Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/7.6.1
7.6.1 Staatsinrigting Ia 1839-1866
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977204:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
J. Swildens, Het Vaderlandsch A-B-Boek, Amsterdam: Holtrop 1781 en het Deugdenboekje, Amsterdam 1813 (postume uitgave).
G. van Wieringhen Borski, 1845.
J. Voorduin, 1848.
H. Hemkes Kzn, Leer- en Leesboek voor Scholen over de Grondwet van het Koningrijk der Nederlanden ,s-Gravenhage: Belinfante 1849.
Vgl. L.S. Römelingh,´Een oud boekje´, VOS-M 1962, 64.
M. Neustaetter, De Grondwet omschreven, Amsterdam: Gebrs. Kraay 1850. Het is bedoeld voor ‘hen die, hoewel met beschaving uitgerust, het regtsgeleerde vak niet hebben omhelsd althans zich niet bijzonderlijk met het staatsregt hebben bezig gehouden’(p. VI). H I gaat vooraf aan een omschrijving van de Grondwet: (…), ‘de wet die den grondslag regelt,volgens welken de Nederlandsche staat is zamengesteld (geconstitueerd). Vandaar constitutie-staatsregeling, een gelijk begrip uitdrukkende’.
Ibid., V-VI; vgl. J.R. Thorbecke, Bijdrage tot de herziening der Grondwet, Leiden 1848; J. de Bosch Kemper, Handleiding tot de kennis van het Nederlandsche staatsregt en staatsbestuur, Amsterdam: Weytingh & Brave 1861.
Vgl. G.J. Spijker, Montesquieu. Over de Geest van de wetten, Amsterdam: Boom 2006.
J.H.G. Boissevain, Staatsregt van Nederland, Arnhem: Thieme 1851; Aerts 2018, p. 510.
C. van Bell, De Grondwet met aanteekeningen, 2e uitg., Amsterdam: Gebhard 1856.
Bijlage VI bevat een selectie van de leerboeken staatsinrichting vanaf 1839:
Van Wieringhen Borski, Blik op den verledenen, tegenwoordigen en toekomenden toestand des Vaderlands (Voorafgegaan door Swildens' Vaderlandsch-A-B-Boek (1781) met de 18e eeuwse staatsinrichting).1
Idem, Geschiedenis des Vaderlands.2
Voorduin, Geschiedenis en Beginselen der Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden (1848).3
Hemkes, Leer- en Leesboek over de Grondwet van het Koningrijk der Nederlanden (1e schooluitgave).4 Het opent met: ‘onkunde, die vruchtbare moeder van onverschilligheid in onze staatsaangelegenheden, [die] tot vele dwalingen leidt’. Het is doorspekt met vermaningen.5
Neustaetter, De Grondwet, omschreven (inzonderheid voor niet-regtsgeleerden).6
De in par. 7.1.2 vermelde uitgave is een artikelsgewijze uitleg van de Grondwet van 1848 en geeft een chronologisch overzicht van de Grondwetsherziening in 1848. De voorrede begint met de grondslag, de noodzaak voor ‘elken staatsburger […] van het bezit en de kennis van de Grondwet’. Neustaetter merkt dat de burgerij behoefte heeft aan kennis over ‘het Staatsregt, naarmate de organieke wetten ontstaan en den burger t‘t warme deelneming aan 's lands zaken roepen en zonder kennis der Grondwet is het onmogelijk organieke wetten met juistheid toe te passen’.7 De trias politica is in detail beschreven.8 Hoewel het boek bedoeld is voor niet-juridisch geschoolde burgers, blijkt dat niet uit het jargon. Het is bij lange na geen volksuitgave, terwijl het is geschreven in de receptietijd van de Grondwet van 1848.
Boissevain, Staatsregt van Nederland.9
Van Bell, De Grondwet met aanteekeningen.10 Algemene volksuitgave I.