Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.1
10.4.1 De positie van concurrente schuldeisers
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS412274:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Vrij naar artt. 1177 en 1178 OBW. Vgl. art. 3:276 BW.
CBS, Faillissementen: oorzaken en schulden 2010, p. 10. Het CBS berekent het gemiddelde recovery rate als volgt. Zij bepalen per beëindiging van een faillissement de verhouding tussen het terugbetaalde bedrag en het oorspronkelijke schuldbedrag (exclusief boedelkosten). Vervolgens wordt het gemiddelde van deze verhouding berekend voor alle beëindigingen. Het gaat hier om schulden (fiscus, UWV, overige preferente en concurrente schulden) die bestaan op het moment van het faillissement en alle uitkeringen aangaande die schulden.
Concurrente schuldeisers trekken bij de verdeling van de opbrengst van de goederen van hun schuldenaar aan het kortste eind. Het wettelijke uitgangspunt is weliswaar dat alle goederen van een schuldenaar tot gemeenschappelijke waarborg van zijn schuldeisers strekken,1 maar de realiteit is dat schuldeisers met zekerheidsrechten of voorrechten nagenoeg alles aan dit verhaal onttrekken en dat concurrente schuldeisers in een faillissement gemiddeld ongeveer 5 procent van hun vordering voldaan krijgen.2
10.4.1.1 Het bepaaldheidsvereiste ter bescherming van concurrente schuldeisers?10.4.1.2 De rechtvaardiging van generale zekerheid ten opzichte van concurrente schuldeisers10.4.1.3 Het grondslagvereiste ter bescherming van concurrente schuldeisers10.4.1.4 Carve-out-regelingen ter bescherming van concurrente schuldeisers10.4.1.5 Het registerpandrecht ter bescherming van concurrente schuldeisers10.4.1.6 Het voorrecht van uitwinning van lager gerangschikte zekerheidsgerechtigden