25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/13.3.3:13.3.3 Procesrechtelijke contouren
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/13.3.3
13.3.3 Procesrechtelijke contouren
Documentgegevens:
prof. mr. R. Schlössels, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. R. Schlössels
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De geïntegreerde procedure vraagt om hervormingen van het procesrecht. Maar het is geen brug te ver. Het huidige bestuursprocesrecht kent al veel gemeenschappelijke elementen met burgerlijke rechtsvordering; het civiele procesrecht deformaliseert. Uitgangspunt is een universele, relatief laagdrempelige verzoekschriftprocedure waarbinnen de rechter kan beschikken over een breed palet aan uitspraakbevoegdheden. Ook de beroepsprocedure voor besluiten gaat hierin op (zie hiervoor). Vervolgens vallen geschillen – gelet op de differentiatie in procesrecht – uiteen in twee hoofdgroepen: de geschillen over ‘echte’ besluiten en alle overige geschillen met het bestuur. Alleen voor de eerste categorie geschillen dient op beperkte schaal te worden voorzien in afwijkende procedureregels.
Belangrijke punten betreffen bijvoorbeeld de termijn voor het indienen van een verzoekschrift dat (mede) ziet op de vernietiging of ongeldigverklaring van een besluit en de toepasselijkheid van voorprocedures.1 Een korte beroepstermijn van zes weken is hier met het oog op de rechtszekerheid gerechtvaardigd. Het ‘vernietigingsverzoek’ kan desgewenst worden uitgesloten voor besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden. Een verzoekschrift dat ziet op deze besluiten kan dan bijvoorbeeld wel betrekking hebben op schadevergoeding of op een verbod om een verordening in een concreet geval toe te passen.2 Hierdoor verdwijnt misschien ook de angel uit deze discussie. Ook ten aanzien van vernietigbare besluiten blijft na de termijn van zes weken het verzoek tot schadevergoeding mogelijk ook al heeft het besluit formele rechtskracht.
Verder geldt voor alle geschillen in beginsel eenvormig procesrecht.3 De rechter kan (en moet) dit procesrecht gelet op de aard van het geschil inkleuren aan de hand van algemene en bijzondere procesrechtelijk uitgangspunten en rechtsbeginselen. Deze procesrechtelijke beginselnormen zouden in een aantal afzonderlijke procesrechtelijke bepalingen kunnen worden benoemd. Het procesrecht krijgt hierdoor ook wat meer ‘body’.