Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.7.3.3
5.7.3.3 Gelijkwaardigheid, doeltreffendheid, afschrikkendheid en evenredigheid
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS399608:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 8 juli 1999, C-186/98 (Strafzaken tegen Maria Amélia Nunes en Evangelina de Matos), Jur. 1999, p.1-4883, r.o. 9-11 en 14; HvJEG 21 september 1989, 68/88 (Griekse maïs), Jur. 1989, p. 2965, r.o. 23-25. Zie ook Jans e.a. 2011, p. 203-204.
Widdershoven/Verhoeven e.a. 2007, p. 110.
Zie bijvoorbeeld artikel 2, eerste lid, van de Verordening nr. 2988/95; artikel 73 van de Commissieverordening nr. 817/2004. Voorts wordt in de Commissieverordening nr. 1122/ 2009 (bedrijfstoeslag) veelvuldig geëist dat de lidstaten doeltreffende controles uitvoeren.
Zie in het algemeen omtrent het gelijkwaardigheidsbeginsel wat betreft de handhaving Jans e.a. 2011, p. 215 e.v.; Adriaanse/Barkhuysen e.a. 2008, p. 35-36; Widdershoven/Verhoeven e.a. 2007, p. 110;.
Dit volgt uit HvJEG 21 september 1989, 68/88 (Griekse mais) Jur. 1988, p. 2965, r.o. 25; HvJEG 8juli 1999, C-186/98, (strafzaken tegen Maria Amelia Nunes en Evangelina de Matos), Jur. 1999, p. 1-4883, r.o. 11; HvJEG 2 juni 1994, C-2/93 (Van Oordegem), Jur. 1994, p. 1-2283, r.o. 19.
HvJEG 13 maart 2008, gevoegde zaken C-383/06-C-385/06 (ESF-arrest), Jur. 2008, p.1-1561, AB 2008, 207, m.nt. W. den Ouden, JB 2008/104, m.nt. AJB, NJ 2008, 349, m.nt. M.R. Mok, SEW 2010, p. 163-167, m.nt. M.J.M. Verhoeven en R.J.G.M. Widdershoven, r.o. 49 en 50; HvJEG 21 september 1983, gevoegde zaken 205/82-215/82 (Deutsche Milchlcontor), Jur. 1983, p. 2633, r.o. 22-23.
HvJEG 5 juli 1990, C-42/89 (Commissie/België), Jur. 1990, p. 1-2821. Zie ook Adriaanse/ Barkhuysen e.a. 2008, p. 36; Jans e.a. 2011, p. 217.
Zie uitgebreid hoofdstuk 3, paragraaf 3.7.2. Zie ook Adriaanse/Barkhuysen e.a. 2008, p. 36; Jans e.a. 2007, p. 212.
Widdershoven/Verhoeven e.a. 2007, p. 110;
HvJEG 24 januari 2002, C-500/99P (Conservia Italia/Commissie), Jur. 2002, p. 1-867, r.o. 101.
HvJEG 11 juli 2002, C-210/00 (Kaserei Champignon Hofmeister), Jur. 2002, p. 1-6453, AB 2002, 392, m.nt. A.J.C. de Moor-van Vugt, r.o. 66.
Zie bijvoorbeeld HvJEG 11 juli 2002, C-210/00 (Kaserei Champignon Hofmeister), Jur. 2002, p.1-6453, AB 2002, 392, m.nt. A.J.C. de Moor-van Vugt, r.o. 59; HvJEG 2 juni 1994, C-2/93 (Van Oordegem), Jur. 1994, p. 1-2283, r.o. 20; HvJEG 7 december 1993, C-339/92 Olmtihlett), Jur. 1993, p.1-6473, r.o. 15; HvJEG 21 september 1989, 68/88 (Griekse maïs), Jur. 1988, p. 2965, r.o. 15. Zie hieromtrent uitgebreid hoofdstuk 3, paragraaf 3.8.6.
Zie bijvoorbeeld artikel 98, tweede lid, van de Verordening nr. 1083/2006.
In deze paragraaf wordt dieper ingegaan op de voormelde algemene eisen van gelijkwaardigheid, doeltreffendheid, afschrikkendheid en evenredigheid die door het Hof van Justitie aan de handhavingsactiviteiten van nationale uitvoeringsorganen worden gesteld. Zij zijn gebaseerd op het beginsel van loyale samenwerking, dat de lidstaten verplicht tot het nemen van alle maatregelen waarmee kan worden opgetreden tegen gedragingen die de financiële belangen van de Gemeenschap schaden.1 Niet alleen de nationale wet- en regelgeving waarmee het Europese recht wordt gehandhaafd moet voldoen aan de eisen van gelijkwaardigheid, doeltreffendheid, afschrikkendheid en evenredigheid; hetzelfde geldt voor de nationale uitvoeringspraktijk.2 De jurisprudentiële instrumentele eisen komen steeds meer in gecodificeerde vorm terug in de Europese subsidieregelgeving.3
Het gelijkwaardigheidsbeginsel houdt in deze specifieke context in dat overtredingen van de Europese subsidieregelgeving onder gelijke materiële en formele voorwaarden moeten worden 'aangepakt' als even ernstige overtredingen die zich voordoen met betrekking tot nationale subsidies.4 De nationale autoriteiten dienen even energiek op te treden tegen overtredingen van de Europese subsidieregelgeving, als wanneer het gaat om de handhaving van het nationale subsidierecht.5
Het doeltreffendheidsbeginsel betekent dat de lidstaten overtredingen van de Europese subsidieregelgeving zodanig moeten aanpakken dat sprake is van een doeltreffende handhaving. Nationale uitvoeringsorganen mogen niet op basis van het nationale recht zomaar van handhaving afzien, of de terugvordering van Europese subsidies praktisch onmogelijk maken.6 Bovendien is niet alleen vereist dat de bevoegdheid tot het opleggen van sancties bestaat; zij moeten ook feitelijk worden uitgeoefend.7 Ook hier geldt dat het doeltreffendheidsbeginsel voorrang heeft op het beginsel van gelijkwaardigheid.8 Verder dient op grond van de eis van afschrikkendheid het handhavend optreden een reële afschrikkende werking te hebben ten opzichte van potentiële overtreders.9 Uit het arrest Conservia Italia/Commissie van het Hof van Justitie waarin een EoGFL-subsidie aan de orde was die direct door de Europese Commissie aan een nationale eindontvanger was verstrekt, volgt dat een gedeeltelijke intrekking van de Europese subsidie onvoldoende afschrikkend is; ook de volledige intrekking van de Europese subsidie moet mogelijk zijn.10 In het kader van de ELGF-landbouwsubsidies heeft het Hof van Justitie overwogen dat terugvordering van de Europese subsidie überhaupt onvoldoende is om een afschrikkende werking te hebben.11
Wat betreft de behoorlijkheid van de handhaving geldt dat sprake moet zijn van evenredigheid.12 In het kader van de handhaving van Europese subsidieregelingen is het evenredigheidsbeginsel gecodificeerd in artikel 2, eerste en derde lid, van de Verordening nr. 2988/95. Ingevolge deze bepalingen worden administratieve maatregelen en sancties ingesteld voor zover zij voor een juiste toepassing van het Gemeenschapsrecht nodig zijn en moeten zij evenredig zijn. Voorts moet bij de aard en de draagwijdte van de administratieve maatregelen en sancties die voor een juiste toepassing van de Europese subsidieregeling nodig zijn, rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de onregelmatigheid, het toegekende of ontvangen voordeel, evenals de mate van schuld. Het evenredigheidsbeginsel is soms ook gecodificeerd in de Europese subsidieregelgeving zelf.13