Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/5.2.1
5.2.1 De rol van de norm bij vaststelling van het csqn-verband
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657481:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bloembergen 1965, p. 14-15. Zie daarover bijv. Tjong Tjin Tai 2016a, p. 383 en Van Velthoven 2018, p. 75.
Raue 2017, p. 278-279; Hebly 2019, p. 41.
HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1112, NJ 2016/291 (Wevers/Hengelo), r.o. 3.5.2; HR 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:18, NJ 2017/62 (UWV), r.o. 3.4.4; HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:354, NJ 2019/409, m.nt. L.A.D. Keus (Zuid-Holland/Boskalis), r.o. 3.3.2; HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987, NJ 2017/133, m.nt. S.D. Lindenbergh (Netvliesloslating), r.o. 3.5.3. Deze manier van denken wordt wel toegeschreven aan Mommsen 1855, p. 3.
Schade is een rechtsbegrip.1 Hoewel we vaak intuïtief wel weten wat we ‘schade’ willen noemen, is het belangrijk om van meet af aan voor ogen te houden dat ‘schade’ geen natuurfenomeen, maar een menselijk construct is.2 Een bepaalde toestand kwalificeert pas als schade als hij afwijkt van ‘hoe het hoort’. Een deuk in een auto kwalificeert als schade, omdat een auto geen deuken hoort te hebben. Een gebroken been kwalificeert als schade, omdat een been niet gebroken hoort te zijn. En – contentieuzer – misgelopen winst kwalificeert als schade, omdat we er kennelijk van uitgaan dat die winst behaald had moeten worden. Wat deze voorbeelden illustreren, is dat, om te bepalen of iets als ‘schade’ kwalificeert, we een vergelijking moeten maken met een andere situatie. In juridische context betekent dat dan dat de werkelijke situatie met normschending moet worden vergeleken met de hypothetische situatie zonder normschending.3
5.2.1.1 De wegdenkoefening van het csqn-verband5.2.1.2 Wat moet worden weggedacht?5.2.1.3 Wat moet daarvoor in de plaats worden gedacht?