Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.3.6:4.3.3.6 Tussenconclusie
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.3.6
4.3.3.6 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede fase van het Europees Semester is erop gericht landenspecifieke aanbevelingen te formuleren op basis van de nationale rapportages over de economische en budgettaire situatie in de lidstaat. Doel van de landenspecifieke aanbevelingen is om de lidstaten rekening te laten houden met de EU-brede doelen bij het vaststellen van het nationaal economisch en budgettair beleid voor de volgende jaren in de begroting. Op deze manier wordt geprobeerd zoveel mogelijk economische convergentie te bereiken tussen de lidstaten. In deze preventieve fase is de lidstaat niet alleen gebonden aan soft law, maar zijn er ook juridisch bindende regels geïntroduceerd voor het realiseren van de middellange termijndoelstelling die de Commissie evalueert in het kader van het Stabiliteitsprogramma. Als deze multilaterale toezichtprocedure er niet toe heeft geleid dat de lidstaat zich houdt aan de begrotingsregels komt de lidstaat terecht in de correctieve buitensporige tekortprocedure. Een procedure waarin de lidstaat is gebonden aan verscherpt toezicht en verscherpte rapportageverplichtingen.
In de preventieve fase rapporteren de lidstaten in het Nationaal Hervormingsprogramma over de implementatie van de EU-brede oriëntaties en de landenspecifieke aanbevelingen uit de vorige cyclus en hoe het de geïdentificeerde macro-economische onevenwichtigheden adresseert of zal adresseren in de toekomst. In het Stabiliteitsprogramma rapporteren de lidstaten over de budgettaire situatie in het licht van de begrotingsregels zoals neergelegd in het Stabiliteits- en Groeipact. Als door de Raad is vastgesteld dat sprake is van een buitensporig tekort leggen de lidstaten bovendien tegelijkertijd verantwoording af in het Stabiliteitsprogramma over de maatregelen die de lidstaat heeft genomen en nog zal nemen om het buitensporig tekort te corrigeren.
In deze fase van het Europees Semester worden verschillende eisen gesteld aan de lidstaten. Van de lidstaten wordt verwacht dat ze verschillende rapportages insturen naar de Commissie. Zo moet de lidstaat tweejaarlijks rapporteren aan Eurostat over de omvang van de overheidsfinanciën. De lidstaten moeten bovendien rapporteren aan de Commissie over hun schuldemissies. Deze rapportageverplichtingen worden sterk vermeerderd wanneer de lidstaat zich bevindt in de correctieve fase van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure of de buitensporige tekortprocedure. Hoe meer problemen de lidstaat ondervindt ten aanzien van zijn economische en budgettaire situatie hoe strenger de controle en het toezicht op de economische en budgettaire situatie zullen zijn. Het toezicht wordt nog verder versterkt wanneer sprake is van financiële assistentie, zoals zal volgen uit paragraaf 4.3.5.
Verder moeten de lidstaten aan verschillende eisen voldoen wat betreft de nationale begrotingsregels, de begrotingsgegevens en de begrotingskaders. Daarbij wordt in toenemende mate een beroep gedaan op het nationaal eigenaarschap. Zo hebben de lidstaten de regel van begrotingsevenwicht moeten codificeren in de nationale (Grond)wet. Daarbij moet de lidstaat ook een correctiemechanisme opnemen in de wet dat verzekert dat, als de Raad constateert dat sprake is van een significante afwijking van de middellange termijndoestelling, deze automatisch wordt gecorrigeerd op nationaal niveau. Bovendien moeten de lidstaten beschikken over een onafhankelijke begrotingstoezichthouder. Deze toezichthouder houdt specifiek toezicht op de middellange termijndoelstelling en de cijfermatige begrotingsregels. Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat binnenkort een nationaal comité voor concurrentievermogen wordt aangewezen in de lidstaten. Deze comités houden toezicht op de realisaties en de beleidsintenties van de lidstaat op het gebied van het concurrentievermogen in lijn met de landenspecifieke aanbevelingen.
In de tweede fase van het Europees Semester heeft de Commissie een grote rol. Hoewel de Raad de aanbevelingen uiteindelijk vaststelt, zijn deze gebaseerd op de aanbevelingen van de Commissie. Bovendien geldt voor alle beslissingen genomen in het Europees Semester dat de Raad in de regel de aanbeveling van de Commissie volgt tenzij de Raad expliciet toelicht waarom de Raad hiervan afwijkt. In het geval er een procedure wordt gestart tegen de lidstaat in het kader van de preventieve arm van het Stabiliteits- en Groeipact of als sprake is van een buitensporig macro-economische onevenwichtigheid of een buitensporig tekort, worden de beslissingen in de procedure genomen door de Raad met toepassing van de omgekeerde meerderheidsregel. Deze omgekeerde meerderheidsregel is dus van toepassing op de gehele procedure behalve bij de aanvankelijke beslissing om de procedures te starten. Wanneer een van deze correctieve procedures wordt gestart geeft dit verder de bevoegdheid aan de Commissie om verscherpt toezicht uit te voeren in de lidstaten, eventueel samen met de ECB. De Commissie kan bovendien te allen tijde toezichtmissies uitvoeren naar de lidstaten ter beoordeling van de economische situatie van de lidstaten en om te beoordelen of een lidstaat eventueel het risico loopt een buitensporig tekort op te lopen. Bovendien heeft de Commissie een grote mate van discretionaire ruimte bij de beoordeling van bepaalde indicatoren in zowel de macro-economische onevenwichtighedenprocedure en de preventieve en correctieve fase van het Stabiliteits- en Groeipact. Ook heeft Eurostat de bevoegdheid om contactbezoeken af te leggen in de lidstaten om de kwaliteit van de aangeleverde gegevens te controleren en staat daarnaast in constant contact met de nationale statistische autoriteiten – in Nederland het CBS.
Hoewel het Hof van Justitie geen rol heeft gekregen bij de beoordeling of sprake is van een buitensporig tekort (artikel 126 lid 10 VWEU) heeft het Hof van Justitie wel een rol gekregen in het kader van de verplichting voor de lidstaten om buitensporige onevenwichtigheden te voorkomen en terug te dringen en om een voor de lidstaat specifieke middellange termijndoelstelling te realiseren. Het Hof van Justitie heeft ook rol gekregen bij de implementatie van de regel van begrotingsevenwicht op nationaal niveau zoals blijkt uit artikel 8Fiscal Compact. Ook heeft het Hof van Justitie volle rechtsmacht bij beroepen tegen besluiten van de Raad over het opleggen van een boete aan de lidstaat als is geconstateerd dat een lidstaat statistieken heeft gemanipuleerd.
Het Europees Parlement is op reguliere en ad hoc basis betrokken bij het Europees Semester via de economische dialoog met de Commissie, de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Raad of de voorzitter van de Eurogroep. Het Europees Parlement houdt in ieder geval een dialoog met de Commissie nadat deze de landenspecifieke aanbevelingen heeft gepubliceerd. Het Europees Parlement wordt bovendien regelmatig op de hoogte gehouden door de Raad en de Commissie over de toepassing van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure en de procedure met betrekking tot het preventieve en correctieve toezicht op de begroting in het kader van het Stabiliteits- en Groeipact. Wanneer sancties worden opgelegd aan een lidstaat kan de lidstaat ook uitgenodigd worden om deel te nemen aan de gedachtewisseling in het Europees Parlement in het kader van de economische dialoog. De lidstaat kan ook uitgenodigd worden door het Europees Parlement om deel te nemen aan de gedachtewisseling in het kader van de economische dialoog, naar aanleiding van beslissingen genomen in het kader van de buitensporige macro-economische onevenwichtighedenprocedure en de buitensporige tekortprocedure. De rol van het Europees Parlement is hier beperkt: het Europees Parlement is alleen achteraf betrokken, als de beslissing al is genomen, wordt enkel geïnformeerd en kan alleen in dialoog treden met de overige EU-instellingen, maar heeft niet de mogelijkheid deel te nemen aan beslissingen dan wel om beslissende invloed uit te oefenen op de beslissingen. Dit geldt ook voor de nationale lidstaten die enkel kunnen deelnemen aan een dialoog met de EU-instellingen.
Het EU-recht maakt bij de verplichting tot het opstellen van een Nationaal Hervormingsprogramma en het Stabiliteitsprogramma een verwijzing naar de betrokkenheid van nationale parlementen bij deze programma’s. Deze programma’s moeten informatie te bevatten of en in hoeverre de nationale parlementen betrokken zijn geweest bij de op- en vaststelling van de programma’s. Dit houdt overigens geen verplichting in voor de lidstaten om de programma’s voor te leggen aan of vast te laten stellen door de nationale parlementen.