Einde inhoudsopgave
De fiscale gevolgen van samenwerking door non-profitorganisaties (FM nr. 182) 2024/3.4.7
3.4.7 Joint venture
M.M.F.J. van Bakel, datum 15-06-2024
- Datum
15-06-2024
- Auteur
M.M.F.J. van Bakel
- JCDI
JCDI:ADS975746:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. S.A.W.J. Strik in: Cursus Belastingrecht Vpb.2.3.0.B.c1. Dit betreft derhalve het ‘enge’ begrip joint venture. Het ‘ruime’ begrip joint venture dat in sommige literatuur wordt gehanteerd, omvat ook de contractuele samenwerkingsvorm en lichamen zonder rechtspersoonlijkheid zoals de maatschap en de VOF.
Van Duuren 2002, p. 3.
Vgl. Bregman & De Win 2005, p. 105.
Het Europees Economisch Samenwerkingsverband (EESV), de Europese vennootschap (Societas Europaea; SE) en de Europese Coöperatieve vennootschap (Sociatas Cooperative Europaea; SCE).
Zie uitgebreid Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009.
Zie uitgebreid Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009.
Zie uitgebreid Asser/Rensen 2-III 2022, hoofdstuk 4.
Zie uitgebreid Asser/Rensen 2-III 2022, hoofdstuk 1.
Zie uitgebreid Asser/Rensen 2-III 2022, hoofdstuk 2.
Galle 2007, p. 11.
Zie uitvoerig Broeksteeg 2021, hoofdstuk 21.
Het wordt in 79% gevallen gebruikt. Zie De Greef 2010, p. 12. Van de Streek & De Greef 2016, par. 2.3 noemen in hun artikel enkele voorbeelden van openbare lichamen en bedrijfsvoeringsorganisaties.
In tegenstelling tot het hiervoor toegelichte samenwerkingsmodel van een deelname/participatie neemt een non-profitorganisatie bij een joint venture vaak een actieve rol op zich. Dit betekent dat de organisatie niet alleen financieel participeert, maar ook betrokken is bij het management en de operationele besluitvorming. Een joint venture is een samenwerkingsvorm waarbij twee of meer zelfstandige deelnemers een nieuw lichaam oprichten ter verwezenlijking van een gemeenschappelijk doel en dit lichaam voorzien van de nodige activa, knowhow en financieringsmiddelen.1 Kenmerkend daarbij is dat de deelnemers buiten de joint venture juridisch en economisch zelfstandig en onafhankelijk blijven.2 Voor een joint venture wordt vaak gekozen als er een samenwerking op een bepaald deelgebied opgezet moet worden. Te denken valt aan een samenwerking op een gemeenschappelijk werkgebied van de deelnemers of de gezamenlijke ontwikkeling van een product of dienst. Onder joint ventures worden in dit onderzoek uitsluitend lichamen met rechtspersoonlijkheid verstaan, teneinde deze categorie af te bakenen van de samenwerkingsovereenkomst (categorie 1).
Een joint venture is een samenwerkingsverband waarbij de deelnemers een nieuwe entiteit oprichten met als doel een specifiek project of activiteit te realiseren. Deze structuur biedt verschillende voordelen3:
Zelfstandige rechtspersoon: De joint venture kan als zelfstandige rechtspersoon opereren in het economische verkeer, wat betekent dat het zelf rechten en plichten kan aangaan, personeel kan aannemen en eigendommen kan beheren.
Uniform wettelijk kader: Deelnemers hebben behoefte aan duidelijke regels die hun onderlinge verhoudingen, aansprakelijkheid, zeggenschap en winstverdeling reguleren.
Herkenbaarheid: Een joint venture biedt een duidelijk aanspreekpunt voor externe partijen en draagt bij aan de zichtbaarheid en legitimiteit van de samenwerking.
Beperkte aansprakelijkheid: De aansprakelijkheid van de deelnemers is in principe beperkt tot hun inbreng, wat het risico voor de deelnemers vermindert.
Een joint venture kan prestaties verrichten aan de deelnemers, aan externe partijen, of een combinatie van beide soorten activiteiten ontplooien. Prestaties aan de deelnemers van de joint venture kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het delen van kennis en expertise, het gezamenlijk ontwikkelen van nieuwe programma’s of diensten, of het delen van administratieve functies om efficiëntie te bevorderen. Aan de andere kant kunnen prestaties aan derden gericht zijn op het leveren van diensten of het uitvoeren van projecten die ten goede komen aan een specifieke doelgroep. Dit kan variëren van gezondheidszorginitiatieven tot onderwijsprogramma’s en van milieuprojecten tot humanitaire hulp. Het is ook mogelijk dat een joint venture een combinatie van beide activiteiten onderneemt. Dit betekent dat de joint venture zowel interne voordelen voor de deelnemende non-profitorganisaties biedt als externe diensten aan derden levert. Een dergelijke aanpak kan tot bepaalde synergie- of schaalvoordelen leiden.
Joint ventures kunnen, afhankelijk van de aard van de samenwerking en de voorkeuren van de betrokken partijen, in verschillende rechtsvormen worden opgezet. Omdat mijn onderzoek zich richt op samenwerkingsverbanden in de Nederlandse non-profitsector, laat ik de Europeesrechtelijke rechtspersonen4 buiten beschouwing. Daarnaast besteed ik geen aandacht aan de onderlinge waarborgmaatschappij, omdat deze rechtsvorm specifiek is ontworpen voor het delen van risico’s tussen leden in de verzekeringssector en niet zozeer voor (commerciële) samenwerkingsverbanden tussen organisaties.
Hierna is van elke van de rechtsvormen die van belang zijn van voor mijn analyse een korte beschrijving opgenomen:
BV5:Een BV is een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid voor de aandeelhouders, waarbij de aandelen niet vrij overdraagbaar zijn. De regels voor de BV zijn te vinden in Boek 2 van het BW, titel 5. De zeggenschap binnen de BV wordt geregeld via de aandelenverdeling en de statuten. Besluiten worden genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders of het bestuur, afhankelijk van de aard van het besluit. Naast de statuten is het gebruikelijk om een aandeelhoudersovereenkomst op te stellen. Dit is een contract tussen alle aandeelhouders waarin aanvullende afspraken worden gemaakt die niet in de statuten staan. Hierin kunnen specifieke afspraken worden gemaakt over de inbreng (kapitaal, kennis, goederen, diensten), de verdeling van winst en verlies, en de verantwoordelijkheden van de deelnemers. De financiële verantwoordelijkheid van de deelnemers is beperkt tot hun inbreng in het kapitaal van de BV, tenzij er sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid of andere specifieke afspraken.
NV6: De NV is eveneens een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, maar de aandelen kunnen vrij verhandeld worden op de beurs en daardoor meer gericht op de kapitaalmarkt. De wettelijke bepalingen voor de NV staan in titel 4 van Boek 2 van het BW. Een belangrijk verschil tussen de BV en NV is gelegen in het feit dat door de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht de oprichters/aandeelhouders meer vrijheid hebben om in de statuten de BV en hun onderlinge verhoudingen binnen de BV naar eigen inzicht en wensen vorm te geven (bijvoorbeeld via verschillende soorten aandelen). Daarnaast is voor oprichting van een NV een minimumkapitaal van € 45.000 benodigd, terwijl bij een BV een symbolisch bedrag van € 0,01 volstaat. De structuur van een NV is bovendien vaak formeler en de aandeelhouders staan meer op afstand.
Stichting7: Een stichting is een rechtspersoon zonder leden, aandeelhouders of vennoten die is opgericht om met een bepaald vermogen een in de statuten omschreven doel te realiseren. De stichting wordt behandeld in Boek 2 BW, titel 6. Voor stichting geldt een zogenoemd uitkeringsverbod dat inhoudt dat een stichting geen winst mag uitkeren aan haar oprichters of aan personen die deel uitmaken van haar organen, noch aan anderen, tenzij de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben (art. 2:285, lid 3 BW). Een ander belangrijk verschil tussen de stichting en de andere privaatrechtelijke rechtspersonen die in Boek 2 geregeld zijn, is dat voor de stichting maar één orgaan wettelijk is voorgeschreven: een bestuur. De deelnemers aan de joint venture kunnen zelf in het bestuur zitten of bestuurders aanwijzen. De verantwoordelijkheid van de bestuurders is het behartigen van de belangen van de joint venture conform de statuten en met inachtneming van de wet. Naast de statuten kunnen de deelnemers aanvullende afspraken maken over hun samenwerking in de joint venture. Deze afspraken kunnen betrekking hebben op inbreng van vermogen, verdeling van kosten, de herinvestering van opbrengsten, governance, geschillenbeslechting en exit-strategieën. Deze afspraken kunnen eventueel in afzonderlijke overeenkomsten worden vastgelegd.
Vereniging8: Een vereniging is een rechtspersoon met twee of meer leden om een bepaald doel te bereiken, welk doel niet mag zijn het verdelen van winst onder de leden. De vereniging staat beschreven in Boek 2 BW, titel 2, afdeling 2. De betrokkenheid en exacte inbreng van de deelnemers wordt geregeld via de statuten en eventuele aanvullende ledenovereenkomsten. De statuten kunnen bepalingen bevatten over onder andere de wijze van toetreding en uittreding van leden, de rechten en plichten van de leden, zoals bijdragen in de kosten en inbreng in natura en de besluitvormingsprocedures binnen de vereniging, inclusief stemrechten en quorumeisen. Een ledenovereenkomst is niet wettelijk verplicht, maar kan wel worden gebruikt om aanvullende afspraken tussen de leden vast te leggen die niet in de statuten staan. Dit kan bijvoorbeeld gaan over de inbreng van de leden, de verdeling van verantwoordelijkheden of de wijze van samenwerking binnen de joint venture. De vereniging heeft een democratisch karakter, wat betekent dat de deelnemers in hun hoedanigheid als leden invloed hebben op het beleid door middel van hun stemrecht in de algemene ledenvergadering. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. De statuten regelen de samenstelling, benoeming, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het bestuur. De leden kunnen het bestuur controleren en zijn verantwoordelijk voor het goedkeuren van belangrijke besluiten. Net als een stichting wordt een vereniging over het algemeen opgericht voor niet-commerciële doeleinden en geldt een vergelijkbaar verbod tot het uitkeren van winst aan leden (art. 2:26, lid 3 BW). Anders dan bij een stichting raakt dit verbod bij een vereniging niet de de verdeling van een positief liquidatiesaldo onder de leden als de statuten geen andere bestemming aan het saldo geven (art. 2:23b, lid 1 jo. art. 2:27, lid 4, onderdeel f BW).
Coöperatie9: Een coöperatie is een bijzondere vorm van een vereniging die tot doel heeft in bepaalde stoffelijke behoeften van de leden te voorzien. De coöperatie wordt geregeld in Boek 2 van het BW, titel 2, afdeling 6. Het belangrijkste verschil met een ‘normale’ vereniging is dat een coöperatie in beginsel gelden kan uitkeren aan leden (art. 2:53a, lid 1 BW). Bij een coöperatie moeten minimaal statuten en een ledenovereenkomst worden opgesteld. De statuten van een coöperatie bevatten onder andere bepalingen over het doel van de coöperatie, de verplichtingen van de leden, de aansprakelijkheid van de leden, de bevoegdheden van het bestuur, de goedkeuring van de door het bestuur genomen besluiten, de vertegenwoordiging en de bestemming van de winst. De ledenovereenkomst omvat afspraken over de inbreng door de leden, de duur van het lidmaatschap en de wijze van opzegging. De leden zijn de deelnemers van de joint venture en hebben stemrecht in de algemene ledenvergadering, wat de hoogste macht binnen de coöperatie is. De verantwoordelijkheid van de leden is in principe beperkt tot hun inbreng, tenzij anders overeengekomen. Coöperaties bestaan in allerlei vormen. De varianten die het meest voorkomen zijn die waarbij leden samenwerken op het gebied van productie en verwerking, alsook die waarbij het gaat om gezamenlijke inkoop en verkoop (inkoop- en afzetcoöperaties). De coöperatie wint echter steeds meer terrein als samenwerkingsvorm in de non-profitsector.10 Naast het feit dat het bij een coöperatie mogelijk is om aansprakelijkheid voor de deelnemers uit te sluiten, is het een rechtspersoon die qua cultuur en het delen van gemeenschappelijke waarden goed aansluit bij die van non-profitorganisaties. Bij publiekrechtelijke joint ventures gaat het om het openbaar lichaam en de bedrijfsvoeringsorganisatie, aangezien alleen deze Wgr-lichamen rechtspersoonlijkheid bezitten.11 Een openbaar lichaam is een rechtspersoon die is ingesteld door twee of meer gemeenten, provincies of waterschappen om bepaalde taken en bevoegdheden gezamenlijk uit te voeren. Een bedrijfsvoeringsorganisatie is een specifiek type openbaar lichaam dat wordt opgericht om de bedrijfsvoeringstaken van de deelnemende overheden te ondersteunen. Dit betreft vaak ondersteunende, interne processen zoals ICT, personeelszaken, financiën en inkoop.
De mogelijkheid om zelfstandig rechtshandelingen te verrichten maakt het openbaar lichaam en de bedrijfsvoeringsorganisatie populair als rechtsvormen voor publiekrechtelijke samenwerking.12
Een nadeel van de oprichting van een joint venture is dat het wettelijke kader aan de diverse rechtsvormen is verbonden (in het BW of de Wgr) in vergelijking met een samenwerkingsovereenkomst minder vrijheid geeft aan deelnemers. Tevens dient een rechtspersoon altijd te worden ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, waardoor een deel van de samenwerking (zoals de statuten) openbaar worden gemaakt. Dit kan voor sommige samenwerkingen als onwenselijk worden beschouwd, bijvoorbeeld samenwerkingen die betrekking hebben op de nationale veiligheid en terrorisme.