Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/3.5.2
3.5.2 Mensensmokkel (art. 197a Sr), werkverschaffing illegalen (art. 197b, c en d Sr), valsheid in geschrift (art. 225 Sr), nalaten verstrekken gegevens (art 227b Sr), vals reisdocument (art. 231 Sr), oplichting (art. 326 Sr), witwassen (art. 420bis – 420 ter Sr), belastingontduiking (art. 69 AWR)
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS388620:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
In de zaak Rb Den Haag 9 juni 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1281, BJ1279, BJ1280 en BJ1282 (Chinese massagesalon en nagelstudio) is smokkel niet cumulatief, maar subsidiair ten laste gelegd en bewezen verklaard. Voor de primair ten laste gelegde mensenhandel is vrijgesproken. Ook in zaak In de zaak Rb Den Bosch 24 maart 2011, nr. 01/994020-10 (Uitbuiting door echtpaar in Chinees-Indisch restaurant, niet gepubliceerd) is mensensmokkel subsidiair ten laste gelegd, maar een veroordeling voor de primair ten laste gelegde mensenhandel is gevolgd. In de zaken Hof Leeuwarden 29 juni 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BQ9784, BQ9793 en BQ9861(Indiërs in tofufabriek); Hof Den Bosch 19 februari 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BL5492 (Diamond city, slachtoffers uit China), Hof Den Haag 24 januari 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BV1712 (Indonesische Kroepoekbakkers); Rb Den Haag 12 mei 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM4291 en BM4240 (Mirya, slachtoffers uit India); Rb Haarlem 1 juni 2010, ECLI:NL:RBHAA: 2010:BN8088 (Handel en smokkel vanuit Benin, slachtoffers uit China); Rb Den Haag 11 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4006 (Verbouwing door illegale Surinamers); Rb Den Haag 27 juli 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3337 (Uitbuiting Chinezen als hotelpersoneel); Rb Rotterdam 22 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7825 (Indiase mannen in kassen); Rb Rotterdam 21 januari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1688 (Uitbuiting illegale matrozen); Rb Amsterdam 2 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3807 (Uitbuiting illegalen in wasserij); Rb Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4592 (Uitbuiting Indonesische au pairs) is mensensmokkel cumulatief ten laste gelegd en bewezen verklaard. Alleen in de zaken Hof Den Haag 19 januari 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010: BK9406 (Mehak, slachtoffer uit India); Rb Den Haag 26 februari 2016, ECLI:NL:2016: 1968 (Uitbuiting illegale minderjarige in de huishouding) en Hof Amsterdam 16 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5039 en 5035 (Braziliaanse huishoudhulpen) waren de slachtoffers illegaal in Nederland, maar was geen smokkel ten laste gelegd terwijl in deze zaken wel sub 1 (onder andere het werven van de slachtoffers uit het buitenland naar Nederland) is ten laste gelegd en bewezen verklaard. In Hof Den Haag 24 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1525 (Uitbuiting Turks nichtje in de huishouding) is het huisvesten en opnemen bewezen verklaard, niet het werven, maar is de veroordeling wel mede gegrond op sub 1. Opvallend is dat het in drie van deze vier zaken minderjarige slachtoffers betreft. In de zaak-‘Braziliaanse huishoudhulpen’ is naast mensenhandel wel illegale tewerkstelling ten laste gelegd en bewezen verklaard. In de zaak Rb Den Haag 8 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:2367 (Filipijnse offshore medewerkers) volgde een vrijspraak voor de mensenhandel én de smokkel. Analyse van zaken tot en met publicatiedatum 1 oktober 2017.
Zie bijvoorbeeld de vrijspraak van mensenhandel in Rb Rotterdam 22 juli 2014, ECLI: NL:RBROT:2014:7825 (Indiase mannen in kassen) en in Rb Rotterdam 10 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:339, 338, 337 en 336 (Filipijnse matrozen). In deze twee zaken volgden wel veroordelingen voor mensensmokkel.
Hof Amsterdam 16 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:5039 en 5035 (Braziliaanse huishoudhulpen); Rb Den Haag 27 juli 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3337 (Uitbuiting Chinezen als hotelpersoneel) en Rb Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017: 4592 (Uitbuiting Indonesische au-pairs). Voorbeelden waarin illegale tewerkstelling ten laste gelegd had kunnen worden, maar waar dit niet is gebeurd betreffen Rb Oost-Brabant 29 november 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:6594 en 6595 (Medeplegen uitbuiting Chinese kok) en Rb Amsterdam 2 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3807 (Uitbuiting illegalen in wasserij).
Een voorbeeld van een zaak waarin werd vrijgesproken van mensenhandel, maar wel de illegale tewerkstelling is bewezen verklaard betreft Rb Almelo 10 april 2009, ECLI: NL:RBALM:2009:BI0944 (Illegale vreemdeling in metaalsector).
Zie bijvoorbeeld Hof Arnhem-Leeuwarden 16 maart 2017, ECLI:GHARL:2017:2189 (Slowaakse aardbeienplukkers). In Rb Rotterdam 10 januari 2017 zijn verdachten vrijgesproken van mensenhandel, maar veroordeeld ter zake van artikel 225 Sr, zie ECLI: NL:RBROT:2017:339, 338, 337 en 336 (Filipijnse matrozen).
Rb Rotterdam 21 januari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1688. Ook Rb Den Haag 7 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7494 betreft een vrijspraak van uitbuiting in een woonwagenkamp, maar de valsheid in geschrifte wordt wel bewezen verklaard.
Zaken waarin daders zowel op grond van artikel 273f Sr als op grond van 231 Sr zijn veroordeeld zijn bijvoorbeeld Hof Arnhem 20 december 2010, ECLI:NL:GHARN:2010: BO8394 (Sneep) en Rb Alkmaar 8 december 2012, ECLI:NL:RBALK:2011:BU8346 (Uitbuiting Oekraïners). In deze zaken waren het echter de daders zelf die valse reisdocumenten voorhanden hadden (het betrof niet de verstrekking ervan aan de slachtoffers).
Zie bijvoorbeeld Rb Den Haag 27 juli 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3337 (Uitbuiting Chinezen als hotelpersoneel) en Rb Den Haag 11 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011: BP4006 (Verbouwing door illegale Surinamers).
Zie bijvoorbeeld Hof Arnhem-Leeuwarden 4 december 2014, ECLI:NL:GHARL:2014: 9415 (Zwendel met telefoonabonnementen geen mensenhandel, wel oplichting). Door de Hoge Raad in stand gelaten, HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:556, NJ 2016/315 m.nt. Van Kempen.
Zie bijvoorbeeld Rb Den Haag 11 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP4006 (Verbouwing door illegale Surinamers) en Rb Amsterdam 2 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS: 2017:3807 (Uitbuiting illegalen in wasserij). Zie ook Ten Kate 2013, p. 118.
Zie bijvoorbeeld Rb Den Haag 9 juni 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ1281, BJ1279, BJ 1280 en BJ1282 (Chinese massagesalon en nagelstudio). Zie ook Ten Kate 2013, p. 119.
Mensensmokkel (artikel 197a Sr)
Mensensmokkel is een misdrijf gericht tegen het openbaar gezag. Dit gezag komt door smokkel in het geding aangezien dan mensen in de staat verblijven die daartoe niet gerechtigd zijn. Anders dan mensenhandel ziet de strafbaarstelling niet op de bescherming van het individu (hier de gesmokkelde), maar de bescherming van de belangen van de staat. Er hoeft bij smokkel dan ook helemaal niet vast te staan of de gesmokkelde vrijwillig dan wel onder dwang is meegegaan en of het oogmerk is gericht op uitbuiting. Het is voldoende indien iemand een ander behulpzaam is bij de toegang of doorreis door Nederland (of een van de andere landen genoemd in artikel 197a Sr) wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze toegang of doorreis wederrechtelijk is.
In de arbeidsuitbuitingszaken waarin slachtoffers illegaal naar Nederland zijn gehaald, is in bijna alle gevallen mensensmokkel cumulatief en in een enkel geval subsidiair ten laste gelegd.1Artikel 197a Sr kan als vangnetbepaling fungeren indien het illegaal werven wel bewezen verklaard kan worden (en dus de smokkel), maar de overige bestanddelen van artikel 273f Sr niet hard gemaakt kunnen worden.2
Werkverschaffing illegalen (artikelen 197b, -c en -d Sr)
Arbeidsuitbuiting kan samengaan met werkverschaffing aan illegalen.3 Net zoals mensensmokkel, betreffen de strafbaarstellingen in artikel 197b, -c en -d Sr misdrijven tegen het openbaar gezag. En anders dan mensenhandel gaat het niet om een misdrijf tegen de persoonlijke vrijheid. Er hoeft dus niet bewezen te worden dat de betreffende werknemer onvrijwillig arbeid verricht. Bewijs voor het in dienst nemen van een werknemer, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze illegaal arbeid verricht, is voldoende. Tenlastelegging van werkverschaffing aan illegalen naast artikel 273f Sr kan van betekenis zijn als geen sterk bewijs voorhanden is dat de tewerkstelling een inperking is van de persoonlijke vrijheid van de werknemer, maar wel vaststaat dat de werknemer hier illegaal is en de werkgever dit wist of had moeten weten.4
Valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr)
Arbeidsuitbuiting kan voorts gepaard gaan met valsheid in geschrift. Zo kunnen urenlijsten en loonstroken vals worden opgemaakt, waardoor de eventuele uitbuiting van werknemers wordt verhuld.5
Nalaten verstrekken gegevens (art 227b Sr)
De uitbuiting kan evenzo samengaan met het nalaten van het verstrekken van gegevens ter bevoordeling van de uitbuiter zelf of een ander. Zo oordeelt de Rechtbank Rotterdam in zijn vonnis van 21 januari 2016 dat verdachte naast mensenhandel schuldig is aan artikel 227b Sr omdat verdachte heeft nagelaten krachtens artikel 17 Wet werk en bijstand bij het College van Burgemeester en Wethouders door te geven dat hij maandelijks inkomsten ter zake huur en/of gebruik van het woonadres van verdachte heeft ontvangen, terwijl verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een bijstandsuitkering.6
Vals reisdocument (artikel 231 Sr)
In artikel 231 Sr wordt strafbaar gesteld het vervalsen of verstrekken dan wel ter beschikking stellen van een vals opgemaakt reisdocument of het voorhanden hebben en gebruik maken. Het is mogelijk dat een mensenhandelaar zelf gebruik maakt van een vals reisdocument. Ook kan het zijn dat de handelaar de slachtoffers van mensenhandel die illegaal in Nederland verblijven valse documenten verstrekt. De delicten kunnen dan cumulatief ten laste worden gelegd.7
Oplichting (artikel 326 Sr)
Mensenhandel kan daarnaast samengaan met oplichting. Een mensenhandelaar kan zijn slachtoffers bijvoorbeeld geld voor arbeid beloven en achteraf niet uitbetalen. Of de werkzaamheden kunnen van te voren in een mooi daglicht worden gesteld, terwijl het in feite om vervelend en zwaar werk gaat. De combinatie van mensenhandel en oplichting is in verschillende zaken terug te zien.8 In sommige zaken wordt daarbij vrijgesproken van mensenhandel, maar volgt wel een veroordeling voor oplichting.9
Witwassen (artikelen 420bis Sr - 420ter Sr)
De mensenhandelaar die het geld dat is verdiend met uitbuiting op een bankrekening stort, of daarvan goederen koopt, maakt zich schuldig aan witwassen. Indien hiervan een gewoonte wordt gemaakt, maakt hij zich schul- dig aan gewoontewitwassen. Ook dit delict kan cumulatief ten laste worden gelegd.10
Belastingontduiking (artikel 69 AWR)
Indien een uitbuiter het wederrechtelijk verkregen voordeel door arbeidsuitbuiting niet doorgeeft aan de belastingdienst, kan hij vervolgd worden voor belastingontduiking op grond van artikel 69 AWR.11