Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.4.5.3:9.4.5.3 De verkooporder aldus de Europese Commissie
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.4.5.3
9.4.5.3 De verkooporder aldus de Europese Commissie
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258547:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de herziene versie van het Guidance document on customs valuation is per 17 september 2020 opgenomen dat een verkooporder in principe geen verkoop voor uitvoer is, tenzij de verkooporder geaccepteerd is door de verkoper. In het Guidance document on customs valuation is dat als volgt verwoord:
“[…] Also, a purchase order cannot serve as the basis for the determination of the customs value for the imported goods. A purchase order is an official offer submitted by a potential buyer to a potential seller, expressing the will of the first entity to conclude a sale agreement. Unlike a sales agreement, a purchase order in itself is not a binding contractual arrangement. Only when the future seller confirms (accepts) the purchase order a sale agreement is deemed to be concluded between the buyer and the seller. This applies to transactions in general, as offers may also be submitted by a potential seller (offeror/promisor) to a potential buyer (offeree/promisee).”
Deze passage lijkt op gespannen voet te staan met voorbeeld 5. In voorbeeld 5 van het Guidance document on customs valuation gaat in op een back-to-back ordering situatie (onderdeel 9.4.5.1). Consument D in de Europese Unie bestelt een auto bij een autodealer C. Autodealer C plaatst daarop een order bij importeur B die op haar beurt een order plaatst bij fabrikant A. De verkooporders worden geplaatst voordat de goederen fysiek het douanegebied van de Europese Unie bereiken. De opeenvolgende plaatsing van orders (D-C-B-A) wordt gevolgd door opeenvolgende verkopen (A-B-C-D). De Europese Commissie meent dat aangesloten moet worden bij de verkoop A-B. Deze verkoop vindt als enige plaats voordat de goederen fysiek in het douanegebied van de Europese Unie worden geïntroduceerd. Kennelijk worden de back-to-backorders in dit voorbeeld als niet-geaccepteerde verkooporders aangemerkt. Aangezien niet in het Guidance document on customs valuation wordt ingegaan op wanneer sprake is van een ‘geaccepteerde verkooporder’, kunnen douaneautoriteiten in de EU-lidstaten er verschillende zienswijze op nahouden. Dit schaadt de neutraliteit en uniformiteit van het douanewaardestelsel in de Europese Unie. Daarbij komt dat ik, onder verwijzing naar de argumenten die in de onderdelen 9.4.5.1 en 9.4.5.2 heb genoemd, meen dat verkooporders – geaccepteerd of niet – niet als verkoop voor uitvoer in aanmerking kunnen worden genomen.