Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.2.5.4
II.3.2.5.4 De Enforcement Clause van het Fourteenth Amendment
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS589512:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het Congres is daarmee bevoegd de immuniteit van staten om aangeklaagd te worden voor een federale rechter, zoals vastgelegd in het Eleventh Amendment, te beperken.
U.S. Supreme Court 25 juni 1997, 521 U.S. 507 (City of Boerne v. Flores), 532: ‘Preventive measures prohibiting certain types of laws may be appropriate when there is reason to believe that many of the laws affected by the congressional enactment have a significant likelihood of being unconstitutional. [...] RFRA [dat is het gewraakte voorschrift, JS] is not so confined. Sweeping coverage ensures its intrusion at every level of government, displacing laws and prohibiting official actions of almost every description and regardless of subject matter.’
Zie ook U.S. Supreme Court 17 mei 2004, 541 U.S. 509 (Tennessee v. Lane).
Carroll 2003, p. 1052-1053 en p. 1063-1066; Schwartz 2005, p. 1169. Zo zijn door deze toets de gesneuveld: Titel I van de Americans with Disabilities Act (U.S. Supreme Court 21 februari 2001, 531 U.S. 356 (Board of Trustees of Univ. of Ala. v. Garrett)), de Violence Against Women Act of 1994 (U.S. Supreme Court 15 mei 2000, 529 U.S. 598 (United States v. Morrison)), de Age Discrimination in Employment Act (U.S. Supreme Court 11 januari 2000, 528 U.S. 62 (Kimmel v. Fla. Bd. of Regents), de Patent Remedy Act (U.S. Supreme Court 23 juni 1999, 527 U.S. 627 (Florida Prepaid Postsecondary Ed. Expense Bd. v. College Savings Bank)) en de Religious Freedom Restoration Act (U.S. Supreme Court 25 juni 1997, 521 U.S. 507 (City of Boerne v. Flores)).
Tot slot verklaart het Hof in Sabri v. United States dat de overbreadth-doctrine van toepassing is op toetsing van wetgeving aan de Enforcement Clause van het Fourteenth Amendment.
De eerste paragraaf van het Veertiende Amendement creëert een aantal vrijheidsrechten voor burgers jegens de staten, zoals het recht op gelijke behandeling en de rechten vervat in de Due Process Clause, waaronder het recht op privacy. De vijfde paragraaf van dat Amendement, de zogenoemde Enforcement Clause, bepaalt, dat het Congres bevoegd is ‘to enforce, by appropriate legislation, the provisions of [the Fourteenth Amendment, JS]’.1 De federale wetgever is dus bevoegd voorschriften vast te stellen ter verzekering van die rechten ten koste van de staten.
Wanneer het Hof een federale wet on its face toetst aan de Enforcement Clause, beoordeelt het niet of zij geen enkele rechtmatige toepassing heeft, zoals Salerno vereist, maar of de wet te veel onrechtmatige toepassingen kent.2 Ook hier past het Hof dus een overbreadth-achtige toets toe.3
Het type rechtssubjecten dat deze overbreadth-toets beschermt, verschilt echter wezenlijk van het type rechtssubjecten dat de overbreadth-doctrine normaal beschermt. Toetst het Hof op die wijze aan de Enforcement Clause, dan beschermt het niet de grondrechten van burgers ten opzichte van de deelstaten, maar beschermt het de vrijheid van de deelstaten om die grondrechten in te perken.4