Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.5:7.5 De parlementaire behandeling van de derde fase van de EMU
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.5
7.5 De parlementaire behandeling van de derde fase van de EMU
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS451675:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in het vorige hoofdstuk aan de orde kwam, heeft de Tweede Kamer de goedkeuringswet bij het Verdrag van Maastricht dusdanig geamendeerd dat de regering voor het standpunt dat zij zou innemen over de overgang naar de derde fase van de EMU, de voorafgaande instemming van de Staten-Generaal nodig had.1 In dit kader heeft de Tweede Kamer daarom gediscussieerd over de start van de derde fase. Bij dit debat speelden dezelfde punten een belangrijke rol als bij de discussies over het Stabiliteits- en Groeipact, namelijk de gevolgen voor de nationale soevereiniteit en de toepassing van de convergentiecriteria. Op beide punten ga ik hieronder nader in. Tevens sta ik kort stil bij de toetreding van Griekenland tot de EMU, gelet op de rol van dit land tijdens de eurocrisis die volgde. De nadruk ligt hierna op de Tweede Kamer, omdat de Eerste Kamer zonder debat heeft ingestemd met het standpunt van de regering over de derde fase.2
7.5.1 Soevereiniteit7.5.2 Toepassing van de convergentiecriteria7.5.3 Griekenland