Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/5.7.6
5.7.6 Het recht van verzet in het geval dat bij een juridische fusie gebruik wordt gemaakt van art. 2:320 BW
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949837:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zaman, Van Eck en Roelofs 2009, p. 26; Dortmond 2013/417; Van Eck, Roelofs, Simonis en Van der Velden 2018, p. 85-86; Koster, in: GS Rechtspersonen, art. 2:320 BW, aant. 6.
Ten Voorde 2006, p. 130: “De houders van winst- en participatiebewijzen hebben mijns inziens als schuldeiser van een toekomstige vordering een verzetrecht. Ook andere bijzonder gerechtigden jegens de rechtspersoon zouden eventueel als schuldeiser kunnen worden aangemerkt. Dat het in art. 2:320 en 2:334p BW bedoelde recht niet cumulatief werkt met het verzetrecht van art. 2:316/2:334l ben ik dan ook niet met (…) eens.”
Zie hoofdstuk 5.6 van dit proefschrift.
In juridische uiteenzettingen over de werking van art. 2:320 BW wordt meestal expliciet vermeld dat degenen met bijzondere rechten geen schuldeiser zijn zodat aan hen niet het recht van verzet toekomt op grond van art. 2:316 BW.1 Koster voegt daaraan toe dat een bijzondere positie wordt ingenomen door de houder van een converteerbare obligatie: voor zover het de vordering tot teruggaaf van het in verbruikleen gegeven bedrag en de betaling van rente betreft is de houder van een converteerbare obligatie als crediteur te beschouwen en voor wat betreft zijn rechten uit het conversiebeding als bijzondere rechthebbende. Naar mijn mening moet voor het geval van verzekeringsovereenkomsten met maatschappijwinstdeling ook een dergelijke bijzondere positie worden aangenomen. Ook Ten Voorde is van mening dat degenen met een bijzonder recht jegens de vennootschap eventueel als schuldeiser kunnen worden aangemerkt.2 Het recht op maatschappijwinstdeling komt aan de polishouder toe op grond van een specifieke clausule. Deze clausule bevat een bijzonder recht. Voor wat betreft de overige aanspraken is de polishouder naar mijn mening te kwalificeren als schuldeiser aan wie het recht van verzet toekomt overeenkomstig het in art. 2:316 BW bepaalde.3 Ik heb geen juridische literatuur over deze specifieke situatie kunnen vinden.