging met doorslaggevende betekenis of een aanleiding voor nader onderzoek
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.2.3.4.4
11.2.3.4.4 Overweging met doorslaggevende betekenis of een aanleiding voor nader onderzoek
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258649:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
U.S. Customs and Border Protection, What every member of the trade community should know about: buying and selling commissions, October 2006 (https://www.cbp.gov/sites/default/files/assets/documents/2016-Apr/icp004r2_3.pdf (gecheckt op 8 januari 2021)), p. 11.
Canadian International Trade Tribunal of 27 juli 2000, nr. AP-98-002 (Sherson Marketing Corporation).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De overgang van een juridische titel en/of de verkrijging van financieel risico over de ingevoerde goederen lijken mij, gelet ook op de arresten Hauptzollamt Karlsruhe tegen Gebrüder Hepp GmbH & Co. KG en Clothes Line Apparel, van doorslaggevende betekenis voor het onderscheid tussen commissies en courtages enerzijds en het aanmerken van een vergoeding als verkoop (voor uitvoer) anderzijds. Dat wil zeggen dat wanneer de juridische titel en/of het financiële risico overgaat op de ‘tussenpersoon’ de vergoeding zelfstandig wordt aangemerkt als verkoop (voor uitvoer).
Er zijn ook omstandigheden die aanleiding vormen voor een vermoeden dat sprake is van een verkoop (voor uitvoer) in plaats van een commissiedienst. Het niet rechtstreeks factureren van de verkoper aan de koper, de naamgeving op de facturen en de beslissingsbevoegdheid bij het maken van belangrijke beslissingen zoals blijkt uit het Hauptzollamt Karlsruhe tegen Gebrüder Hepp GmbH & Co. KG-arrest vormen een aanleiding om te vermoeden dat in wezen sprake is van een verkoop (voor uitvoer) in plaats van een commissiedienst. Ook de situatie dat de agent voor eigen behoefte een zelfstandige onderneming drijft, hij volledige vrijheid heeft in de hoeveelheid aan te kopen goederen van de verkoper en de verkoper en koper geen direct contact hebben vormt een aanleiding om te vermoeden dat sprake is van een verkoop (voor uitvoer) in plaats van een commissiedienst.1 In bepaalde operationele structuren is de agent tevens de licentiegever van het ingevoerde goed.2 Dat kan een aanleiding zijn voor verder onderzoek naar of deze persoon tevens de eigendom over de goederen toekomt en als zodanig partij is bij het verkoopcontract. Dit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs het geval te zijn. Voornoemde omstandigheden zijn in mijn optiek afzonderlijk beschouwd niet doorslaggevend om een vergoeding als (inkoop)commissie of courtage dan wel verkoop (voor uitvoer) aan te merken, echter, vormen een aanleiding voor nader onderzoek en spelen naar gelang de weging van de overige feiten en omstandigheden een rol van betekenis bij het maken van een afweging of een door een agent in rekening gebrachte vergoeding aangemerkt moet worden als (inkoop)commissie of courtage dan wel als verkoop (voor uitvoer).