Einde inhoudsopgave
De concern(genoten)enquête (VDHI nr. 158) 2019/5.1.1.1
5.1.1.1 Inleiding
mr. R.P. Jager, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. R.P. Jager
- JCDI
JCDI:ADS85885:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Trb. 1969, 101.
Trb. 1973, 2. Het EEX-Verdrag trad ook in werking voor Aruba, en wel per 30 juni 1986; vide Trb. 1986, 129 en 130.
Trb. 1978, 175.
Trb. 1983, 24.
Trb. 1989, 142.
Trb. 1997, 69. Dit vierde toetredingsverdrag geldt ook voor Aruba; vide Trb. 1999, 104.
De EEX-Verordening wordt ook wel aangeduid als de ‘Burssel I-Verordening’; vide P. Vlas, in: GS Burgerlijke Rechtsvordering, aanhef Brussel I-bis, aant. 3; S.J. Schaafsma, in: T&C Burgerlijke Rechtsvordering, Brussel I bis-Verordening, Aanhef, Inleidende opmerkingen, aant. 1a en 2a.
PbEG 2001, L 12/1.
Vide de considerans, onder 21, van de EEX-Vo.
Vide PbEU 2005, L 299/62; PbEU 2006, L 120/22; PbEU 2007, L 94/70.
P. Vlas, in: GS Burgerlijke Rechtsvordering, Europees jurisdictie- en executieverdrag (EEX) zoals aangepast aan de toetredingsverdragen van 1978, 1982, 1989 en 1996, aant. 1.
Vide de considerans, onder 1, van Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europese Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEU 2012, L 351/1).
De EEX-Verordening II wordt ook wel aangeduid als de ‘Brussel I bis-Verordening’; vide het in voetnoot 10 supra aangehaalde.
PbEU 2012, L 351/1.
De EEX-Verordening II geldt voor alle 28 lidstaten, Denemarken (vide de considerans, onder 41, van die verordening) incluis (vide PbEU 2013, L 79/4), alsmede Ierland en het Verenigd Koninkrijk (vide de considerans, onder 40, van deze verordening), van de EU. Vide echter, wat (het Turks- Cypriotisch noordelijke deel van) Cyprus aangaat, P. Vlas, in: GS Burgerlijke Rechtsvordering, aanhef Brussel I-bis, aant. 4 en het door hem aangehaalde. De hier bedoelde verordening geldt niet (hetzelfde gold voor haar voorganger de EEX-Verordening) voor Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius en Sint-Maarten; vide S.J. Schaafsma, in: T&C Burgerlijke Rechtsvordering, Brussel I bis-Verordening, Aanhef, Inleidende opmerkingen, aant. 1h en d2a, en het door hem aangehaalde.
Gelet op de considerans, onder 34, van de EEX-Vo II, behoudt de rechtspraak van het Hof van Justitie met betrekking tot de EEX-Verordening en het EEX-Verdrag zijn betekenis voor de uitlegging van de EEX-Verordening II, voor zover de (tekst van de) bepalingen van die wetgevingsinstrumenten als gelijkwaardig (kan) kunnen worden beschouwd; vide HvJ EU 28 februari 2019, C-579/17, NJ 2019/160, punt 45 (Gradbenigtvo Korana); L. Strikwerda en S.J. Schaafsma, Inleiding tot het Nederlandse internationaal privaatrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019, p. 52. Vide ook P. Vlas, in: GS Burgerlijke Rechtsvordering, aanhef Brussel I-bis, aant. 10. Vide verder HvJ EU 18 oktober 2011, C-406/09, NJ 2012/19, m.nt. M.V. Polak, punt 38 (Bayer CropScience); HvJ EU 23 oktober 2014, C-302/13, NJ 2015/284, m.nt. L. Strikwerda, punt 25 (Starptautiskl lidosta R/ga).
Trb. 1989, 58.
Trb. 1991, 179.
P. Vlas, in: GS Burgerlijke Rechtsvordering, Verdrag van Lugano betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Parallelverdrag-EVEX), aant. 1.
Ibid.
Ibid.
PbEU 2009, L 147/5.
PbEU 2010, L 140/1. Voor Denemarken trad het EVEX-Verdrag II ook op 1 januari 2010 in werking.
PbEU 2011, L 138/1.
Ibid.
Op 27 september 1968 kwam te Brussel tussen de oorspronkelijke zes lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap (hierna: EEG), te weten België, Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland, het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Verdrag) tot stand,1 welk verdrag op 1 februari 1973 in werking trad.2 In verband met de toetreding van (i) Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, (ii) Griekenland, (iii) Spanje en Portugal, en (iv) Oostenrijk, Finland en Zweden tot dit verdrag is de tekst ervan op grond van de toetredingsverdragen van respectievelijk 1978,3 1982, 4 19895 en 19966 aangepast.
Met de komst van de Verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Verordening7 of EEX- Vo) werd het EEX-Verdrag in de betrekkingen tussen de toenmalige lidstaten door deze verordening vervangen (vide art. 68, eerste lid, EEX-Vo),8 een en ander per 1 maart 2002 (vide art. 76 EEX-Vo). Hoewel Denemarken in eerste instantie te kennen gaf niet deel te nemen aan de aanneming van de EEX-Verordening,9 is deze uit hoofde van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken op 1 juli 2007 alsnog in de betrekkingen tussen dat land en de overige lidstaten van toepassing geworden.10 Bij de toetreding van nieuwe lidstaten is de EEX-Verordening automatisch voor hen van kracht geworden.11 Mitsdien geldt zij per 1 mei 2004 ook voor Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije, Slovenië en Tsjechië, alsmede geldt zij per 1 januari 2007 voor Bulgarije en Roemenië. Voorts geldt zij per 1 juli 2013 voor Kroatië.
Naar aanleiding van een evaluatie van de EEX-Verordening diende deze op een aantal punten gewijzigd te worden, waardoor zij duidelijkheidshalve moest worden herschikt.12 Dit heeft geleid tot de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europese Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Verordening II13 of EEX-Vo II), 14 welke verordening van toepassing is sinds 10 januari 2015 (videart. 81 EEX-Vo II).15 De EEX-Verordening is daarbij ingetrokken (videart. 80 EEX-Vo II).16
Op 16 september 1988 kwam te Lugano tussen de toenmalige EEG-lidstaten en de toenmalige lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie, te weten Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland, Zweden en Zwitserland, het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EVEX-Verdrag) tot stand,17 welk verdrag voor Nederland en voor Zwitserland in werking trad op 1 januari 1992.18 Dit verdrag wordt ook wel het ‘Parallelverdrag’ genoemd, omdat de tekst ervan vrijwel parallel loopt aan de tekst van het EEX-Verdrag.19 Hiervan was echter met de komst van de EEX-Verordening geen sprake meer.20 Teneinde de vorenbedoelde parallellie te herstellen werd daarom het EVEX-Verdrag herzien.21 Dit heeft op 30 oktober 2007 tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EVEX-Verdrag II) geleid.22 Aangezien daarvóór Finland, Oostenrijk en Zweden reeds tot de Europese Gemeenschap waren toegetreden, een en ander per 1 januari 1995, is het EVEX-Verdrag II thans, vanuit Nederland bekeken, alleen nog van belang in de relatie tot Noorwegen, Zwitserland en IJsland. Voor deze vier landen trad het in werking op respectievelijk 1 januari 2010, 1 januari 2010,23 1 januari 201124 en 1 mei 2011.25 Het EVEX-Verdrag II laat ik in het hiernavolgende buiten beschouwing. Hooguit zijdelings komt het aan bod.