Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.3.5:4.3.3.5 Slotsom
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.3.5
4.3.3.5 Slotsom
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS499120:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met art. 29 lid 5 Wet OB 1968 heeft de wetgever een opzichzelfstaand heffingsmoment gecreëerd dat zich voordoet wanneer een vordering na het ontstaan van het recht op teruggaaf alsnog wordt geïnd. Met het aannemen van een opzichzelfstaand heffingsmoment heb ik enige moeite wanneer de éénjaarstermijn geen fataal karakter moet worden toegedicht. Met betrekking tot de vraag wanneer een vordering geacht moet worden alsnog te zijn betaald, moet te rade worden gegaan bij de betekenis van de term ‘(niet-)betaling’ uit art. 29 lid 1 en 2 Wet OB 1968. Ondanks het feit dat de herzieningsverplichting in overeenstemming is met het rechtskarakter van de btw, kan mijns inziens ernstig worden getwijfeld aan de geldigheid van de herzieningsverplichting in het licht van het Unierecht.