Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/2.5.9
2.5.9 Een Leven Lang Leren
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400755:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie het Besluit nr. 1720/2006.
Zie artikel 3 van het Besluit nr. 1720/2006.
Comenius-assistentschappen.
Leonardo da Vinci voorbereidende bezoeken.
Erasmus Intensieve programma's.
Grundtvig Senior Vrijwilligers Projecten.
Zo bestond bijvoorbeeld het Socrates programma bestaande uit de acties Comenius, Erasmus, Grundtvig, Lingua en Minerva (Besluit nr. 2000/253 van het Europees Parlement en de Raad van 24 januari 2000 tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied 'Socrates', Pb. 2000, L 28/1) en het actieprogramma Leonardo da Vinci (Besluit van de Raad van 26 april 1999 tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding 'Leonardo da Vinci', Pb. 1999, L 146/33).
Voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon betrof het de artikelen 149, vierde lid, en 150, vierde lid, EG-verdrag.
De Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs.
CINOP Expertisecentrum is een door het ministerie van OCW erkend landelijk expertise-centrum voor het middelbaar beroepsonderwijs in Nederland.
Zie artikel 5 van het Besluit van de Europese Commissie van 26 april 2007, C(2007) 1807 def (Een Leven Lang Leren)
Zie bijvoorbeeld de Een Leven Lang Leren Gids 2012, deel I, II a en II b: <http://ec.europa.eu/education/llp/doc848_en.htm>.
Zie bijvoorbeeld de oproep van de Europese Commissie tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma 'Een Leven Lang Leren' 2011, Pb. 2011, C 290/13. In de bijbehorende programmagids is neergelegd waar de aanvraag moet worden ingediend: bij het nationaal agentschap of bij het uitvoerende agentschap EACEA.
<http://www.na-111.nl/documenten/contact/Bezwaarregeling.pdf/view>.
Zie bijvoorbeeld het Handboek Mobiliteit Call 2011, inzake Leonardo da Vinci.
De allerbekendste Europese subsidies die onder het programma Een Leven Lang Leren worden verstrekt zijn de subsidies voor de Erasmus-beurzen die worden verstrekt aan studenten voor studieactiviteiten in het buitenland. Het Leven Lang Leren-programma omvat echter veel meer.1 Er worden Europese subsidies verstrekt aan degenen die onderwijs geven of volgen, van peuteronderwijs tot aan het einde van het voortgezet onderwijs (Comeniusprogramma), degenen die wo- of hbo-onderwijs geven of volgen (Erasmus-programma), degenen die beroepsonderwijs of -opleidingen volgen die niet onder het hbo vallen (Leonardo da Vinci-programma) en degenen die enige vorm van volwasseneneducatie geven of volgen (Grundtvig-progamma).2 Daaronder vallen niet alleen beurzen voor studenten voor studiedoeleinden, maar ook het subsidiëren van stages in andere Europese landen van toekomstige docenten,3 bezoeken ter voorbereiding van bijvoorbeeld een multilateraal partnerschap met andere Europese onderwijsinstellingen,4 intensieve studieprogramma's tot maximaal 6 weken voor studenten en onderwijzend personeel uit ten minste drie deelnemende landen5 en uitwisselingen van senior vrijwilligers tussen lokale organisaties uit twee landen die deelnemen aan het programma Een Leven Lang Leren.6 De Europese subsidies zijn voorts ook beschikbaar voor de organisaties die deze vormen van onderwijs en opleidingen verzorgen of faciliteren. De voormelde programma's bestonden ook in eerdere programmaperioden, maar zijn sinds 2007 geïntegreerd in het Leven Lang Leren-programma.7 Het programma kent een Europees deel dat door het uitvoerende agentschap EACEA wordt uitgevoerd en een deel dat door de in paragraaf 2.3.3.2 á besproken nationale agentschappen wordt uitgevoerd. Het Leven Lang Leren programma is gebaseerd op artikel 165, vierde lid, en artikel 166, vierde lid, VWEU.8
Het Nederlandse Een Leven Lang Leren-programma wordt uitgevoerd door het nationaal agentschap Een Leven Lang Leren dat is aangewezen door de minister van OC&w, de verantwoordelijke nationale autoriteit. Dit Agentschap bestaat uit drie stichtingen, namelijk de NUFFIC,9 het ciNoP10 en het Europees Platform. De Europese Commissie verstrekt de voor Nederland beschikbare Europese gelden aan het nationaal agentschap, op basis van een tussen hen gesloten overeenkomst.11 Het nationaal agentschap verstrekt de Europese subsidies vervolgens aan de eindontvangers. Op Europees niveau wordt ieder jaar een programmagids uitgegeven waarin precies is voorgeschreven aan welke projecten de nationale agentschappen Europese subsidies kunnen verstrekken en welke procedures moeten worden gevolgd.12 De oproep voor het indienen van voorstellen wordt voorts in het Europese publicatieblad gepubliceerd.13 De regelingen van het Nederlands agentschap zijn beperkt tot een bezwaarregeling14 en handboeken waarin een toelichting wordt gegeven op de oproep tot het indienen van voorstellen en de wijze van uitvoering van de projecten.15