Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/1.1:1.1 Schets vertrouwensproblematiek
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/1.1
1.1 Schets vertrouwensproblematiek
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685402:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Grotendeels ontleend aan – maar aangevuld met fictieve elementen om de gehele reikwijdte van dit onderzoek te laten zien – het geschil tussen de heer Overzee en de gemeente Zoeterwoude, HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1683, NJ 2016/1, AB 2016/58 (Overzee/Zoeterwoude), het verwijzingsarrest Hof Amsterdam 6 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2125 en de schadestaatprocedure Rb. Den Haag 12 februari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:1224 en Rb. Den Haag 19 januari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:189.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik geef een voorbeeld om te illustreren op welk ‘vertrouwen’ dit onderzoek ziet.1
Mevrouw Jacobs, woonachtig in de gemeente Drimmelen, wil van een voormalige dienstwoning een burgerwoning maken. Om die wens te verwezenlijken, is een herziening van het bestemmingsplan nodig. In dat nieuwe bestemmingsplan moet aan het betreffende perceel de gewenste (woon)bestemming worden toebedeeld. Jacobs treedt daarom in contact met ambtenaren van de gemeente die haar kunnen informeren over de benodigde stappen tot uiteindelijke herziening van het bestemmingsplan. Tussen de ambtenaren en Jacobs vindt het nodige mondelinge en schriftelijke contact plaats. De ambtenaren informeren haar over de inhoud van het huidige en toekomstige bestemmingsplan en over de juridische procedure tot herziening van het bestemmingsplan. Zij beloven mondeling namens het college van B&W dat zij de bestemmingsherziening zullen opnemen in het ontwerpbestemmingsplan. Ook sluiten de gemeente als publiekrechtelijke rechtspersoon en Jacobs een overeenkomst waarin de gemeente belooft zich in te spannen om haar publiekrechtelijke bevoegdheden op een dusdanige manier aan te wenden dat op het betreffende perceel de door Jacobs gewenste bestemming komt te rusten. Uiteindelijk leggen de ambtenaren – in tegenspraak met hun eerdere toezegging – echter geen conceptbestemmingsplan met daarin de opgenomen nieuwe bestemming aan de gemeenteraad voor. Nadat die omissie is geconstateerd, zet de gemeente zich, ondanks uitdrukkelijk verzoek van Jacobs daartoe, niet langer in om de door Jacobs gewenste herziening van het bestemmingsplan tot stand te brengen. Het bestemmingsplan wordt uiteindelijk definitief – en dus rechtmatig – zonder een woonbestemming op het perceel.
Jacobs voelt zich bedrogen en wil de overheid aanspreken. Logischerwijs zal zij het bestemmingsplan willen aanvechten bij de bestuursrechter. Maar indien het bestemmingsplan juridisch in orde is, in hoeverre is het dan mogelijk het bestemmingsplan aan te vechten met een beroep op het vertrouwensbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur? En als het bestemmingsplan met de voor Jacobs teleurstellende inhoud formele rechtskracht verkrijgt, kan Jacobs dan nog naar de civiele rechter met een beroep op een vertrouwensschending wegens onjuiste informatieverstrekking in de aanloop naar de vaststelling van het bestemmingsplan of de niet-nakoming door de gemeente van de overeenkomst en toezegging? Dit onderzoek gaat over zulke vragen.