Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.3.4
4.3.3.4 Landenspecifieke aanbevelingen
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2-bis lid 3 gewijzigde Verordening (EG) 1466/97.
Artikel 2-bis ter lid 2 gewijzigde Verordening (EG) 1466/97 en artikel 2-bis lid 1 gewijzigde Verordening (EG) 1467/97.
Artikel 2-bis lid 3 gewijzigde Verordening (EG) 1466/97.
Zie Darvas & Leandro 2015 voor de landenspecifieke aanbevelingen van 2012 tot en met 2014 en Deroose & Griesse voor de landenspecifieke aanbevelingen van 2011 tot en met 2014.
Artikel 2-bis lid 3 derde alinea gewijzigde Verordening (EG) 1466/97.
Hinarejos 2015a, p. 69-72.
Hinarejos 2015a, p. 200.
Zie Hinarejos 2015a, p. 73 en Dawson 2015a, p. 54.
Bekker 2013. Zie ook een meer recente studie van Bekker 2016.
Zie in het bijzonder de studie van Bekker 2013 en 2015.
Artikel 2-bis ter lid 1 onder d, e en f gewijzigde Verordening (EG) 1466/97.
De aanbeveling in het kader van het Nationaal Hervormingsprogramma of de aanbevelingen in het kader van het bereiken van de Europa 2020-doel-stellingen en het advies op basis van het Stabiliteitsprogramma worden neergelegd in de landenspecifieke aanbevelingen.1 In mei presenteert de Commissie haar aanbevelingen aan de Raad, tegelijk met haar economische voorjaarsprognose en worden de aanbevelingen openbaar. De Raad stemt vervolgens in met deze aanbevelingen, waarna de Europese Raad deze aanbevelingen in juli bekrachtigt. In de regel neemt de Raad, in het hele Europees Semester en de daaruit voortvloeiende maatregelen, de aanbevelingen en voorstellen van de Commissie over of lichten publiekelijk toe waarom ze ervan afwijken.2
De lidstaten houden ‘naar behoren rekening met de aan hen gerichte richtsnoeren bij de ontwikkeling van hun economisch, werkgelegenheidsen begrotingsbeleid, alvorens belangrijke besluiten met betrekking tot hun nationale begroting voor de volgende jaren te nemen’.3 Doordat de implementatie van de landenspecifieke aanbevelingen in de praktijk echter te wensen over laat en in de loop der jaren bovendien achteruit is gegaan4 heeft de Commissie sinds het Europees Semester van 2015 meer focus aangebracht in de aanbevelingen. Het aantal aanbevelingen is afgenomen en de aanbevelingen richten zich op enkele prioritaire gebieden.
Als een lidstaat het vervolgens nalaat om de aanbevelingen uit te voeren, kan dit leiden tot verdere aanbevelingen om specifieke maatregelen te nemen, een waarschuwing van de Commissie op grond van artikel 121 lid 4 VWEU of maatregelen op grond van de Verordening (EG) 1446/97 inzake de preventie arm van het Stabiliteits- en Groeipact, de Verordening (EG) 1467/97 inzake de buitensporige tekortprocedure, of de Verordening (EU) 1176/2011 inzake de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden.5
Het multilaterale toezicht is gebaseerd op coördinatie van het economisch en budgettair beleid van de lidstaten in de Raad met het doel om zoveel mogelijk economische convergentie te creëren tussen de lidstaten. Met de komst van het Europees Semester vindt het multilaterale toezicht plaats in een geformaliseerd kader dat betrekking heeft op de coördinatie van de Europa 2020-doelstellingen, de macro-economische ontwikkelingen en de budgettaire situatie in de lidstaten aan de hand van de regels uit het Stabiliteits- en Groeipact. Door het bij elkaar brengen van verschillende soorten handhavingsprocedures in één toezichtkader wordt het onderscheid tussen de procedures steeds vager. De integratie van de handhaving van cijfermatige regels door middel van hard law en de coördinatie van economische beleidsbeslissingen door middel van soft law zorgt ervoor de coördinatie van economische beleidsbeslissingen en het toezicht op macro-economische onevenwichtigheden deel uit zijn gaan maken van een formeel toezichtkader.6 Dit heeft volgens Hinarejos tot gevolg dat de controle vanaf Europees niveau op economische beleidsbeslissingen is versterkt.7 Daarnaast maken steeds meer hard law-elementen deel uit van een procedure die in overwegende mate coördinerend en dus niet juridisch bindend, van aard is. Zo zijn de landenspecifieke aanbevelingen soft law, maar niet nakoming ervan kan uiteindelijk wel leiden tot het opleggen van sancties zowel in de macro-eco-nomische onevenwichtighedenprocedure als in de preventieve fase van het Stabiliteits- en Groeipact.8 Het detailniveau van de landenspecifieke aanbevelingen is bovendien opvallend zo blijkt uit een studie van Bekker.9 De aanbevelingen zijn niet alleen gedetailleerd maar hebben bijvoorbeeld ook betrekking op het sociale beleid in de lidstaten, zoals aanbevelingen over pensioenen.10 Bij uitstek een terrein waarop de EU niet bevoegd is.
In het kader van de economische dialoog kan het Europees Parlement aan het eind van het Europees Semester een eventuele beoordeling van de uitoefening van het multilaterale toezicht, de resultaten van het multilaterale toezicht en de conclusies van de Europese Raad met betrekking daartoe bespreken met de voorzitter van de Raad, de Commissie of de voorzitter van de Europese Raad of de Eurogroep.11 Het Europees Parlement heeft in ieder geval jaarlijks met de Commissie een dialoog over de door de Commissie gepubliceerde aanbevelingen voordat deze aanbevelingen worden bekrachtigd door de Europese Raad.