De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.4.5.5:6.4.5.5 Vaste inrichting bij uitvoering van werk en het verrichten van diensten
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.4.5.5
6.4.5.5 Vaste inrichting bij uitvoering van werk en het verrichten van diensten
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS401151:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vaste inrichting bij de uitvoering van werk is in de btw-regelgeving niet voorzien, maar is mijns inziens ook niet van belang. Meestal zal in dergelijke gevallen sprake zijn van de levering van een goed of diensten ten aanzien van onroerende zaken. Indien het werk in het land waar het is verricht wordt geleverd, is het ook daar belast op grond van art. 5, eerste lid, onderdeel b, Wet OB 1968 en art. 31 btw-richtlijn. Gaat het om een dienst ten aanzien van onroerend goed dan is die dienst ook belast in het land waar het onroerende goed is gelegen art. 6a Wet OB 1968 (tekst vanaf 2010) en art. 47 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010)). Ook in de omzetbelasting worden diensten die worden verricht op het grondgebied van een lidstaat door een ondernemer die geen zetel van bedrijfsuitoefening of vaste inrichting heeft in die lidstaat in beginsel niet belast in de lidstaat waar de diensten worden verricht. De hoofdregels voor de plaats van dienst sluiten immers aan bij de vestigingsplaats van de afnemer (voor diensten aan belastingplichtigen) en de vestigingsplaats van de dienstverrichter (voor diensten aan niet-belastingplichtigen). Ook voor de omzetbelasting zou daarom de vraag kunnen worden gesteld of diensten belast zouden moeten worden in het land waar zij materieel worden verricht. Daarbij zal echter net als in de directe belastingen worden gestuit op administratieve en controle technische moeilijkheden. Binnen de regels voor de plaats van dienst worden ook een groot aantal diensten al belast in het land waar de diensten materieel worden verricht, te weten 1) personenvervoer (art. 48 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010)), 2) niet als intracommunautair goederenvervoer aan te merken vervoer, activiteiten die met vervoer samenhangen, zoals laden en lossen en diensten met betrekking tot roerende lichamelijke zaken voor niet-belastingplichtigen (art. 49 en 54 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010)) en 3) culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen, inclusief de diensten van de organisatoren van dergelijke activiteiten (art. 53 btw-richtlijn (tekst 2010).